Met hart en ziel

Hoewel ik niet geloof in de ‘tien gouden tips die je leven veranderen’, ga ik me er dit keer aan wagen. Onder anderen geïnspireerd door onderzoekster Brené Brown.  In haar jarenlang onderzoek onder duizenden mensen naar gevoelens en effecten van schaamte, schuld en angst ontdekte ze grote verschillen in levenshouding. Zo ontstonden er twee lijstjes. Een lijstje met ‘Niet’ en een lijstje met ‘Wel’. ‘Wel’ staat voor ‘bezielde’ mensen, mensen die met hart en ziel leven. ‘Niet’ voor mensen die anders leven. Wat kwam er op die lijstjes te staan?

Wel: eigenwaarde, rusten, spelen, vertrouwen, geloof, intuïtie, hoop, authenticiteit, liefde, verbondenheid, geluk, dankbaarheid, creativiteit.

Niet: perfectionisme, gevoelens dempen, behoefte aan zekerheid, uitputting, niemand nodig hebben, vergelijken.

Niet zo moeilijk om te kiezen wie je wil zijn, toch?

Voordat ik je nu tien gouden tips geef, verklap ik eerst het allerbelangrijkste. Vrijwel niemand zit permanent in het een of in het ander. We leven meestal in een soort pendel tussen al die prachtige dingen die bij ‘Wel’ staan en die andere dingen die bij ‘Niet’ staan. De grootste leugen die we onszelf kunnen wijs maken is dat  – als je hard genoeg aan je ontwikkeling werkt – dat je dan vanzelf beloond wordt met al het moois van het lijstje ‘Wel’.

Met dit als belangrijk uitgangspunt volgen hier dan toch tien gouden tips.

  1. Geloof niet meer in de leugen van drukte als statussymbool. Neem de tijd om te spelen en te ontspannen. Word je bewust van jouw toegevoegde waarde zonder productiviteit als enige maatstaf.
  2. Lach, zing en dans. Zorg voor afwisseling tussen ernst en ‘normaal’ doen en plezier maken en ‘gek’ doen.
  3. Word je bewust waar en wanneer je stress ervaart. Breng kalmte en stilte in je leven.
  4. Zie onder ogen je neiging tot zelfverdoving (afleiding) en machteloosheid. Ontwikkel veerkracht.
  5. Zie onder ogen je neiging tot perfectionisme. Vergroot je zelfcompassie (bijvoorbeeld als een of meer van deze gouden tips ‘niet lukken’).
  6. Zie je behoefte aan zekerheid onder ogen en experimenteer met je intuïtie.
  7. Wees je bewust wanneer je gaat vergelijken met anderen en stop daar mee. Geef je creativiteit de ruimte.
  8. Zie je overtuigingen over zinvol werk onder ogen en onderzoek ze. Ze hoeven namelijk niet waar te zijn!
  9. Zie onder ogen je gevoel van schaarste en durf ‘om’ te denken, vanuit overvloed. Vier dankbaarheid en geluk.
  10. Zie onder ogen je angst voor wat anderen van je denken. Laat zien wie jij bent.

 

 

 

Durf eens niet te ‘klikken’

Deze foto heeft een bijzondere betekenis voor mij. Hij is afgelopen voorjaar gemaakt op een strand van Vancouver Island, voor de westkust van Canada. Op een vroege zondagmorgen op het stille strand kijk ik uit over de zee; daar ligt die onmetelijke Pacific. Een moment in een grootse natuur waarbij ik me klein voel en vol overgave, me verbonden voelend met het prachtige mysterie van ons leven op aarde. Totdat mijn fotograferende lief me roept en zegt: “Kijk eens. Wat zie je?” Ik zie waterbelletjes opborrelen vanuit  het zand. Dan zegt hij: “Kijk eens anders. Wat zie je als je in de belletjes kijkt?” En ja, dan zie ik veel meer. “Zo kun je dus ook kijken”, zegt hij.

Zo kun je dus ook kijken

“Zo kun je dus ook kijken” is een kernachtige typering van mijn werk als coach. Het gaat om leren kijken naar je manier van kijken, ontdekken dat andere manieren van kijken altijd mogelijk zijn en dat daardoor je eerste manier van kijken kan transformeren. Het onderstaande gedicht geeft dit mooi weer.

Als ik blijf kijken zoals ik altijd heb gekeken
Blijf ik denken zoals ik altijd heb gedacht

Als ik blijf denken zoals ik altijd heb gedacht
Blijf ik geloven zoals ik altijd heb geloofd

Als ik blijf geloven zoals ik altijd heb geloofd
Blijf ik doen zoals ik altijd heb gedaan

Als ik blijf doen zoals ik altijd heb gedaan
Blijft mij overkomen wat mij altijd overkomt

Maar als ik nu voor even
buiten mijn cirkel durf te kijken…

Loslaat zoals ik altijd heb gedacht en geloofd
en eens niet doe zoals ik altijd heb gedaan…

Dan zal ik zien wat ik nog nooit heb gezien,
dan gaat er een wereld voor mij open!

