Durf eens niet te ‘klikken’

Deze foto heeft een bijzondere betekenis voor mij. Hij is afgelopen voorjaar gemaakt op een strand van Vancouver Island, voor de westkust van Canada. Op een vroege zondagmorgen op het stille strand kijk ik uit over de zee; daar ligt die onmetelijke Pacific. Een moment in een grootse natuur waarbij ik me klein voel en vol overgave, me verbonden voelend met het prachtige mysterie van ons leven op aarde. Totdat mijn fotograferende lief me roept en zegt: “Kijk eens. Wat zie je?” Ik zie waterbelletjes opborrelen vanuit  het zand. Dan zegt hij: “Kijk eens anders. Wat zie je als je in de belletjes kijkt?” En ja, dan zie ik veel meer. “Zo kun je dus ook kijken”, zegt hij.

Zo kun je dus ook kijken

“Zo kun je dus ook kijken” is een kernachtige typering van mijn werk als coach. Het gaat om leren kijken naar je manier van kijken, ontdekken dat andere manieren van kijken altijd mogelijk zijn en dat daardoor je eerste manier van kijken kan transformeren. Het onderstaande gedicht geeft dit mooi weer.

Als ik blijf kijken zoals ik altijd heb gekeken
Blijf ik denken zoals ik altijd heb gedacht

Als ik blijf denken zoals ik altijd heb gedacht
Blijf ik geloven zoals ik altijd heb geloofd

Als ik blijf geloven zoals ik altijd heb geloofd
Blijf ik doen zoals ik altijd heb gedaan

Als ik blijf doen zoals ik altijd heb gedaan
Blijft mij overkomen wat mij altijd overkomt

Maar als ik nu voor even
buiten mijn cirkel durf te kijken…

Loslaat zoals ik altijd heb gedacht en geloofd
en eens niet doe zoals ik altijd heb gedaan…

Dan zal ik zien wat ik nog nooit heb gezien,
dan gaat er een wereld voor mij open!

De magische ‘klik’

Een wijd verbreide manier van kijken in het coachvak is dat er een ‘klik’ moet zijn tussen de coachee en de coach. Voor iedereen herkenbaar. We vinden het belangrijk dat het ‘klikt’, met een vriend of vriendin, een familielid, een collega, een leidinggevende en vul maar aan. Hoewel we meestal niet precies weten wat het is, willen we graag een ‘klik’. Als er geen ‘klik’ is, gaan we de samenwerking niet aan, ontwijken we de ander of gaan we een of andere strijd aan.

Is het belangrijk of zelfs wenselijk dat er een ‘klik’ is? De coach die je vanwege een goede ‘klik’ uitkiest, is niet altijd de beste coach. In mijn ervaring leer ik het meest over mijn manier van kijken als er sprake is van wat minder ‘klik’. Een cliënt vertelde me onlangs dat hij besloten had om met mij in zee te gaan niet vanwege een ‘klik’ maar vanwege een ongemakkelijk gevoel waarmee hij iets wil doen.  Dat waardeer ik zeer, want daar is moed voor nodig. Moed om je open te stellen voor het onbekende, voor ongemak, voor niet-weten en voor ontdekken. Pas dan gaat er een wereld open.

In 2016 wens ik mezelf en jou toe dat we durven om niet te ‘klikken’ en dat we de moed hebben om ons open te stellen voor wat zich dan zal ontvouwen. Een mooi jaar gewenst rijk aan perspectieven!

 

 

 

 

 

 

 

Tien manieren om The Work niet te doen

‘The Work van Byron Katie’ is een werkwijze om te onderzoeken hoe je je verzet tegen een realiteit die je niet bevalt. In het onderzoek ontdek je hoe je anders, meer ontspannen kunt omgaan met deze realiteit. Dit betekent niet dat er nooit meer iets zal zijn wat je niet bevalt. Je verruimt wel aanzienlijk je mogelijkheden om met lastige of moeilijke situaties en gebeurtenissen om te gaan.

