Van vastzitten naar losmaken

In de afgelopen weken, toen ik aan het schrijven was aan deze aflevering van mijn blogserie ‘Gemoedsrust in ‘gewonigheid’’, werkte ik met een aantal mensen samen die stuk voor stuk zeiden dat ze vast zaten in ‘oud’ gedrag en daardoor geen gemoedsrust hadden. En toen kreeg ik zelf ook te maken met ‘oud’ gedrag en verstoring van mijn gemoedsrust. Daarom in deze aflevering aandacht voor vastzitten in ‘oud’ gedrag en hoe daar losser in te worden.

Hittemoment

Mijn ‘oude’ gedrag stak de kop op tijdens een projectoverleg. Vol enthousiasme had ik aan bepaalde zaken gewerkt en ik verwachtte een soortgelijke instelling van de anderen. Die reageerden echter niet of nauwelijks, ze leken vooral afwachtend. Ik voelde mijn lichaamstemperatuur stijgen. Gevoelens van teleurstelling en ergernis kwamen op. Zo’n ervaring noem ik een hittemoment. Tijdens het overleg scande ik snel voor mezelf een aantal mogelijkheden, zoals er tegenin gaan of afhaken. Het werd innerlijk afhaken. Met een gedachte als “Ze zoeken het maar uit”. Na het overleg kwam er nog een bekende reactie voorbij, namelijk achteraf contact zoeken met anderen en dan natuurlijk alleen medestanders. Die mogelijkheid heb ik met een glimlach aan me voorbij laten gaan.

Reflexen belemmeren

Afhaken en het zoeken van medestanders zijn populaire reacties van verzet. Afhaken zit in de categorie vluchten/vermijden, medestanders zoeken valt onder vechten/verdedigen. Dan heb je ook nog verstijven/verkrampen of verstandelijk wegredeneren. Herken je dat deze reflexen niet écht werken? De functie ervan is om het onprettige gevoel weg te nemen dat de aanleiding teweeg brengt. In mijn geval hielpen de reflexen mij om mijn teleurstelling niet te voelen en weg te blijven van een gevoel van verdriet dat daaronder ligt. Reflexen zijn dus niet nutteloos, maar ze beperken je enorm in het zien en toepassen van ruimere mogelijkheden.

Reflexen als vertrekpunt

Een aanleiding van buiten (in mijn geval reacties die ik niet had verwacht) zet een reflex aan. Een aanleiding kies je niet, die doet zich vanzelf voor. Vervolgens heb je wel een keuze hoe daarmee om te gaan. Klinkt eenvoudig en dat is het niet! Een reflex-reactie gaat namelijk supersnel in een netwerk van allerlei gedachten die in de kern neerkomen op: “ik zie het zó en dat is beter dan hoe jij het ziet”. Vasthouden aan verwachtingen die vervolgens niet blijken te kloppen met de realiteit, is ook een perfecte vastzetter. Hoe kom je dan losser van je automatische reflex?

Flexibel en onafhankelijk

Al eerder heb ik in deze serie inspiratie gedeeld uit de stoïcijnse filosofie. Volgens deze benadering is gemoedsrust het gevolg van mentale flexibiliteit en emotionele onafhankelijkheid. Mentale flexibiliteit ontwikkel je door je gedachten te onderzoeken en dan ontdek je dat er altijd andere zienswijzen mogelijk zijn dan die van jezelf. Emotionele onafhankelijkheid klinkt misschien kil. Dat is het echter niet. Er wordt mee bedoeld dat je niet in de greep raakt van een aanleiding en een automatische reflex-reactie. En dat je je ook niet gevoelsmatig afhankelijk maakt van wat andere mensen (van je) denken of van wat ze wel of niet doen.

Oefenen met geduld

Het begint ermee om je eigen gevoeligheid goed te kennen en te herkennen als die zich voordoet (in mijn geval doelgerichtheid en enthousiasme die op gespannen voet staan met een meer afwachtende en onderzoekende instelling). De stap na de herkenning en erkenning is het verduren van het onprettige gevoel (teleurstelling, verdriet). Onderstaande oefening is behulpzaam bij het ontwikkelen van emotionele onafhankelijkheid. Het is geen ‘quick fix’. Een snelle oplossing bestaat soms voor een auto of een ander ding, maar nooit voor menselijk gedrag. Door geregeld te oefenen gaat het wel effect sorteren. Mentale flexibiliteit, daar ga ik volgende keer over schrijven.

Lees verder in de volgende afleveringen:

  • Emoties als signaal
  • Er is altijd een keuze
  • Hoe houd je jezelf helder?
  • Van lijden naar leiden.

Al gepubliceerd:

Iets anders dan ‘fijne feestdagen’- 13 december 2017

Een ‘imperfecte’ realiteit – 30 december 2017

Van bestrijden naar waarnemen – 28 januari 2018

Wat ligt in je macht?  – 28 februari 2018

 

Oefening

Zoek een rustige plek op waar je niet gestoord wordt. Breng je aandacht naar binnen. Ervaar een recent  hittemoment dat jij hebt meegemaakt.