De magische ‘klik’

Een wijd verbreide manier van kijken in het coachvak is dat er een ‘klik’ moet zijn tussen de coachee en de coach. Voor iedereen herkenbaar. We vinden het belangrijk dat het ‘klikt’, met een vriend of vriendin, een familielid, een collega, een leidinggevende en vul maar aan. Hoewel we meestal niet precies weten wat het is, willen we graag een ‘klik’. Als er geen ‘klik’ is, gaan we de samenwerking niet aan, ontwijken we de ander of gaan we een of andere strijd aan.

Is het belangrijk of zelfs wenselijk dat er een ‘klik’ is? De coach die je vanwege een goede ‘klik’ uitkiest, is niet altijd de beste coach. In mijn ervaring leer ik het meest over mijn manier van kijken als er sprake is van wat minder ‘klik’. Een cliënt vertelde me onlangs dat hij besloten had om met mij in zee te gaan niet vanwege een ‘klik’ maar vanwege een ongemakkelijk gevoel waarmee hij iets wil doen.  Dat waardeer ik zeer, want daar is moed voor nodig. Moed om je open te stellen voor het onbekende, voor ongemak, voor niet-weten en voor ontdekken. Pas dan gaat er een wereld open.

In 2016 wens ik mezelf en jou toe dat we durven om niet te ‘klikken’ en dat we de moed hebben om ons open te stellen voor wat zich dan zal ontvouwen. Een mooi jaar gewenst rijk aan perspectieven!

 

 

 

 

 

 

 

Een nieuwe werkelijkheid

Deze week heb ik voor het eerst vluchtelingen ontmoet. De media staan er al maanden vol van. Maar ik had er nog niet een met eigen ogen gezien.

Het is een stormachtige namiddag. De trein heeft vertraging. Het perron is vol. Uit de omroepinstallatie klinkt een stem die meldt dat de trein wegens een defect in twee afzonderlijke delen zal binnenrijden (?). Even later arriveert er toch een normaal uitziende trein, zij het wat korter dan anders. Ervaren treinreiziger als ik ben glip ik snel naar binnen naar een plaatsje in het ruime en redelijk lege deel van de eerste klas.
Zodra de trein in beweging komt, stappen vanaf het overvolle tussen-balkon twee, drie, vier, vijf – ik raak de tel kwijt – mensen met kleine kinderen en grote boodschappentassen naar binnen. Ze gaan zitten op de overgebleven lege plaatsen en er volgen er nog meer die in het gangpad blijven staan. Ze zien er ‘allochtoon’ uit. Ze praten met elkaar. Geen idee in welke taal. De kantoormensen die op dit tijdstip met hun laptops op schoot de eerste klas bevolken, zijn stil. We kijken. Niemand die wat zegt.  De stilte aan onze kant voelt ongemakkelijk. De vreemde taal die zij spreken, roept gedachten op. Zijn het Syriërs, komen ze uit een Arabisch land? Ze hebben tassen van een Duitse supermarkt bij zich. Komen ze uit Duitsland? Waar gaan ze heen? Een geur van lichamen die een goede wasbeurt ontberen, begint de ruimte te vullen. Een vrouw met een huilende baby naast me. De Nederlandse vrouw tegenover me kijkt weg.
Ik probeer oogcontact te maken met de jonge moeder naast me. Valt niet mee. Ook zij kijkt weg en haar hoofddoek houdt veel uit zicht.

Een laptop-man staat op en staat zijn zitplaats af aan een van de mannen die twee kinderen op schoot neemt. De laptop-man blijft rustig staan kijken. Onze stilte klinkt nu bijna oorverdovend. Dan besluit ik het erop te wagen en ik vraag “Do you speak English?”. Vriendelijk wegkijkende ogen, geen reactie. Dan schiet uit de groep in het gangpad een jongeman te voorschijn. Hij spreekt English, twee woorden en Français, nog minder dan twee woorden. Het contact is gelegd. We gaan nu met meer mensen vragen stellen, handen en voeten erbij, een papier wordt gehaald. Met vereende krachten komen we er achter dat ze uit Afghanistan komen, via Duitsland en Frankrijk nu onderweg naar Ter Apel. We schatten in dat ze voor die reis nog wel een paar uur nodig hebben. En de kinderen zijn al zo moe.