The Work bestaat uit vier vragen en een omkering. Dat lijkt heel eenvoudig. Het daadwerkelijk toepassen is soms helemaal niet makkelijk. Toen ik aan mijn onderzoek met The Work begon, werkte het aanvankelijk heel goed. Ik had minder stress en werd rustiger. Later nam dat effect af en liep ik er soms gefrustreerd in vast. Terwijl ik juist dacht dat ik goed bezig was.

Zo doe je The Work niet

Wat was er aan de hand? In feite deed ik toen niet echt The Work. Grace Bell, een collega gecertificeerd begeleider  in The Work, heeft tien manieren verzameld die ervoor garant staan dat je van alles doet behalve The Work. Welke zijn dat?

  1. Schrijf nooit een werkblad. Schrijf sowieso nooit iets op. Doe het onderzoek uitsluitend in gedachten. Stel jezelf alleen de vragen die je je op dat moment kunt herinneren.
  2. Als iemand je irriteert, boos of bang maakt, ga dan jezelf de les lezen. Word boos op jezelf omdat je nog steeds zo van streek kunt raken. Probeer met behulp van The Work jezelf zo snel mogelijk te ‘fixen’ naar een toestand waarin je niet meer zo van streek raakt. (Dit was indertijd mijn favoriete manier.)
  3. Doe The Work uitsluitend op gedachten en oordelen over jezelf. Je hebt geen enkel oordeel over wie dan ook. Dat stadium ben je namelijk al lang voorbij. Jij weet immers dat het altijd over jezelf gaat.
  4. Noteer stressvolle gedachten of oneliners die opkomen, zoals ‘Hij luistert niet naar me’. Schrijf alleen deze losse gedachten op en geen volledig werkblad.
  5. Stel jezelf vraag 1: “Is het waar?” en reageer in de trant van: “Wat is waar?” of “Niets is ooit helemaal waar”. Besteed geen tijd aan het onderzoek van de eerste vraag. Ga door met de volgende vraag.
  6. Als je antwoord geeft op vraag 2: “Is het absoluut waar?”, ga dan uitleggen waarom het volgens jouw professionele mening wel of niet waar is. Iets als: “Wel, het is waar omdat …” en vertel een lang en genuanceerd verhaal met zijpaden en voetnoten.
  7. Als je bij vraag 3 bent aangekomen: “Hoe reageer je, wat gebeurt er als je de gedachte gelooft?”, stort je dan in een verhaal hoe deze persoon niet alleen in de recente situatie jou iets aandeed maar ook al vorig jaar, het jaar daarvoor en eigenlijk al zolang je hem of haar kent. Dat anderen ook problemen met hem/haar hebben, dat het dus zeker niet aan jou ligt. Geef vele voorbeelden waaruit blijkt dat jij met een vreselijk mens te maken hebt (gehad). Maak duidelijk dat jij slachtoffer bent.
  8. Bij vraag 4: “Wie zou je zijn zonder die gedachte?” raak je aardig in de war. Steek je handen in de lucht en zeg “Ik heb geen flauw idee”. Zeg dat je niet genoeg verbeeldingskracht hebt en dat je je werkelijk niet kunt voorstellen hoe het zou zijn zonder de gedachte. Of nog beter, dat je leven zonder die gedachte zelfs onmogelijk zou worden.
  9. Als je een stressvolle gedachte hebt, sla de vier vragen over en ga direct naar de omkeringen. Als je bijvoorbeeld de gedachte hebt ‘Ik ben bang van mijn baas’, keer je deze gedachte meteen om naar: ‘Ik ben niet bang van mijn baas’. En dan spring je een gat in de lucht: “Yeah! Dat is ‘t. Natuurlijk ben ik niet bang van mijn baas”.
  10. Elke stressvolle gedachte die je hebt over iemand anders, keer je onmiddellijk om naar jezelf. Bijvoorbeeld ‘Hij liet me in de steek’ wordt meteen ‘Ik liet mezelf in de steek’. Hiermee heb je een excuus om nooit met iemand een moeilijk gesprek te hoeven aangaan, verbinding te zoeken of iets te veranderen. Voel je vooral beroerd over jezelf.

