Is niet-veranderen wel te verdragen?

“Ik wil ‘iets’ veranderen.” Dat is de wens waarmee veel mensen bij mij komen. Het te veranderen iets kan van alles zijn: een situatie, (g)een baan, (g)een relatie of zichzelf. Veranderen is ‘in’ in onze cultuur. Alles wat niet naar je zin is, lijk je te kunnen of te moeten veranderen. Doel- en resultaatgericht. Binnen een afzienbare termijn. Waar we vanaf willen, geven we het etiket ‘negatief’ en waar we naar toe willen heet ‘positief’.

Waarden of deugden als geduld en vermogen tot verduren zijn saai en niet van deze tijd. Anna Enquist schreef onlangs in Trouw een mooi essay met de titel ‘Het verlangen naar de oppervlakte’, waarin ze zich de vraag stelt hoe het komt dat onze cultuur de diepte zo drastisch afwijst.

Diepte duurt lang en maakt bang

Enquist: “Wat moeite kost, lang duurt en niet meteen resultaat oplevert, is saai. Symptomen moeten weg, liefst zo snel mogelijk. Wat ging er verloren in onze cultuur? Geduld, doorzettingsvermogen, vlijt.” Zij verklaart onze hang naar snelheid, spanning en schittering vanuit angst: we zijn bang voor stil staan, voor verstilling omdat we dan alleen zijn met onze gedachten en gevoelens van eenzaamheid, van machteloosheid.

Verwachting van resultaat

Die snelle resultaatgerichte verwachting  zit overal in onze samenleving en ook  in onszelf. Verschillende  cliënten vertelden me onlangs dat ze ondanks hun inspanningen  “toch weer”  iets vervelends hadden meegemaakt. “Ik doe al jaren aan mindfulness, leef vol aandacht. En in gesprek met een opdrachtgever raak ik door een onverwachte vraag de kluts kwijt. Ik wist het niet meer en voelde me mislukt.” Een ander: “Het ging zo goed en nu merk ik dat ik toch weer in oude patronen terugval.” En weer een ander: “Zittend op mijn meditatiekussen is het allemaal zo helder voor me. Maar midden in het echte leven staan, dat is andere koek.” Die laatste uitspraak bevat voor mij de kern.

Wat als?

Pas in het volle leven met ‘positieve’ en met ‘negatieve’ ervaringen merken  we wie we zijn en waar we ons bevinden op onze eigen weg van ontwikkeling en groei.

Wat als we eens even zouden kunnen verduren om niet te veranderen?

Wat als we zouden stoppen om op ervaringen etiketten te plakken van ‘positief’ en ‘negatief’?

Wat als we élke ervaring zouden verwelkomen?

Wat als we iedere ervaring zouden waarderen als een bron van informatie?

Dan kan er ruimte komen voor een natuurlijk proces van soms trage transformatie.

 

Coaching veel te licht

De blog die hieronder staat, heb ik geschreven voor OnzeCoach.

Onlangs vertelde een cliënt mij dat hij bij de bedrijfsarts was geweest. Hij had ter plekke een vragenlijst moeten invullen en de eerste diagnose van de bedrijfsarts was geweest: “U heeft waarschijnlijk een depressie.” De genoemde behandelmogelijkheden zouden bestaan uit een combinatie van therapie en medicijnen. “En coaching dan?”, had mijn cliënt gevraagd. “Nee, dat is veel te licht”, vond de bedrijfsarts

Dit voorbeeld staat in mijn ervaring niet op zichzelf. Hoe kun je hier nu naar kijken? In elk geval op verschillende manieren. Ik noem er een paar.

Onoverzichtelijke coachmarkt
Deze bedrijfsarts heeft een beperkte opvatting van coaching. Dat kan ik wel begrijpen. De markt van coaching is behoorlijk onoverzichtelijk. De predicaten waarmee coaches zich tooien, zijn fraai maar vaak nietszeggend over de inhoud van hun werk, hun ervaring en de door hen gevoerde beroepspraktijk. Een beroepsorganisatie als de NOBCO (Nederlandse Orde van Beroepscoaches) heeft hier nog een aardige klus aan. En veel bedrijfsartsen zijn niet bekend met op zijn minst enkele coaches en hun daadwerkelijke specialismen.

Medisch-diagnosticerend kijken
De bedrijfsarts in het voorbeeld heeft een medisch-diagnosticerende manier van kijken naar de somberheidsklachten van mijn cliënt. Logisch want zo zitten zijn opleiding en professie in elkaar. Zo werkt het systeem en het bedrijf gaat daar maar al te graag in mee. Er is een diagnose, een medicijn, een oplossing. De medewerker kan weer op de been worden geholpen. Mooi, verder met de orde van de dag. En daarmee missen we kansen en mogelijkheden. Immers, mensen ontwikkelen problemen die specifiek voor henzelf zijn. Die voortkomen uit het innige verband dat tijdens hun ervaringen is gegroeid tussen gedachten, emoties en gedrag. Om zicht op en beweging in dit innige verband te krijgen, is een ontwikkelproces nodig.

Etiket stopt ontwikkeling
Diagnostische etiketten kunnen deel gaan uitmaken van iemands identiteit. En als er iets is waar de meeste mensen geen zin in hebben, dan is dat het opgeven van hun identiteit. Met andere woorden: ontwikkeling en groei worden moeilijker met een geaccepteerd diagnostisch etiket. Uit onderzoek* blijkt dat mensen pas echt worden geholpen in hun ontwikkeling, als emotionele basisbehoeften zijn vervuld aan autonomie, competentie en verbondenheid. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik het etiket ‘depressie’ opgeplakt zou krijgen, zou ik me niet meer autonoom voelen (“ik heb een deskundige nodig”), niet competent (“ik ben niet meer in staat om mijn problemen op te lossen”) en ook al niet verbonden (“mijn collega’s zijn gewoon aan het werk en met mij is kennelijk iets aan de hand”).

Leren leven
De cliënt uit het voorbeeld verkeert in een situatie waarin somberheid een normale en natuurlijke reactie is op de omstandigheden. Waar deze cliënt echt gebaat mee is, is de ontwikkeling van veerkracht, van leren omgaan met de inherente onzekerheid, onvoorspelbaarheid en onbetrouwbaarheid van het leven. Daar kun je een leven lang mee bezig zijn. Een belangrijk onderdeel is om je eigen veronderstellingen te leren kennen en te leren bijstellen. Dat zijn stappen in een ontwikkelproces en geen symptomen van een vooral cultureel bepaalde ‘stoornis’.
Coaching is hiervoor een zeer werkzame benadering. Maar niet bij iedere coach.

 

* Ontleend aan het uitstekende boek ‘De kracht van tegenslag’ van de Britse psychiater Stephen Joseph.