Ken jezelf:

  • Wat was voor jou belangrijk in die situatie?
  • Wat zijn je waarden en overtuigingen die daaronder liggen?
  • Waar botsten die mee?

Herken je gevoeligheid:

  • Wat was je fysieke reactie? Bijvoorbeeld lichaamstemperatuur, ademhaling, spierspanning, buikgevoel, borstgevoel, druk hoofd.
  • Welke emoties kwamen op?
  • Wat was je reflex-reactie? Bijvoorbeeld vechten/verdedigen, vluchten/vermijden, verstijven/verkrampen of verstandelijk wegredeneren.

Erken je gevoeligheid:

  • Wat was precies de aanleiding die je gevoeligheid prikkelde?
  • Was het iets wat iemand zei?
  • Of was het iets wat iemand deed?
  • Herken je die gevoeligheid ook in andere situaties?
  • Kun je je gevoeligheid bondig onder woorden brengen? Bijvoorbeeld: “Ik ben iemand die enthousiast, doelgericht en hard kan werken. In mijn enthousiasme heb ik dan weinig of geen begrip voor mensen die er anders in zitten. ”

Verduur het onprettige gevoel:

  • Ervaar op de rustige plek waar je nu bent, het onprettige gevoel dat bij je hittemoment hoort.
  • Hoe is het om dit onprettige gevoel nu niet weg te werken?
  • Hoe is het om dit gevoel nu gewoon toe te laten?
  • Kun je ervaren dat het dan toch als vanzelf verdwijnt?

Concrete en haalbare stap:

  • Wat is in dit hittemoment voor jou een concrete en haalbare stap om voorbij je reflex te komen?
  • Is jouw eerste stap iets fysieks? Bijvoorbeeld: opstaan en even bewegen, bewust adem halen, een glaasje water halen, letterlijk even op je handen gaan zitten, een voorwerp vastpakken e.d.
  • Is jouw eerste (of volgende) stap iets mentaals? Bijvoorbeeld: tot 10 tellen, even helemaal niets doen, je realiseren dat je een gedachte gelooft die niet klopt met de realiteit.

 

 

 

Van bestrijden naar waarnemen

Dit is de tweede aflevering van een serie over “Gemoedsrust in ‘gewonigheid’”. Een introductie op dit thema vind je in mijn blog van 13 december 2017 ‘Iets anders dan fijne feestdagen’. In de aflevering van 30 december 2017 heb ik een oefening aangereikt voor als je je verzet tegen de realiteit. In deze aflevering ga ik in op een alternatief voor dit verzet: een houding van bewuste waarneming. Een totaal andere houding die een wereld van verschil maakt.

Herken je het volgende? Dat je (soms of vaak) in gedachten strijdt met wat er gebeurt (“dit had niet mogen gebeuren”), strijd voert met je omgeving (“hij/zij zou anders moeten zijn of doen”) of de strijd aangaat met jezelf (“ik zou anders moeten zijn dan ik nu ben”).

Oplossen is niet de oplossing

Een populaire reactie in dergelijke situaties is een verandering of verbetering willen realiseren. Simpel gezegd: ik ervaar een probleem en daar wil ik vanaf. Deze houding komt voort uit een ‘fixing mind’. Een van mijn klanten heeft hiervoor de toepasselijke term ‘Willem Bever-mind’ bedacht. Het zijn gedachten die er op gericht zijn om iets op te lossen of weg te werken.  Een prachtig instrument van de menselijke geest dat in praktische en materiële situaties geweldig werk verricht. In veel werkzaamheden wordt een beroep op deze kwaliteit gedaan. Denk bijvoorbeeld aan IT’ers, architecten, ingenieurs of chirurgen.

Omdat de fixing mind zo’n waardevol en krachtig instrument is, denken veel mensen dat dit het enige instrument is om problemen op te lossen. En dat is niet waar! De fixing mind is zelfs een groot obstakel in situaties zoals beschreven in de eerste alinea. Een mooie uitspraak die dat illustreert, is: “Waar teveel wil is, is de weg zoek.” Maar wat helpt dan wel? Een andere houding!