Wat werkt wel?

Ben je er nog? En … kun je er ook om lachen? Dat hoop ik echt. The Work werkt fantastisch, is eenvoudig en niet makkelijk. Wil je ervaren hoe je The Work kunt doen op een manier die werkt? Neem dan contact met mij op of met een andere gecertificeerde begeleider.

 

 

 

 

 

 

Met The Work aan het werk

Elke maand heb ik een afspraak met een collega, waarbij we ieder inbrengen wat ons op dat moment bezig houdt. Soms gaat het om een belangrijke levensvraag, maar heel vaak is het een akkefietje. Je denkt bijvoorbeeld dat je te weinig tijd hebt voor een project of je stoort je aan een collega die zich niet aan een afspraak houdt. Geen wereldschokkende problemen, maar alledaagse akkefietjes. We onderzoeken binnen een uur tijd onze gedachten met een werkwijze die bekend is als The Work. Elke keer opnieuw vind ik het fascinerend om te ervaren welke enorme kracht gedachten hebben als je je ermee identificeert. Niet-onderzochte gedachten nemen je in de houdgreep: ze bepalen hoe je je voelt, hoe je energie is, hoe je je gedraagt.

Op het werk

In mijn werk als coach hoor ik hoe mensen op het werk sommige situaties ervaren. Hier een willekeurige selectie van ‘verhalen’ die illustreren hoe we op verschillende organisatieniveaus kunnen kijken en denken.

Professionals: “Ze willen gewoon van een aantal mensen af en nu hebben ze een stok om mee te slaan.” “Nou, ik laat het maar op me afkomen. Ik zie wel.” “ Weer een nieuwe manager. Echt zo’n hittepetit. Deze overleef ik ook wel.”

Projectmanagers: “Het is een en al politiek gedoe. Daar wil ik me niet mee inlaten. Dat voelt niet integer. Zo wil ik niet zijn.” “Ik moet meer omzet bij deze klant weghalen. Voel me onder druk staan. Ik weet niet of me dat gaat lukken.” “Misschien wil ik wel weg, maar ja, in deze tijd, moeilijk, moeilijk.”

Teammanagers: “Ze zijn in de weerstand. Ze willen niet veranderen.“ “Ze zitten er te lang, zijn te oud, ze zijn niet meer flexibel.” “Ik wil ze meekrijgen, heb van alles geprobeerd maar het lukt nog niet.”  “Hij moet het nu toch zelfstandig kunnen oplossen.” “Ik laat haar bewust zwemmen, dan krijg ik vanzelf te zien wat ze echt waard is.”

Wegwerken

Ieder van ons heeft manieren ontwikkeld om met minder aangename situaties om te gaan. Zo proberen we dingen te ontduiken of te negeren, we maken het minder belangrijk door te bagatelliseren of weg te redeneren. Ook populair is om de schuld op anderen te schuiven of om jezelf wat wijs te maken. In ieder geval is alles erop gericht om het vervelende gevoel van de onaangename situatie weg te werken. Hoe divers de reacties ook kunnen zijn, in wezen gaat het steeds om eenzelfde soort reactie: een reflex in de trant van Vechten, Vluchten, Vermijden.

Met The Work aan het werk

En wat nu als we reflex zouden vervangen door reflectie?  The Work biedt daarvoor een heldere en effectieve werkwijze. Je zet het akkefietje in het volle licht, je kijkt in detail wat er gebeurt als je je met bepaalde gedachten identificeert. Door dit te doen, doet zich een verschuiving voor in je manier van kijken. En wat gebeurt er dan? Een paar reacties na één sessie: “Verhelderend.” “Opgeruimd.” “Prima inzichten die heel bruikbaar zijn.” “Het heeft me zachter gemaakt.”

Wil je ook in een uur ervaren hoe je anders kunt omgaan met een akkefietje op je werk? Neem dan contact met mij op.