Voor dit moment zitten ze even comfortabel in de eerste klas. En niemand die daar iets van zegt. De mevrouw tegenover mij probeert duidelijk te  maken dat als ze onze taal gaan leren dat we elkaar dan binnenkort zullen verstaan. Elkaar verstaan, een optimistische visie…

Ik ben op mijn bestemming, ik wens ze “All the best” en ik stap uit. Na de nog verse tranen om Parijs wellen er nieuwe tranen op, om zoveel uitzichtloosheid. De frisse buitenlucht is een verademing. Dit is onze werkelijkheid, nieuw en ongemakkelijk.

Als het (even) tegenzit … (2)

Als je de omstandigheden niet of nauwelijks kunt veranderen, welke keuze maak je om je te verhouden tot een niet gewenste situatie of relatie?

Want wanneer gaat het eigenlijk wel zoals tevoren bedacht, verwacht of zoals we graag willen? Met die vraag eindigde ik mijn vorige blog naar aanleiding van een team coaching waarbij alles anders liep dan bedacht, verwacht of zoals we graag wilden.

Een van de teamleden liet me later weten: “Ik heb veel gehad aan jouw vraag “wie kies je te zijn” tijdens onze bijeenkomst. Ik heb daardoor een fijne herfstvakantie gehad en ga weer met meer plezier naar mijn werk dan de maanden tussen de zomervakantie en de herfstvakantie.“

Vrij van reflexreacties

De vraag “Wie kies ik te zijn?” als het (even) tegenzit, klinkt eenvoudig en deze keuze daadwerkelijk in praktijk brengen is niet makkelijk. We kunnen pas echt een keuze maken, als we vrij zijn van reflex-reacties. Zolang er reflexen in ons zitten, zijn we niet in staat om bij tegenslag in ontspanning te kiezen wie te zijn.

Populaire reflexen

Er is een aantal populaire reflex-reacties. De eerste wordt  getypeerd door ‘verhalen’ waarin we soms verstrikt kunnen raken. Reflexen gaan dan als volgt: “Wie of wat is hiervan de oorzaak? Wie kan ik de schuld geven? Waarom gebeurt dit? Ik kan er niets aan doen. Het overkomt mij. Het is oneerlijk, onrechtvaardig, enzovoort.” Deze drama-reflex kan lang aanhouden in een ‘imperfecte’ realiteit.

Een tweede populaire reflex wordt getypeerd door te willen ‘fixen’, oplossen of wegwerken. Reflexen gaan dan als volgt: “Wat is er aan de hand? Wat is het probleem? Wat is de oplossing? Nee, dit werkt niet. Hebben we al geprobeerd. Is er nog een andere oplossing? Laten we het zo snel en doeltreffend mogelijk weer in orde maken. Terug naar hoe het was of naar een oplossing in de toekomst.” Deze reflex kost veel energie en levert frustratie op in omstandigheden die je niet of nauwelijks kunt beïnvloeden of veranderen.

Anti-drama

Ik voeg er nog een derde aan toe die iets minder opvalt dan de vorige twee. Die derde wordt getypeerd door een combinatie van ‘anti-drama’ en willen ‘fixen’; het is een soort van positiviteitsdrang en –dwang.  Omdat ‘positief zijn’ in onze cultuur wordt gewaardeerd, valt deze minder op. Reflexen gaan als volgt: “Ik wil onder geen beding slachtoffer zijn. Ik sta positief in het leven, dus ik kijk altijd vooruit. Ik moet hier boven staan, ik moet hiermee kunnen omgaan, ik moet flink/sterk zijn, enzovoort.” Deze reflex kan zo sterk zijn dat je ongemerkt voorbij gaat aan de gevoelens die horen bij het drama. Als je die gevoelens negeert of weg rationaliseert op basis van je wilskracht om jezelf te ‘fixen’, maak je geen vrije en ontspannen keuze. 

Drama en willen ‘fixen’ horen erbij

In een ‘imperfecte’ realiteit die je niet kunt veranderen bestaat de eerste stap uit het herkennen en erkennen van het drama in jezelf. Drama is niet negatief. Het is ook niet iets wat je hoeft af te wijzen. Het hoort er gewoon bij. Ook de neiging om te gaan ‘fixen’ – al ben je niet in staat om een situatie te veranderen –, is een normale en begrijpelijke reactie. Alleen iedereen weet uit eigen ervaring dat beide reacties je niet echt vooruit helpen. Wat dan wel?

In vier stappen

Om tot een vrije keuze te komen wie te zijn, doorloop je vier stappen:

  • (H)erkennen van het drama in jezelf.
  • Accepteren van je onvermogen om de situatie te veranderen.
  • Vrij en ontspannen kiezen hoe je te verhouden tot een ‘imperfecte’ realiteit.
  • Ruimte ervaren en ontdekken wat er nu mogelijk wordt.