Ingrediënten voor andere houding

Wat die andere houding is, is moeilijk onder woorden te brengen. Het gaat om met aandacht aanwezig zijn zonder iets te willen oplossen. Een houding die voortkomt uit een ‘presencing mind’. Maar hoe doe je dat? Daarvoor is geen kant-en-klaar recept. De ingrediënten zijn wel bekend. Hoe je daarmee voor jezelf een werkzaam recept maakt, is voor ieder mens anders. Jouw recept ontdek je door regelmatige oefening. De eerste stap is signaleren dat je schiet in de fixing mind, daar vervolgens niet in doorgaan en dan een of meer van de volgende ingrediënten toepassen:

  • Bewust adem halen (in door je neus, uit door je mond)
  • In stilte zijn
  • Mediteren
  • Bewegen (niet prestatiegericht)
  • In de natuur zijn
  • Afwisselend bewuste aandacht voor een van je zintuigen (kijken, horen, voelen, proeven, ruiken)

Emoties ontstaan in je hoofd

Deze ingrediënten vormen de voorwaarde om je aandacht naar binnen te brengen. Dan leer je je binnenwereld, die bestaat uit een continue stroom van gedachten en emoties, (beter) kennen en kun je deze gaan onderzoeken. En ga je ontdekken dat nare emoties uitsluitend het gevolg zijn van ‘denkdingen’. Bijvoorbeeld:

Ik voel me teleurgesteld omdat de realiteit anders is dan ik had verwacht. Dat kan zijn in de vorm van een gebeurtenis, gedrag van iemand anders of van jezelf. Het ‘denkding’ dat het vervelende gevoel of de emotie veroorzaakt, komt neer op: ‘Wat ik verwacht moet werkelijkheid worden’.

Emoties ontstaan dus niet doordat je een gevoelsmens bent, maar doordat je in je hoofd zit. De hiervoor genoemde ingrediënten zijn behulpzaam om je hoofd af en toe minder dominant te laten zijn. En er is meer. Lees daarom verder in de volgende afleveringen:

  • Wat ligt in je macht?
  • Van vastzitten naar losmaken
  • Emoties als signaal
  • Er is altijd een keuze
  • Hoe houd je jezelf helder?
  • Van lijden naar leiden.

Al gepubliceerd:

Iets anders dan ‘fijne feestdagen’- 13 december 2017

Een ‘imperfecte’ realiteit – 30 december 2017

 

 

 

 

 

 

 

Iets anders dan ‘fijne feestdagen’

Het is december, de maand die ‘feestmaand’ wordt genoemd. Nog even en dan wensen we elkaar weer ‘Fijne Feestdagen’ en een ‘Gelukkig Nieuwjaar’. Dat gun ik je van harte en toch ga ik dit jaar iets anders wensen, namelijk ‘Gemoedsrust in Gewonigheid’. Over deze wens ga ik de komende tijd 8 blogs schrijven. Nu een introductie op de komende serie.

Gemoedsrust

Wat is geluk precies? Een lastige vraag … en deze houdt mensen al eeuwenlang bezig. Tegenwoordig lijkt het nastreven van geluk soms op een project met doelstellingen, stappen en deadlines. Een project waarin je van alles wil of moet van jezelf om jouw geluk te realiseren. Geluk in je werk, je relatie, kinderen, je uiterlijk, je lichaam, je woning, vrije tijd, de feestdagen en ga zo maar door. Voor de een gaat het meer om dit, voor een ander meer om dat. Wat al deze ‘geluksfactoren’ gemeen hebben, is dat ze zich buiten jezelf bevinden. Hierdoor vormen ze allemaal een wankele basis om een gevoel van geluk aan te ontlenen. Zo is het er en zo wordt het je afgenomen. Bijvoorbeeld omdat je je baan kwijt raakt, je relatie op de klippen loopt, jij of een van je dierbaren ziek wordt, je rimpels of een hangbuikje krijgt, je vakantie zwaar tegenvalt, je belegde spaargeld steeds minder waard wordt, de feestdagen een bron blijken te zijn van stress of van andere vervelende gevoelens ….. en bedenk er uit eigen ervaring nog maar wat bij.

Als je teruggaat in de tijd, kun je waardevolle dingen ontdekken waar je soms meer aan hebt dan aan de moderne (sociale) media. Zo neem ik graag een kijkje bij de filosofen Seneca en Epictetus. Zij beschouwen gemoedsrust als de enig ware vorm van geluk. Seneca is van mening dat gemoedsrust ontstaat door de afwezigheid van fysieke pijn en door de afwezigheid van geestelijke pijn in de vorm van stressvolle gedachten. In zijn visie is afwezigheid van iets een bron van geluk en juist niet de aanwezigheid van iets of iemand. Epictetus gaat een stapje verder. Als stoïcijn vindt hij de afwezigheid van stressvolle gedachten voldoende. Volgens hem is er dan ook gemoedsrust bij fysieke pijn. Klinkt dit onzinnig of utopisch? Ik nodig je uit om de komende serie blogs te volgen. Daarin krijg je naast informatie praktische tips en oefeningen voor het realiseren van gemoedsrust.