Stop met ontwikkelpunten

Deze blog heb ik geschreven voor PBLQ-ROI, een van mijn opdrachtgevers.

Op You Tube is een filmpje te vinden met een presentatie van voormalig hockeycoach Marc Lammers. Hij vertelt op grappige wijze hoe hij begon om de zwakke punten van het Nederlands damesteam te verbeteren. Zo werd flink geoefend op de zwakke backhand van een van de spitsen. Keer op keer werd ze aangespeeld op de backhand en kwam ze niet tot scoren. “Niet op de backhand”, riep de radeloze coach. “Maar waar dan wel?” was de roep uit het team. En pas nadat de coach eerst via allerlei cursussen zichzelf had ontwikkeld, was hij in staat om aan de spits te vragen: “Waar wil jij aangespeeld worden?” “Mag ik dat zeggen dan?” klonk het wat timide. Niet op de backhand dus. Vanaf dat moment begon de weg naar het wereldkampioenschap.

Dit filmpje laat ik geregeld zien in de training Individuele Coachvaardigheden. Daarna bespreken de deelnemers met elkaar wat zij uit het verhaal van Lammers bruikbaar vinden voor hun eigen werkpraktijk. En altijd worden mensen zich – soms met een lichte schok – bewust hoezeer we kijken naar wat er niet goed is, hoe druk we bezig zijn om van de 4 een 6 te maken. En hoe we onvoldoende aandacht besteden aan wat er al is, aan de kwaliteiten die wel aanwezig zijn. Hoezeer we vergeten om de aanwezige 6 of 7 te waarderen en verder te versterken.

Stop met ontwikkelpunten

“Waar wil je aangespeeld worden?” “Waar ben jij goed in?” “Wat geeft jou energie en plezier?” “Wat zou jij het liefst doen?” Eenvoudige vragen die niet zo vaak gesteld worden. En als ze al gesteld worden, dan raken ze ondergesneeuwd in de aandacht voor wat er nog niet goed is, voor wat nog ontwikkeld dient te worden. Als trainer heb ook ik de keuze waar ik de aandacht op richt: op ontwikkelpunten van de deelnemers of op hun reeds aanwezige kwaliteiten. Ik heb ervaren dat als ik mijn aandacht en vervolgens die van de deelnemers richt op de reeds aanwezige kwaliteiten dat er dan veel meer zelfvertrouwen is. Een noodzakelijke voorwaarde voor leren.

Van kritiek leer je niet, wel in veiligheid

Een andere noodzakelijke voorwaarde voor leren is een veilige omgeving. Kritiek en (over)bewustzijn van ontwikkelpunten leveren geen veilige leeromgeving op. Zelfvertrouwen en positieve waardering voor wat er is, zorgen wel voor de noodzakelijke veiligheid waarin volop wordt geleerd. Waarin iedere deelnemer zijn of haar volgende stap kan maken. Uiteraard zijn dat heel verschillende stappen. De ene stap is niet beter dan de andere. Wel past elke stap precies bij waar iemand zich bevindt in zijn of haar ontwikkeling.

Leukste training

“Ik vind dit de beste en leukste training die ik tot nu toe heb gevolgd”, complimenteerde een deelnemer me onlangs. Fijn om te horen en hij maakte me nieuwsgierig waarop zijn waardering was gebaseerd. Dus ik vroeg hem wat hij dan ‘goed’ en ‘leuk’ vond. Hij gaf aan dat het de vrijheid is die ik aan deelnemers bied om veel kleine oefeningen met elkaar te doen en om de ervaringen vervolgens met elkaar uit te wisselen. Ik herken dat. Het is een bewuste keus van mij om deelnemers niet uit te nodigen om hun ervaringen meteen in de hele groep te delen. Daarmee zou ik een overbekende dynamiek oproepen dat altijd dezelfde mensen als eersten het woord voeren en dat anderen er het zwijgen toe doen. Door de nabespreking in steeds wisselende subgroepjes te doen, is er geen belemmering voor wie dan ook om zijn mond open te doen.

En op de werkplek?