Het geeft een gevoel van kracht dat we altijd een keuze hebben. Misschien niet de keuze waar we reikhalzend naar uitzien, maar niettemin een keus. En uiteindelijk kan de keuze waarmee we ons verhouden tot een niet gewenste situatie, leiden tot een verschuiving of transformatie. En misschien tot de doorleefde ervaring dat ook een ‘imperfecte’ realiteit veel te bieden heeft.

Bij het schrijven van de blogs ‘Als het (even) tegenzit’ heb ik me laten inspireren door de lessen die ik heb geleerd via Alan Seale, grondlegger van Transformational Presence Leadership, door mijn eigen ervaringen als het (even) tegenzit en door cliënten die bereid waren hun ervaringen met mij te delen.

Als het (even) tegenzit …

Die ochtend meldde ik me ruim op tijd in het hoofdkantoor. Ik zou weer een team coaching verzorgen. Dan ben ik graag op tijd. Toen ik de opgegeven ruimte in het vergadercentrum binnenstapte, stond ik ineens midden in een serieus ogend gezelschap dat naar een scherm met powerpoint tuurde. Na enig uitzoekwerk van een hulpvaardige medewerkster bleek er sprake van een dubbele boeking. Er was geen vervangende ruimte beschikbaar op deze donderdag, een topdag voor bijeenkomsten en besprekingen. Tja, wat doe je dan?

Wordt dit de druppel?

Dit is natuurlijk een klein incident. En tegelijk kan er in zo’n situatie razendsnel van alles gebeuren. Je verwachtingen komen niet uit. Je goede voorbereiding en start zie je in het water vallen. Je voelt ergernis of boosheid opkomen. Je voelt je misschien gefrustreerd. Zeker als dit gebeurt op een dag dat je je niet zo fit voelt. Of als je wel vaker meemaakt dat dingen niet goed geregeld zijn. Dan kan dit akkefietje zelfs de spreekwoordelijke druppel zijn waarmee jouw emmertje overloopt. In gedachten of hardop mopper of scheld je op alles wat er tegen zit op dit moment en niet te vergeten alle keren hiervoor.

Wie kies je te zijn?

De meeste dingen  gebeuren  zonder dat we daar enige controle over hebben.  Je verliest je baan bijvoorbeeld. Of je voelt dat je vast zit in een baan en je hebt nu niet de mogelijkheid eruit te stappen. De collega met wie het lastig samenwerken is, kun je niet achter het behang plakken. Je wordt ziek of een dierbare sterft. Allemaal dingen die gebeuren zonder dat we daarvoor kiezen. Waar we wel voor kunnen kiezen, is wie we kiezen te zijn als het (even) tegenzit. Het woordje ‘kiezen’ is essentieel hierin. Kiezen omvat namelijk even afstand nemen van de situatie en een bewuste beweging maken om met de tegenslag om te gaan. Doe je dat vanuit verzet tegen de realiteit  met alle bijbehorende emoties of zet je een klein, eerste stapje vanuit een andere gemoedstoestand? Wat is de keuze die je maakt om je te verhouden tot de lastige situatie die zich aandient?

Elk moment opnieuw

Zeker als er sprake is van regelmatig terugkerende of lang durende tegenslagen is een keuze niet eenmalig. Dan zul je ervaren dat je telkens opnieuw, soms van moment tot moment uitgedaagd wordt om een keuze te maken wie te zijn. Niet altijd de keus waar we reikhalzend naar uitkijken. En het is zeker niet eenvoudig om zo’n keuze te maken. Maar keus is er altijd; ook op momenten dat we denken dat ons van alles overkomt.

Wordt vervolgd

En hoe ging het verder met de team coaching zonder zaal? Ik koos ervoor om open te staan voor wat er te gebeuren stond, wat het ook was. We vonden dicht bij de werkplek een kleine ruimte. En er gebeurden nog meer dingen die anders liepen dan we graag wilden. Kortom, we waren echt aan het werk en konden kiezen hoe ons te verhouden tot een ‘imperfecte’ realiteit. Want wanneer gaat het eigenlijk wel zoals tevoren bedacht, verwacht of zoals we graag zouden willen? In een volgend blog ga ik hier verder op in.

 

Tien manieren om The Work niet te doen

‘The Work van Byron Katie’ is een werkwijze om te onderzoeken hoe je je verzet tegen een realiteit die je niet bevalt. In het onderzoek ontdek je hoe je anders, meer ontspannen kunt omgaan met deze realiteit. Dit betekent niet dat er nooit meer iets zal zijn wat je niet bevalt. Je verruimt wel aanzienlijk je mogelijkheden om met lastige of moeilijke situaties en gebeurtenissen om te gaan.