Gewonigheid

Het woord ‘gewonigheid’ ontleen ik aan de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter die dé ziekte van deze tijd noemt het idee dat ons leven vooral leuk moet zijn. Vanuit mijn ervaring als coach kan ik daaraan toevoegen dat deze ziekte ook het werk van veel mensen heeft geïnfecteerd. Werk moet namelijk ook erg leuk zijn, je moet je dromen najagen totdat je je passie hebt kunnen realiseren. En  o jee, als dat (nog) niet lukt …  dan zijn stress, frustratie en teleurstelling je droevig lot. De werkelijkheid op veel werkplekken is echter – wat ik noem – ‘imperfect’. En of jij nu blijft dromen of je passie probeert te realiseren, het blijft meestal behoorlijk ‘imperfect’.  Waar je in heel veel (werk)situaties echt veel meer aan hebt, is je met veerkracht leren verhouden tot een ‘imperfecte’ realiteit. Met De Wachter ben ik van mening dat velen van ons moeite hebben om te accepteren dat het leven (en het werk) af en toe een klein beetje gewoon zijn en ook een klein beetje verdrietig. Hoe zou het zijn als we daarin meer gemoedsrust zouden kunnen ervaren? Vandaar mijn Nieuwjaarswens 2018:  ‘Gemoedsrust in gewonigheid’.

In de komende blogs schrijf ik over:

  • Een ‘imperfecte’ realiteit
  • Van bestrijden naar waarnemen
  • Wat ligt in je macht?
  • Van vastzitten naar losmaken
  • Emoties als signaal
  • Er is altijd een keuze
  • Hoe houd je jezelf helder?
  • Van lijden naar leiden.

 

 

 

 

 

 

Tien manieren om The Work niet te doen

‘The Work van Byron Katie’ is een werkwijze om te onderzoeken hoe je je verzet tegen een realiteit die je niet bevalt. In het onderzoek ontdek je hoe je anders, meer ontspannen kunt omgaan met deze realiteit. Dit betekent niet dat er nooit meer iets zal zijn wat je niet bevalt. Je verruimt wel aanzienlijk je mogelijkheden om met lastige of moeilijke situaties en gebeurtenissen om te gaan.

The Work bestaat uit vier vragen en een omkering. Dat lijkt heel eenvoudig. Het daadwerkelijk toepassen is soms helemaal niet makkelijk. Toen ik aan mijn onderzoek met The Work begon, werkte het aanvankelijk heel goed. Ik had minder stress en werd rustiger. Later nam dat effect af en liep ik er soms gefrustreerd in vast. Terwijl ik juist dacht dat ik goed bezig was.

Zo doe je The Work niet

Wat was er aan de hand? In feite deed ik toen niet echt The Work. Grace Bell, een collega gecertificeerd begeleider  in The Work, heeft tien manieren verzameld die ervoor garant staan dat je van alles doet behalve The Work. Welke zijn dat?

  1. Schrijf nooit een werkblad. Schrijf sowieso nooit iets op. Doe het onderzoek uitsluitend in gedachten. Stel jezelf alleen de vragen die je je op dat moment kunt herinneren.
  2. Als iemand je irriteert, boos of bang maakt, ga dan jezelf de les lezen. Word boos op jezelf omdat je nog steeds zo van streek kunt raken. Probeer met behulp van The Work jezelf zo snel mogelijk te ‘fixen’ naar een toestand waarin je niet meer zo van streek raakt. (Dit was indertijd mijn favoriete manier.)
  3. Doe The Work uitsluitend op gedachten en oordelen over jezelf. Je hebt geen enkel oordeel over wie dan ook. Dat stadium ben je namelijk al lang voorbij. Jij weet immers dat het altijd over jezelf gaat.
  4. Noteer stressvolle gedachten of oneliners die opkomen, zoals ‘Hij luistert niet naar me’. Schrijf alleen deze losse gedachten op en geen volledig werkblad.
  5. Stel jezelf vraag 1: “Is het waar?” en reageer in de trant van: “Wat is waar?” of “Niets is ooit helemaal waar”. Besteed geen tijd aan het onderzoek van de eerste vraag. Ga door met de volgende vraag.
  6. Als je antwoord geeft op vraag 2: “Is het absoluut waar?”, ga dan uitleggen waarom het volgens jouw professionele mening wel of niet waar is. Iets als: “Wel, het is waar omdat …” en vertel een lang en genuanceerd verhaal met zijpaden en voetnoten.
  7. Als je bij vraag 3 bent aangekomen: “Hoe reageer je, wat gebeurt er als je de gedachte gelooft?”, stort je dan in een verhaal hoe deze persoon niet alleen in de recente situatie jou iets aandeed maar ook al vorig jaar, het jaar daarvoor en eigenlijk al zolang je hem of haar kent. Dat anderen ook problemen met hem/haar hebben, dat het dus zeker niet aan jou ligt. Geef vele voorbeelden waaruit blijkt dat jij met een vreselijk mens te maken hebt (gehad). Maak duidelijk dat jij slachtoffer bent.
  8. Bij vraag 4: “Wie zou je zijn zonder die gedachte?” raak je aardig in de war. Steek je handen in de lucht en zeg “Ik heb geen flauw idee”. Zeg dat je niet genoeg verbeeldingskracht hebt en dat je je werkelijk niet kunt voorstellen hoe het zou zijn zonder de gedachte. Of nog beter, dat je leven zonder die gedachte zelfs onmogelijk zou worden.
  9. Als je een stressvolle gedachte hebt, sla de vier vragen over en ga direct naar de omkeringen. Als je bijvoorbeeld de gedachte hebt ‘Ik ben bang van mijn baas’, keer je deze gedachte meteen om naar: ‘Ik ben niet bang van mijn baas’. En dan spring je een gat in de lucht: “Yeah! Dat is ‘t. Natuurlijk ben ik niet bang van mijn baas”.
  10. Elke stressvolle gedachte die je hebt over iemand anders, keer je onmiddellijk om naar jezelf. Bijvoorbeeld ‘Hij liet me in de steek’ wordt meteen ‘Ik liet mezelf in de steek’. Hiermee heb je een excuus om nooit met iemand een moeilijk gesprek te hoeven aangaan, verbinding te zoeken of iets te veranderen. Voel je vooral beroerd over jezelf.