De deelnemer die mij complimenteerde, ervaart in zijn werk een drempel om direct en adequaat in zijn team aan een discussie deel te nemen. Hij doet de training om dat te leren. Dat ‘ontwikkelpunt’ hebben we nauwelijks aandacht gegeven. Wel aan de kwaliteit die ligt onder zijn terughoudendheid in het team. Tijdens de training voert hij in kleine groepjes soms het hoogste woord en zelfs ook in de hele groep. Als vanzelf in een natuurlijk proces waarin hij zich vrij en veilig voelt. Vanuit dit zelfvertrouwen zet hij zijn volgende stap.

Ruimte voor talentontwikkeling

In werksituaties wemelt het van de ‘ontwikkelpunten’, zaken die ogenschijnlijk niet goed gaan en beter zouden moeten. De wezenlijke vraag is echter hoe we op werkplekken zelfvertrouwen stimuleren en veiligheid creëren? Pas als aan die voorwaarden is voldaan, ontstaat er ruimte voor talentontwikkeling.

Is niet-veranderen wel te verdragen?

“Ik wil ‘iets’ veranderen.” Dat is de wens waarmee veel mensen bij mij komen. Het te veranderen iets kan van alles zijn: een situatie, (g)een baan, (g)een relatie of zichzelf. Veranderen is ‘in’ in onze cultuur. Alles wat niet naar je zin is, lijk je te kunnen of te moeten veranderen. Doel- en resultaatgericht. Binnen een afzienbare termijn. Waar we vanaf willen, geven we het etiket ‘negatief’ en waar we naar toe willen heet ‘positief’.

Waarden of deugden als geduld en vermogen tot verduren zijn saai en niet van deze tijd. Anna Enquist schreef onlangs in Trouw een mooi essay met de titel ‘Het verlangen naar de oppervlakte’, waarin ze zich de vraag stelt hoe het komt dat onze cultuur de diepte zo drastisch afwijst.

Diepte duurt lang en maakt bang

Enquist: “Wat moeite kost, lang duurt en niet meteen resultaat oplevert, is saai. Symptomen moeten weg, liefst zo snel mogelijk. Wat ging er verloren in onze cultuur? Geduld, doorzettingsvermogen, vlijt.” Zij verklaart onze hang naar snelheid, spanning en schittering vanuit angst: we zijn bang voor stil staan, voor verstilling omdat we dan alleen zijn met onze gedachten en gevoelens van eenzaamheid, van machteloosheid.

Verwachting van resultaat

Die snelle resultaatgerichte verwachting  zit overal in onze samenleving en ook  in onszelf. Verschillende  cliënten vertelden me onlangs dat ze ondanks hun inspanningen  “toch weer”  iets vervelends hadden meegemaakt. “Ik doe al jaren aan mindfulness, leef vol aandacht. En in gesprek met een opdrachtgever raak ik door een onverwachte vraag de kluts kwijt. Ik wist het niet meer en voelde me mislukt.” Een ander: “Het ging zo goed en nu merk ik dat ik toch weer in oude patronen terugval.” En weer een ander: “Zittend op mijn meditatiekussen is het allemaal zo helder voor me. Maar midden in het echte leven staan, dat is andere koek.” Die laatste uitspraak bevat voor mij de kern.

Wat als?

Pas in het volle leven met ‘positieve’ en met ‘negatieve’ ervaringen merken  we wie we zijn en waar we ons bevinden op onze eigen weg van ontwikkeling en groei.

Wat als we eens even zouden kunnen verduren om niet te veranderen?

Wat als we zouden stoppen om op ervaringen etiketten te plakken van ‘positief’ en ‘negatief’?

Wat als we élke ervaring zouden verwelkomen?

Wat als we iedere ervaring zouden waarderen als een bron van informatie?

Dan kan er ruimte komen voor een natuurlijk proces van soms trage transformatie.

 

Coaching veel te licht

De blog die hieronder staat, heb ik geschreven voor OnzeCoach.