The Work bestaat uit vier vragen en een omkering. Dat lijkt heel eenvoudig. Het daadwerkelijk toepassen is soms helemaal niet makkelijk. Toen ik aan mijn onderzoek met The Work begon, werkte het aanvankelijk heel goed. Ik had minder stress en werd rustiger. Later nam dat effect af en liep ik er soms gefrustreerd in vast. Terwijl ik juist dacht dat ik goed bezig was.

Zo doe je The Work niet

Wat was er aan de hand? In feite deed ik toen niet echt The Work. Grace Bell, een collega gecertificeerd begeleider  in The Work, heeft tien manieren verzameld die ervoor garant staan dat je van alles doet behalve The Work. Welke zijn dat?

  1. Schrijf nooit een werkblad. Schrijf sowieso nooit iets op. Doe het onderzoek uitsluitend in gedachten. Stel jezelf alleen de vragen die je je op dat moment kunt herinneren.
  2. Als iemand je irriteert, boos of bang maakt, ga dan jezelf de les lezen. Word boos op jezelf omdat je nog steeds zo van streek kunt raken. Probeer met behulp van The Work jezelf zo snel mogelijk te ‘fixen’ naar een toestand waarin je niet meer zo van streek raakt. (Dit was indertijd mijn favoriete manier.)
  3. Doe The Work uitsluitend op gedachten en oordelen over jezelf. Je hebt geen enkel oordeel over wie dan ook. Dat stadium ben je namelijk al lang voorbij. Jij weet immers dat het altijd over jezelf gaat.
  4. Noteer stressvolle gedachten of oneliners die opkomen, zoals ‘Hij luistert niet naar me’. Schrijf alleen deze losse gedachten op en geen volledig werkblad.
  5. Stel jezelf vraag 1: “Is het waar?” en reageer in de trant van: “Wat is waar?” of “Niets is ooit helemaal waar”. Besteed geen tijd aan het onderzoek van de eerste vraag. Ga door met de volgende vraag.
  6. Als je antwoord geeft op vraag 2: “Is het absoluut waar?”, ga dan uitleggen waarom het volgens jouw professionele mening wel of niet waar is. Iets als: “Wel, het is waar omdat …” en vertel een lang en genuanceerd verhaal met zijpaden en voetnoten.
  7. Als je bij vraag 3 bent aangekomen: “Hoe reageer je, wat gebeurt er als je de gedachte gelooft?”, stort je dan in een verhaal hoe deze persoon niet alleen in de recente situatie jou iets aandeed maar ook al vorig jaar, het jaar daarvoor en eigenlijk al zolang je hem of haar kent. Dat anderen ook problemen met hem/haar hebben, dat het dus zeker niet aan jou ligt. Geef vele voorbeelden waaruit blijkt dat jij met een vreselijk mens te maken hebt (gehad). Maak duidelijk dat jij slachtoffer bent.
  8. Bij vraag 4: “Wie zou je zijn zonder die gedachte?” raak je aardig in de war. Steek je handen in de lucht en zeg “Ik heb geen flauw idee”. Zeg dat je niet genoeg verbeeldingskracht hebt en dat je je werkelijk niet kunt voorstellen hoe het zou zijn zonder de gedachte. Of nog beter, dat je leven zonder die gedachte zelfs onmogelijk zou worden.
  9. Als je een stressvolle gedachte hebt, sla de vier vragen over en ga direct naar de omkeringen. Als je bijvoorbeeld de gedachte hebt ‘Ik ben bang van mijn baas’, keer je deze gedachte meteen om naar: ‘Ik ben niet bang van mijn baas’. En dan spring je een gat in de lucht: “Yeah! Dat is ‘t. Natuurlijk ben ik niet bang van mijn baas”.
  10. Elke stressvolle gedachte die je hebt over iemand anders, keer je onmiddellijk om naar jezelf. Bijvoorbeeld ‘Hij liet me in de steek’ wordt meteen ‘Ik liet mezelf in de steek’. Hiermee heb je een excuus om nooit met iemand een moeilijk gesprek te hoeven aangaan, verbinding te zoeken of iets te veranderen. Voel je vooral beroerd over jezelf.

Wat werkt wel?

Ben je er nog? En … kun je er ook om lachen? Dat hoop ik echt. The Work werkt fantastisch, is eenvoudig en niet makkelijk. Wil je ervaren hoe je The Work kunt doen op een manier die werkt? Neem dan contact met mij op of met een andere gecertificeerde begeleider.