Wat werkt wel?

Ben je er nog? En … kun je er ook om lachen? Dat hoop ik echt. The Work werkt fantastisch, is eenvoudig en niet makkelijk. Wil je ervaren hoe je The Work kunt doen op een manier die werkt? Neem dan contact met mij op of met een andere gecertificeerde begeleider.

 

 

 

 

 

 

Tem je geest, dat wilde beest

Een van de beste boeken dat ik de laatste tijd heb gelezen, heet ‘Tem je geest’. Niet een titel waarbij je direct in de lach schiet. En bij de ondertitel ‘Gids voor geestelijk welzijn’ moet ik al een geeuw onderdrukken. Wie zich daardoor niet uit het veld laat slaan en toch in dit boek duikt, zal verrast zijn. Ik heb er veel van geleerd en meermalen schoot ik in een daverende lach. Dat is wel toevertrouwd aan de auteur: Ruby Wax, een bekende Britse comédienne en TV-persoonlijkheid die weet hoe ze de lachers op haar hand krijgt.

Geen zweverig gedoe

Ruby Wax heeft jarenlang gekampt met depressiviteit en angsten. Op een gegeven moment nam ze het besluit om zich in mindfulness te storten.  Een gewaagde stap voor iemand die wars is van zweverig gedoe. Heerlijk hoe ze schrijft over haar scepsis om zich in te laten met bijvoorbeeld meditatie. “Ik dacht dat het een boeddhistisch iets was waar je woorden moest gebruiken als shoerana moertisoegamoetismanjannanaan. Ook was ik niet van plan om een of andere olifant met duizend armen of een glimlachende dikke man te aanbidden. Voordat ik me ergens mee inlaat, wil ik altijd dat dingen concreet zijn.”  Ze ging studeren aan Oxford University om zich bij professor Mark Williams wetenschappelijk te scholen in mindfulness gebaseerd op cognitieve therapie. En dat niet alleen, ze ging het ook daadwerkelijk dóen.

Multitasking en zeurende stemmetjes

Haar wens tot concreetheid heeft een super praktische handleiding (met wetenschappelijke onderbouwing) opgeleverd voor alle ‘normale’ en ‘gekke’ gekken die gestoord worden van multitasking en van die eindeloos zeurende stemmetjes in ons hoofd die altijd maar kritiek hebben en hartstikke veeleisend zijn. Een handleiding dus voor mij en voor jou, voor iedereen.

Ontspanning is niet het doel

Mindfulness is bewust aandacht besteden aan dit moment, op een niet-veroordelende manier. Je probeert niet om dingen te veranderen, het gaat zelfs niet om ontspanning, maar om het waarnemen van wat er gebeurt zonder het gebruikelijke kritische commentaar. Wat hiervoor staat, klinkt eenvoudig en misschien is het voor jou wel  een open deur. In mijn ervaring is het daadwerkelijk toepassen ervan verre van eenvoudig. De meesten van ons schieten namelijk als vanzelf in de stand van iets vervelends willen oplossen, wegwerken of ‘fixen’. Zo hebben we het geleerd en dat is ook de norm in onze cultuur.

Hard werken aan een oplossing

Ik merk dat in mijn werk aan de vele pogingen die mensen ondernemen om ‘positief’ te denken, ‘om te denken’ of belemmerende gedachten te vervangen door helpende gedachten.  Allemaal hard werken om een oplossing van welke aard dan ook te realiseren. 

Blijf erbij en kijk ernaar, zonder oordeel

Steeds weer proberen gedachten, gevoelens te veranderen, is wat ons uiteindelijk uitput. Door je aandacht te richten op wat er op dit moment gebeurt, gaat het je opvallen dat gedachten geen feiten zijn. Ze zijn constant veranderende patronen; ze komen en gaan, transformeren, verspreiden zich en lossen op. De handleiding van Wax bevat praktische oefeningen die helpen bij deze bewustzijnsontwikkeling. En een afsluiting in de stijl van Wax:

Als je je tijdens het lezen van deze tekst helemaal bewust was van de woorden en hun betekenissen, als je geen afleidende gedachten kreeg en tegelijk ook de geluiden om je heen waarnam, je ademhaling, je voeten op de grond, hoe je lichaam de stoel of bank raakt waarop je zit, dan ben je een verlicht wezen. Stop met lezen, bel de Dalai Lama. Je bent zijn opvolger.

