Wie ben ik?Met die vraag ben ik nooit zo bezig geweest. Heel simpel omdat ik heel lang dacht dat 'ik' zo'n beetje de wereld was, iedereen ongeveer was zoals 'ik' en zo niet, dat ze dan toch wel zouden moeten worden zoals 'ik'. Daarna kwamen twijfel en voortdurende vergelijking met anderen. In competitie terwijl ik aan het afkijken was ('zo wil ik ook worden') of aan het afkeuren ('die bakt er niets van'). Het eerste leverde me werklust en stress op; het tweede gaf me een prettig gevoel van superioriteit én een pijnlijk gevoel van afscheiding en eenzaamheid. |