 

 

 

 

 

 

Tem je geest, dat wilde beest

Een van de beste boeken dat ik de laatste tijd heb gelezen, heet ‘Tem je geest’. Niet een titel waarbij je direct in de lach schiet. En bij de ondertitel ‘Gids voor geestelijk welzijn’ moet ik al een geeuw onderdrukken. Wie zich daardoor niet uit het veld laat slaan en toch in dit boek duikt, zal verrast zijn. Ik heb er veel van geleerd en meermalen schoot ik in een daverende lach. Dat is wel toevertrouwd aan de auteur: Ruby Wax, een bekende Britse comédienne en TV-persoonlijkheid die weet hoe ze de lachers op haar hand krijgt.

Geen zweverig gedoe

Ruby Wax heeft jarenlang gekampt met depressiviteit en angsten. Op een gegeven moment nam ze het besluit om zich in mindfulness te storten.  Een gewaagde stap voor iemand die wars is van zweverig gedoe. Heerlijk hoe ze schrijft over haar scepsis om zich in te laten met bijvoorbeeld meditatie. “Ik dacht dat het een boeddhistisch iets was waar je woorden moest gebruiken als shoerana moertisoegamoetismanjannanaan. Ook was ik niet van plan om een of andere olifant met duizend armen of een glimlachende dikke man te aanbidden. Voordat ik me ergens mee inlaat, wil ik altijd dat dingen concreet zijn.”  Ze ging studeren aan Oxford University om zich bij professor Mark Williams wetenschappelijk te scholen in mindfulness gebaseerd op cognitieve therapie. En dat niet alleen, ze ging het ook daadwerkelijk dóen.

Multitasking en zeurende stemmetjes

Haar wens tot concreetheid heeft een super praktische handleiding (met wetenschappelijke onderbouwing) opgeleverd voor alle ‘normale’ en ‘gekke’ gekken die gestoord worden van multitasking en van die eindeloos zeurende stemmetjes in ons hoofd die altijd maar kritiek hebben en hartstikke veeleisend zijn. Een handleiding dus voor mij en voor jou, voor iedereen.

Ontspanning is niet het doel

Mindfulness is bewust aandacht besteden aan dit moment, op een niet-veroordelende manier. Je probeert niet om dingen te veranderen, het gaat zelfs niet om ontspanning, maar om het waarnemen van wat er gebeurt zonder het gebruikelijke kritische commentaar. Wat hiervoor staat, klinkt eenvoudig en misschien is het voor jou wel  een open deur. In mijn ervaring is het daadwerkelijk toepassen ervan verre van eenvoudig. De meesten van ons schieten namelijk als vanzelf in de stand van iets vervelends willen oplossen, wegwerken of ‘fixen’. Zo hebben we het geleerd en dat is ook de norm in onze cultuur.

Hard werken aan een oplossing

Ik merk dat in mijn werk aan de vele pogingen die mensen ondernemen om ‘positief’ te denken, ‘om te denken’ of belemmerende gedachten te vervangen door helpende gedachten.  Allemaal hard werken om een oplossing van welke aard dan ook te realiseren. 

Blijf erbij en kijk ernaar, zonder oordeel

Steeds weer proberen gedachten, gevoelens te veranderen, is wat ons uiteindelijk uitput. Door je aandacht te richten op wat er op dit moment gebeurt, gaat het je opvallen dat gedachten geen feiten zijn. Ze zijn constant veranderende patronen; ze komen en gaan, transformeren, verspreiden zich en lossen op. De handleiding van Wax bevat praktische oefeningen die helpen bij deze bewustzijnsontwikkeling. En een afsluiting in de stijl van Wax:

Als je je tijdens het lezen van deze tekst helemaal bewust was van de woorden en hun betekenissen, als je geen afleidende gedachten kreeg en tegelijk ook de geluiden om je heen waarnam, je ademhaling, je voeten op de grond, hoe je lichaam de stoel of bank raakt waarop je zit, dan ben je een verlicht wezen. Stop met lezen, bel de Dalai Lama. Je bent zijn opvolger.

Ruby Wax, Tem je geest, uitgeverij Spectrum, isbn 978 90 00 33462 9

 

 

 

 

 

 

Is niet-veranderen wel te verdragen?

“Ik wil ‘iets’ veranderen.” Dat is de wens waarmee veel mensen bij mij komen. Het te veranderen iets kan van alles zijn: een situatie, (g)een baan, (g)een relatie of zichzelf. Veranderen is ‘in’ in onze cultuur. Alles wat niet naar je zin is, lijk je te kunnen of te moeten veranderen. Doel- en resultaatgericht. Binnen een afzienbare termijn. Waar we vanaf willen, geven we het etiket ‘negatief’ en waar we naar toe willen heet ‘positief’.

Waarden of deugden als geduld en vermogen tot verduren zijn saai en niet van deze tijd. Anna Enquist schreef onlangs in Trouw een mooi essay met de titel ‘Het verlangen naar de oppervlakte’, waarin ze zich de vraag stelt hoe het komt dat onze cultuur de diepte zo drastisch afwijst.