Ruby Wax, Tem je geest, uitgeverij Spectrum, isbn 978 90 00 33462 9

 

 

 

 

 

 

Met The Work aan het werk

Elke maand heb ik een afspraak met een collega, waarbij we ieder inbrengen wat ons op dat moment bezig houdt. Soms gaat het om een belangrijke levensvraag, maar heel vaak is het een akkefietje. Je denkt bijvoorbeeld dat je te weinig tijd hebt voor een project of je stoort je aan een collega die zich niet aan een afspraak houdt. Geen wereldschokkende problemen, maar alledaagse akkefietjes. We onderzoeken binnen een uur tijd onze gedachten met een werkwijze die bekend is als The Work. Elke keer opnieuw vind ik het fascinerend om te ervaren welke enorme kracht gedachten hebben als je je ermee identificeert. Niet-onderzochte gedachten nemen je in de houdgreep: ze bepalen hoe je je voelt, hoe je energie is, hoe je je gedraagt.

Op het werk

In mijn werk als coach hoor ik hoe mensen op het werk sommige situaties ervaren. Hier een willekeurige selectie van ‘verhalen’ die illustreren hoe we op verschillende organisatieniveaus kunnen kijken en denken.

Professionals: “Ze willen gewoon van een aantal mensen af en nu hebben ze een stok om mee te slaan.” “Nou, ik laat het maar op me afkomen. Ik zie wel.” “ Weer een nieuwe manager. Echt zo’n hittepetit. Deze overleef ik ook wel.”

Projectmanagers: “Het is een en al politiek gedoe. Daar wil ik me niet mee inlaten. Dat voelt niet integer. Zo wil ik niet zijn.” “Ik moet meer omzet bij deze klant weghalen. Voel me onder druk staan. Ik weet niet of me dat gaat lukken.” “Misschien wil ik wel weg, maar ja, in deze tijd, moeilijk, moeilijk.”

Teammanagers: “Ze zijn in de weerstand. Ze willen niet veranderen.“ “Ze zitten er te lang, zijn te oud, ze zijn niet meer flexibel.” “Ik wil ze meekrijgen, heb van alles geprobeerd maar het lukt nog niet.”  “Hij moet het nu toch zelfstandig kunnen oplossen.” “Ik laat haar bewust zwemmen, dan krijg ik vanzelf te zien wat ze echt waard is.”

Wegwerken

Ieder van ons heeft manieren ontwikkeld om met minder aangename situaties om te gaan. Zo proberen we dingen te ontduiken of te negeren, we maken het minder belangrijk door te bagatelliseren of weg te redeneren. Ook populair is om de schuld op anderen te schuiven of om jezelf wat wijs te maken. In ieder geval is alles erop gericht om het vervelende gevoel van de onaangename situatie weg te werken. Hoe divers de reacties ook kunnen zijn, in wezen gaat het steeds om eenzelfde soort reactie: een reflex in de trant van Vechten, Vluchten, Vermijden.

Met The Work aan het werk

En wat nu als we reflex zouden vervangen door reflectie?  The Work biedt daarvoor een heldere en effectieve werkwijze. Je zet het akkefietje in het volle licht, je kijkt in detail wat er gebeurt als je je met bepaalde gedachten identificeert. Door dit te doen, doet zich een verschuiving voor in je manier van kijken. En wat gebeurt er dan? Een paar reacties na één sessie: “Verhelderend.” “Opgeruimd.” “Prima inzichten die heel bruikbaar zijn.” “Het heeft me zachter gemaakt.”

Wil je ook in een uur ervaren hoe je anders kunt omgaan met een akkefietje op je werk? Neem dan contact met mij op.

Als ik los laat, dan …

“Als ik los laat, dan verlies ik mijn ambitie, dan weet ik niet of het wel goed komt, dan geef ik het verkeerde voorbeeld, dan neem ik mijn verantwoordelijkheid niet, dan neemt niemand zijn verantwoordelijkheid meer.”

Deze bezorgdheid spraken enkele managers uit die onlangs deelnamen aan een door mij begeleide training. We waren aan het werk vanuit de ervaring dat je ‘iets’ wilt verbeteren of voor elkaar wilt krijgen wat tot nu toe niet is gelukt. Een taaie kwestie in een relatie, situatie, project of ander topic.

Als zoiets speelt, lijkt het erop alsof we maar twee werkelijkheden kennen.  Aan de ene kant het bekende gevoel van hard werken om het te ‘fixen’. Aan de andere kant een verlangen of soms ook een advies om het dan maar los te laten. Dat laatste voelt dan onbevredigend, zelfs passief.