Onlangs vertelde een cliënt mij dat hij bij de bedrijfsarts was geweest. Hij had ter plekke een vragenlijst moeten invullen en de eerste diagnose van de bedrijfsarts was geweest: “U heeft waarschijnlijk een depressie.” De genoemde behandelmogelijkheden zouden bestaan uit een combinatie van therapie en medicijnen. “En coaching dan?”, had mijn cliënt gevraagd. “Nee, dat is veel te licht”, vond de bedrijfsarts

Dit voorbeeld staat in mijn ervaring niet op zichzelf. Hoe kun je hier nu naar kijken? In elk geval op verschillende manieren. Ik noem er een paar.

Onoverzichtelijke coachmarkt
Deze bedrijfsarts heeft een beperkte opvatting van coaching. Dat kan ik wel begrijpen. De markt van coaching is behoorlijk onoverzichtelijk. De predicaten waarmee coaches zich tooien, zijn fraai maar vaak nietszeggend over de inhoud van hun werk, hun ervaring en de door hen gevoerde beroepspraktijk. Een beroepsorganisatie als de NOBCO (Nederlandse Orde van Beroepscoaches) heeft hier nog een aardige klus aan. En veel bedrijfsartsen zijn niet bekend met op zijn minst enkele coaches en hun daadwerkelijke specialismen.

Medisch-diagnosticerend kijken
De bedrijfsarts in het voorbeeld heeft een medisch-diagnosticerende manier van kijken naar de somberheidsklachten van mijn cliënt. Logisch want zo zitten zijn opleiding en professie in elkaar. Zo werkt het systeem en het bedrijf gaat daar maar al te graag in mee. Er is een diagnose, een medicijn, een oplossing. De medewerker kan weer op de been worden geholpen. Mooi, verder met de orde van de dag. En daarmee missen we kansen en mogelijkheden. Immers, mensen ontwikkelen problemen die specifiek voor henzelf zijn. Die voortkomen uit het innige verband dat tijdens hun ervaringen is gegroeid tussen gedachten, emoties en gedrag. Om zicht op en beweging in dit innige verband te krijgen, is een ontwikkelproces nodig.

Etiket stopt ontwikkeling
Diagnostische etiketten kunnen deel gaan uitmaken van iemands identiteit. En als er iets is waar de meeste mensen geen zin in hebben, dan is dat het opgeven van hun identiteit. Met andere woorden: ontwikkeling en groei worden moeilijker met een geaccepteerd diagnostisch etiket. Uit onderzoek* blijkt dat mensen pas echt worden geholpen in hun ontwikkeling, als emotionele basisbehoeften zijn vervuld aan autonomie, competentie en verbondenheid. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik het etiket ‘depressie’ opgeplakt zou krijgen, zou ik me niet meer autonoom voelen (“ik heb een deskundige nodig”), niet competent (“ik ben niet meer in staat om mijn problemen op te lossen”) en ook al niet verbonden (“mijn collega’s zijn gewoon aan het werk en met mij is kennelijk iets aan de hand”).

Leren leven
De cliënt uit het voorbeeld verkeert in een situatie waarin somberheid een normale en natuurlijke reactie is op de omstandigheden. Waar deze cliënt echt gebaat mee is, is de ontwikkeling van veerkracht, van leren omgaan met de inherente onzekerheid, onvoorspelbaarheid en onbetrouwbaarheid van het leven. Daar kun je een leven lang mee bezig zijn. Een belangrijk onderdeel is om je eigen veronderstellingen te leren kennen en te leren bijstellen. Dat zijn stappen in een ontwikkelproces en geen symptomen van een vooral cultureel bepaalde ‘stoornis’.
Coaching is hiervoor een zeer werkzame benadering. Maar niet bij iedere coach.

 

* Ontleend aan het uitstekende boek ‘De kracht van tegenslag’ van de Britse psychiater Stephen Joseph.

Ben je Zen?