Diepte duurt lang en maakt bang

Enquist: “Wat moeite kost, lang duurt en niet meteen resultaat oplevert, is saai. Symptomen moeten weg, liefst zo snel mogelijk. Wat ging er verloren in onze cultuur? Geduld, doorzettingsvermogen, vlijt.” Zij verklaart onze hang naar snelheid, spanning en schittering vanuit angst: we zijn bang voor stil staan, voor verstilling omdat we dan alleen zijn met onze gedachten en gevoelens van eenzaamheid, van machteloosheid.

Verwachting van resultaat

Die snelle resultaatgerichte verwachting  zit overal in onze samenleving en ook  in onszelf. Verschillende  cliënten vertelden me onlangs dat ze ondanks hun inspanningen  “toch weer”  iets vervelends hadden meegemaakt. “Ik doe al jaren aan mindfulness, leef vol aandacht. En in gesprek met een opdrachtgever raak ik door een onverwachte vraag de kluts kwijt. Ik wist het niet meer en voelde me mislukt.” Een ander: “Het ging zo goed en nu merk ik dat ik toch weer in oude patronen terugval.” En weer een ander: “Zittend op mijn meditatiekussen is het allemaal zo helder voor me. Maar midden in het echte leven staan, dat is andere koek.” Die laatste uitspraak bevat voor mij de kern.

Wat als?

Pas in het volle leven met ‘positieve’ en met ‘negatieve’ ervaringen merken  we wie we zijn en waar we ons bevinden op onze eigen weg van ontwikkeling en groei.

Wat als we eens even zouden kunnen verduren om niet te veranderen?

Wat als we zouden stoppen om op ervaringen etiketten te plakken van ‘positief’ en ‘negatief’?

Wat als we élke ervaring zouden verwelkomen?

Wat als we iedere ervaring zouden waarderen als een bron van informatie?

Dan kan er ruimte komen voor een natuurlijk proces van soms trage transformatie.

 

Als ik los laat, dan …

“Als ik los laat, dan verlies ik mijn ambitie, dan weet ik niet of het wel goed komt, dan geef ik het verkeerde voorbeeld, dan neem ik mijn verantwoordelijkheid niet, dan neemt niemand zijn verantwoordelijkheid meer.”

Deze bezorgdheid spraken enkele managers uit die onlangs deelnamen aan een door mij begeleide training. We waren aan het werk vanuit de ervaring dat je ‘iets’ wilt verbeteren of voor elkaar wilt krijgen wat tot nu toe niet is gelukt. Een taaie kwestie in een relatie, situatie, project of ander topic.

Als zoiets speelt, lijkt het erop alsof we maar twee werkelijkheden kennen.  Aan de ene kant het bekende gevoel van hard werken om het te ‘fixen’. Aan de andere kant een verlangen of soms ook een advies om het dan maar los te laten. Dat laatste voelt dan onbevredigend, zelfs passief.

Verbeteren

Als je een taaie kwestie probeert te veranderen of te verbeteren, is het onvermijdelijk dat dit veel energie kost en dat je blikveld zich vernauwt. Je kunt lichamelijke reacties signaleren, zoals spierspanning, een druk hoofd enzovoort. De energiestroom in je lichaam raakt geblokkeerd, er is een vorm van stress, je vermogen tot inzicht en creativiteit neemt dramatisch af.

Los laten

Vaak hoor ik mensen zeggen dat ze iets moeten accepteren of los laten. Dat klinkt soms inderdaad onbevredigend en passief. En het lukt ook niet echt. Van binnen blijft er iets knagen. Een gevoel van frustratie, ergernis, teleurstelling, machteloosheid of moedeloosheid.

Wat is acceptatie echt?

Accepteren is niet synoniem met passiviteit, berusting of overeenstemming. Accepteren is een wérkwoord met soms veel innerlijk werk. Acceptatie is synoniem met een heldere waarneming van wat is. Vanuit die helderheid ontvouwen zich de daden en handelingen die we te verrichten hebben om verder te komen. Accepteren is dus heel actief.

Andere werkelijkheid

Naast ‘verbeteren’ en ‘laat maar gaan’ is er een andere werkelijkheid. Daarin is er geen verzet tegen de realiteit en er is geen verplicht los laten. Wat is er dan wel? Het lichaam is in balans, in afstemming tussen hoofd, hart en buik. De geest is helder en rustig. De energie kan vrij stromen. Het eigen vermogen tot inzicht en creativiteit is moeiteloos toegankelijk. Even afstand nemen, voelen en reflecteren is een eerste stap in die andere werkelijkheid.