Verbeteren

Als je een taaie kwestie probeert te veranderen of te verbeteren, is het onvermijdelijk dat dit veel energie kost en dat je blikveld zich vernauwt. Je kunt lichamelijke reacties signaleren, zoals spierspanning, een druk hoofd enzovoort. De energiestroom in je lichaam raakt geblokkeerd, er is een vorm van stress, je vermogen tot inzicht en creativiteit neemt dramatisch af.

Los laten

Vaak hoor ik mensen zeggen dat ze iets moeten accepteren of los laten. Dat klinkt soms inderdaad onbevredigend en passief. En het lukt ook niet echt. Van binnen blijft er iets knagen. Een gevoel van frustratie, ergernis, teleurstelling, machteloosheid of moedeloosheid.

Wat is acceptatie echt?

Accepteren is niet synoniem met passiviteit, berusting of overeenstemming. Accepteren is een wérkwoord met soms veel innerlijk werk. Acceptatie is synoniem met een heldere waarneming van wat is. Vanuit die helderheid ontvouwen zich de daden en handelingen die we te verrichten hebben om verder te komen. Accepteren is dus heel actief.

Andere werkelijkheid

Naast ‘verbeteren’ en ‘laat maar gaan’ is er een andere werkelijkheid. Daarin is er geen verzet tegen de realiteit en er is geen verplicht los laten. Wat is er dan wel? Het lichaam is in balans, in afstemming tussen hoofd, hart en buik. De geest is helder en rustig. De energie kan vrij stromen. Het eigen vermogen tot inzicht en creativiteit is moeiteloos toegankelijk. Even afstand nemen, voelen en reflecteren is een eerste stap in die andere werkelijkheid.

Als je vakantiegevoel is verdwenen

“Welke dag is het vandaag?”, vroeg Pooh. “Het is vandaag”, antwoordde Knorretje. “Oh, mijn favoriete dag”, zei Pooh.

In deze uitspraak van beer Winny-the-Pooh schuilt grote levenskunst  die makkelijk aan ons voorbijgaat. Zelfs  in situaties die vrij prettig kunnen zijn, zoals een vakantie.

Vakantiestress

Deze zomer is onder ruim 1.000 Nederlanders een onderzoek gehouden naar vakantiestress. Ja, onderzoekers verzinnen – ook als er geen echt werk is – altijd wel iets. Maar dat is een ander onderwerp.

Goed, het vakantie-onderzoek dus. Daaruit blijkt dat we in de stress schieten als het weer tegenvalt,  de camping of het hotel niet is wat we ons op basis van de plaatjes hadden voorgesteld, als we ons in onbekende gebieden en situaties begeven. Herkenbaar?

Altijd verder en anders

Voor mij wel. Deze zomer heb ik twee weken met volle rugzak door de Franse Alpen gelopen en bijna vier weken door het zuidwesten van de USA gereisd. Beide fantastische  tochten. Door mijn ervaringen diende zich onderweg een motto aan:  “Het is altijd verder en anders dan je denkt.”

De afgelopen weken reisde ik een paar keer  in de spits per trein door Nederland. Veel gesprekken die ik in een coupé of op een perron opving, leken  als onderwerp  te hebben: HET WEER of  HET WERK. Het waren geen opgewekte gesprekken. HET WEER was hopeloos, de herfst al begonnen, op HET WERK deden ze maar wat en aan je baas of collega’s had je ook weinig tot niets. Geen wonder dat je vakantiegevoel dan snel verdwijnt. Ook dat schijnt bevestigd te worden door een ander onderzoek.

Wat leren we van een beer en een hond?

We kunnen veel leren van een beer die in een paar woorden de essentie van levenskunst weergeeft. Of van een hond en een kat. Luister eens naar hun dagboeken:

The Dog and Cat Diary

Tijdens mijn reizen deze zomer heb ik op elk moment dat er iets tegenviel, hardop of alleen in mezelf gezegd: “Oh boy, my favourite.”  Ik heb me voorgenomen om deze gewoonte erin te houden. En wie kies jij te zijn als het even niet meevalt? Kat of hond?

 

 

Wat te doen aan werkstress, beroepsrisico nummer 1?

Deze week is bekend geworden dat minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de komende vier jaar samen met werkgevers en werknemers werkstress verder bespreekbaar gaat maken en aanpakken. De Inspectie SZW gaat de komende jaren extra controleren op gezonde werktijden, werkdruk  en agressie op de werkvloer. Ook komt er een campagne ‘Check je werkstress’.