“Ben je nog altijd Zen?”, vraagt een aardige collega aan me. Bij die vraag moet ik grinniken. Ik Zen? Verre van. Ik ben behoorlijk aan het worstelen met een kwestie. Zo’n kwestie die we allemaal wel kennen. Iets wat begint met een kleine ergernis over iemand. Op een gegeven moment is het een flinke irritatie en om de een of andere reden omzeil je het.

In de aanval

Natuurlijk zijn er mensen die direct vanuit hun irritatie reageren. In de aanval en confrontatie gaan, omdat die ander “gewoon heel irritant doet”. Of aan hun irritatie lucht geven door er met iemand anders over te praten. Ze zijn dan aan het vechten of verdedigen.

Onderdrukken

Een ander type reactie ziet er ongeveer zo uit. Je probeert het vervelende gevoel, de ‘negatieve’ emotie te onderdrukken of weg te werken. Ondertussen probeer je zo gewoon mogelijk te doen. Omdat je bang bent voor de gevolgen als je direct vanuit je irritatie reageert. Of omdat  je weet dat zo’n irritatie ook veel met jezelf te maken heeft. Of omdat je vindt dat je inmiddels toch wijzer of spiritueler zou moeten zijn. In alle gevallen ben je aan het vluchten of vermijden.

Doodlopende weg

Vechten/verdedigen en vluchten/vermijden zetten je altijd op een doodlopende weg. Hoe kom je daar vanaf?

Potentieel

Een eerste stap bestaat uit je bereidheid om niet meer naar de ander te kijken. Dan ga je verantwoordelijkheid nemen voor jouw gevoel van irritatie. Vervolgens is het essentieel om de irritatie toe te laten in jezelf. Het mag er zijn, zonder schuld of schaamte. Er bestaan geen ‘negatieve’ emoties. Wel bevat elke emotie informatie. Wat heeft de irritatie jou, over jezelf te vertellen? Welke kwaliteit van jou zit onder je gevoel van irritatie? Welk potentieel wil zich hier ontwikkelen?

Onderweg

Als je daarmee bezig bent, begin je stappen te zetten op een andere weg, de weg van verbinden. Een spannende weg met bochten en vergezichten, maar zeker niet doodlopend. De richting op deze weg wordt bepaald door ophouden om naar iemand anders te kijken (1), verantwoordelijkheid nemen voor je gevoel (2), verbinden met jezelf (3) om van daaruit contact te maken met degene die de irritatie in je oproept (4). Ik ben nu onderweg. En waar zit jij?

Als ik los laat, dan …

“Als ik los laat, dan verlies ik mijn ambitie, dan weet ik niet of het wel goed komt, dan geef ik het verkeerde voorbeeld, dan neem ik mijn verantwoordelijkheid niet, dan neemt niemand zijn verantwoordelijkheid meer.”

Deze bezorgdheid spraken enkele managers uit die onlangs deelnamen aan een door mij begeleide training. We waren aan het werk vanuit de ervaring dat je ‘iets’ wilt verbeteren of voor elkaar wilt krijgen wat tot nu toe niet is gelukt. Een taaie kwestie in een relatie, situatie, project of ander topic.

Als zoiets speelt, lijkt het erop alsof we maar twee werkelijkheden kennen.  Aan de ene kant het bekende gevoel van hard werken om het te ‘fixen’. Aan de andere kant een verlangen of soms ook een advies om het dan maar los te laten. Dat laatste voelt dan onbevredigend, zelfs passief.

Verbeteren

Als je een taaie kwestie probeert te veranderen of te verbeteren, is het onvermijdelijk dat dit veel energie kost en dat je blikveld zich vernauwt. Je kunt lichamelijke reacties signaleren, zoals spierspanning, een druk hoofd enzovoort. De energiestroom in je lichaam raakt geblokkeerd, er is een vorm van stress, je vermogen tot inzicht en creativiteit neemt dramatisch af.

Los laten

Vaak hoor ik mensen zeggen dat ze iets moeten accepteren of los laten. Dat klinkt soms inderdaad onbevredigend en passief. En het lukt ook niet echt. Van binnen blijft er iets knagen. Een gevoel van frustratie, ergernis, teleurstelling, machteloosheid of moedeloosheid.