Asscher: “Het is vaak nog een taboe om over werkstress te praten, daar schamen werknemers zich voor. Maar de bekende uitspraak ‘van hard werken wordt niemand ziek’,  klopt in de praktijk niet. Met hard werken is niks mis, maar de randvoorwaarden om dit te kunnen doen moeten er wel zijn. Bijvoorbeeld dat je naast je werk ook de zorg op je kunt nemen voor een familielid of een vriend. En dat er op je werk geen sprake is van agressie, pesten en intimidatie. Ik wil dat het normaal wordt dat werkgevers en werknemers werkstress met elkaar bespreken en aanpakken.” Er komt een heel pakket aan maatregelen inclusief cao-afspraken.

Hoe gaan we om met elkaar?

Word ik blij van dit Haagse plan? Ten dele. Natuurlijk is het goed als er aandacht is voor werkstress, inderdaad beroepsrisico nummer 1. Alleen de Haagse spierballentaal waarin er nu over gesproken wordt, gaat voor mij voorbij aan een veel grotere waarheid. En die is dat we op heel grote schaal niet in staat zijn om op de werkvloer met elkaar op een vitaliserende manier om te gaan. Op sommige werkvloeren is er sprake van agressie, pesten en intimidatie. Maar  op vrijwel alle werkvloeren is er sprake van niet/slecht luisteren, het in stand houden van eigen aannames en (voor)oordelen, opereren vanuit  innerlijke beelden in plaats van feitelijke realiteiten.

Deze processen verstoren menige samenwerkingsrelatie op een zodanige manier dat  (langdurige) stress ontstaat met soms burn-out als gevolg. Kortom, onze innerlijke conditie waarmee we naar onze werkomgeving kijken en daarin optreden, kan een stevige opfrisbeurt gebruiken.

Bespreekbaar maken?

Deze week had ik een afspraak met een cliënt die stress ervaart in  de samenwerking met zijn baas. Er is absoluut geen sprake van agressie, pesten en intimidatie. En wel van een ongezonde, energievretende werkrelatie, althans voor mijn cliënt. Hij zat al meermalen  met de vraag om bepaalde zaken met zijn baas bespreekbaar te maken. Deze week zei hij dat hij afziet van ‘bespreekbaar maken’.  Zijn innerlijke conditie is inmiddels zodanig getransformeerd dat hij zijn eigen gedrag anders kan richten. Hierdoor zijn er positieve veranderingen in de werkrelatie met zijn baas. En die innerlijke transformatie gaat zeker nog door. Deze week zei hij: “Weet je, ik kan dit wel met mijn baas bespreken, maar hij zal het waarschijnlijk niet eens begrijpen. We zitten zo anders in elkaar.”

Zaken bespreekbaar maken, als we met elkaar onvoldoende de kunst en kunde van luisteren beheersen, zal weinig zin hebben. Zal zelfs meer kapot maken dan je lief is. Zaken regelen in cao’s leidt tot bureaucratiseren en protocolleren van wat zich individueel en specifiek afspeelt in de ‘intimiteit’ van de directe werkrelatie. Gaat niet werken.

Wat werkt wel?

Wat werkt wel? Mensen (leidinggevenden en medewerkers) tijdig begeleiden in de vorm van coaching, counseling of mentoring als zij moeite hebben met mensen en situaties op het werk.
Minister, werkgevers en werknemers, ga hiervoor geld vrij maken. Kost ook minder dan een nationale reclamecampagne.

 

Er moet iets veranderen

Velen zijn professioneel bezig om iets te veranderen. Vaak met hart en ziel. En dat is mooi, totdat de realiteit ons onaangenaam verrast: er wordt gesnoeid in het budget, er gaat een streep door het project, er wordt getornd aan kwaliteitscriteria enzovoort. Als je dan emotioneel reageert of stoer rationaliseert, is dat een signaal dat je uit balans bent en niet meer in je kracht. Kun je zon ineffectieve reactie voorkomen?

 

Dit gaat over verschillende ‘states of mind’. Een bekende ‘state of mind’in bedrijven is om je te identificeren met wat je doet. Sterker nog: het wordt aangemoedigd. Het wordt geweldig gevonden om ergens helemaal voor te gaan. Je bént je project of de gewenste verandering.

 

Een totaal andere ‘state of mind’is om het beste te geven wat je kunt én je er tegelijk van los te maken. Het werk is niet van jou, jij bent niet je werk en je werk is niet jou. In die state of mind ben je open en helder voor alles wat zich aandient.

 

De vraag is hoe kom je van de ene state of mind in de andere? De eerste stap is signaleren dat je je ergens in vastbijt, dat het wel heel erg belangrijk voor je is om iets te realiseren, van anderen gedaan te krijgen. Lichte of grote stress, weerstand en manipulatie zijn indicatoren hiervan.

Een andere stap is om jezelf en je team de volgende vraag te stellen: wat zijn nu goede redenen waarom ons idee/plan vooral niet moet worden gerealiseerd? Besteed aan de beantwoording van deze vraag serieus tijd en aandacht voordat je verder gaat met het realiseren van je plan. Helder, doelgericht én bereid om ieder moment bij te stellen of los te laten.