Wat is acceptatie echt?

Accepteren is niet synoniem met passiviteit, berusting of overeenstemming. Accepteren is een wérkwoord met soms veel innerlijk werk. Acceptatie is synoniem met een heldere waarneming van wat is. Vanuit die helderheid ontvouwen zich de daden en handelingen die we te verrichten hebben om verder te komen. Accepteren is dus heel actief.

Andere werkelijkheid

Naast ‘verbeteren’ en ‘laat maar gaan’ is er een andere werkelijkheid. Daarin is er geen verzet tegen de realiteit en er is geen verplicht los laten. Wat is er dan wel? Het lichaam is in balans, in afstemming tussen hoofd, hart en buik. De geest is helder en rustig. De energie kan vrij stromen. Het eigen vermogen tot inzicht en creativiteit is moeiteloos toegankelijk. Even afstand nemen, voelen en reflecteren is een eerste stap in die andere werkelijkheid.

Alles kan werken en alles kan niet werken

Deze week volgde ik een discussie op een van mijn linkedin-groepen. Een collega-coach had de vraag gesteld welke methode geschikt zou zijn voor een cliënt met een bepaalde vraag. Een stroom aan suggesties en methoden kwam los en gedachten wat er wel of niet zou werken.

Nu ligt voor mij het programma van de Dag van de Coaching, Counseling en Communicatie op 11 juni in Centrum Djoj in Rotterdam (www.djoj.nl), waaraan ik een bijdrage mag leveren. Een mooi en gevarieerd aanbod aan coachmogelijkheden zal die dag gepresenteerd worden.

Vanuit mijn persoonlijke ervaring denk ik dat alles kan werken en niet kan werken. Op een gegeven moment ben ik geraakt door The Work of Byron Katie. Is die methode nu beter of effectiever dan andere? Ik weet het niet. Met veel andere methoden heb ik ook gewerkt en die hadden op mij minder of geen effect. Volgens mij gaat het zo met iedereen.

Wanneer is het mijn tijd, waar stel ik me voor open, waar ben ik aan toe, wat komt er binnen? En dit zijn geen keuzen die je maakt of beslissingen die je neemt. Het gebeurt wel of het gebeurt niet: ‘life is a happening’. Er zo naar kijken maakt me los en ontspannen in het doen van The Work. Ik hoef niemand ervan te overtuigen dat het een effectieve methode is. Of iets wel of niet werkt, daarover heb ik geen controle.

Wie zou je zijn zonder vergelijking?

“Wie zou je zijn zonder vergelijking?” Deze vraag werd mij deze week aangereikt. Een geweldige vraag die nieuwe openingen biedt.

Vergelijking met anderen leidt tot een innerlijke beweging van iets willen of iets afwijzen. Gedachten die bij deze beweging horen, zijn bijvoorbeeld: ‘Hij is succesvoller dan ik’, ‘Het is oneerlijk dat mij dat niet lukt (en hen wel)’, ‘Zij ziet er leuker uit dan ik’, ‘Ik zie er beter uit dan hij’ en zo gaat deze rij van gedachten eindeloos door. Het effect van dit type vergelijkingen is dat je jezelf, degene die je werkelijk bent, kwijt raakt.

Een andere bekende vorm van vergelijken is de vergelijking met een verleden of met een gewenste toekomst. ‘Het is nu beter/slechter dan toen’, ‘Over 2 jaar moet ik daar staan (en dat is beter dan waar ik nu ben)’ en zo gaat deze rij van gedachten ook eindeloos door. Het effect van dit type vergelijkingen is dat je niet volledig aanwezig bent in het nu.

Vergelijking leidt uiteindelijk altijd tot onvrede of teleurstelling. Als je ontevreden bent over jezelf of over een actuele situatie, kijk dan eens met wie of wat je je vergelijkt. En stel jezelf vervolgens de vraag:

wie zou ik zijn op dit moment zonder vergelijking met anderen of zonder vergelijking van het nu met het verleden of de toekomst?