Geluk is (niet) heel gewoon

“Wil je een blog schrijven over geluk?”

Tussen het moment dat de organisatie van de Geluksparade deze vraag stelde, en het moment dat ik nu schrijf, heb ik enkele geluksmomenten gehad en ook enkele niet-geluksmomenten. Geluk is  kennelijk een wispelturig fenomeen: zo is het er en zo is het weer weg.

De media produceren voortdurend een tsunami aan niet-geluk. Gisteravond zag ik in het Journaal vluchtelingen op Lampedusa. De gedachte komt bij me op: “Wat ben ik toch een bofkont dat ik in Nederland geboren ben.” Voel ik me op dat moment gelukkig omdat ik in een welvarend en veilig land leef? Eerlijk gezegd niet, want er overheersen andere gedachten, zoals twijfel  over een nieuw project. Net zoiets als toen  ik geen spruitjes lustte als kind en mijn ouders (Hongerwinter-ervaringsdeskundigen) mij probeerden te stimuleren met de tekst: “De kindertjes in India zouden dit maar wat graag eten.”  Maar de hongerige kindertjes  in India veranderden mij niet in een gelukkige spruitjeseter.

In de social media en met name op FB heersen een en al uitgelatenheid en geluk.  Een virtuele wereld vol mensen die fantastisch genieten van zichzelf, van elkaar, van succes, van lekker eten, van honden en katten, bloemen en bijtjes, muziek en eindeloos verder.  Word ik gelukkig van al die geluk delende mensen? Nee, verre van.

Principe: Vergelijken maakt niet gelukkig

Deze voorbeelden leveren mij een eerste ‘geluk principe’ op: vergelijking vormt een belemmering voor geluk. Ik besluit om op basis van mijn eigen ervaringen op zoek te gaan naar nog meer ‘geluk principes’. Zoek je mee?

Meermalen in mijn leven heb ik gedacht ‘Het Grote Geluk’ gevonden te hebben. Een paar voorbeelden: trouwen met mijn prins op het witte paard, veelbelovend van start in studie en carrière, gezegend met een gezond en sterk lichaam, beschikken over een mooi huis en voldoende geld, een verre en prachtige reis. Al deze Grote Gelukken zijn inmiddels voorbij dan wel meermalen geheel of gedeeltelijk veranderd.

Principe: Het Grote Geluk bestaat niet

Deze ervaringen brengen mij bij het volgende ‘geluk principe’: Het Grote Geluk als een soort permanente staat van zijn bestaat niet. Geluk verandert continu (en gelukkig geldt dit principe ook voor niet-geluk!). Anders gezegd: alles in dit leven verandert continu, dus ook geluk en zelfs niet-geluk.

Principe: Geluk komt niet van buiten

De ervaringen die ik hiervoor noemde, hebben iets gemeen:  man (of vrouw), loopbaan, lichaam, huis, geld, reizen. Allemaal ‘dingen’ buiten jezelf. Huh, lichaam buiten jezelf? Ja, ook je lichaam is iets ‘buiten jezelf’. Je kunt er wel mee omgaan, maar in werkelijkheid heb je er geen controle over. Ik formuleer het volgende ‘geluk principe’ dan ook zo: geluk komt niet van buiten maar ergens anders vandaan. Dit ‘ergens anders’ komt later terug.

De filosoof Alain de Botton beschrijft in ‘Statusangst’ hoe mensen in vroeger tijden genoegen namen met hun door God bepaalde lot. Een kenmerk van onze huidige tijd en Westerse cultuur is dat er op alle fronten maakbaarheidsgeloof heerst.  De keerzijde daarvan is dat de verantwoordelijkheid niet meer in Gods handen ligt, maar volledig in onze eigen handen komt. Heb je geen succes? Sorry hoor, maar dan pak jij het niet handig aan. Ben je niet gelukkig? Jammer, maar dat ligt dan toch echt aan jou. Deze benadering neemt in sommige spirituele kringen wel eens harde vormen aan. Als jij niet gelukkig bent, moet jij iets doen. Je denkt niet positief, je voelt negatieve emoties, je doet het dus verkeerd,  je moet meer in het Nu leven. We  kunnen het nauwelijks meer verdragen om niet-geluk toe te laten en te ervaren. Dus vooruit, aan de slag, ga jezelf veranderen en verbeteren.

Principe: Streven naar … is niet de weg

In een business propositie van een coach lees ik: “We streven allemaal naar flow.” En juist dit streven naar … is een belemmering voor welke flow dan ook. De laatste jaren ontdek ik gaandeweg dat aanvaarden en accepteren (bijna Middeleeuwse woorden in onze cultuur) een belangrijke bijdrage vormen voor geluk. Aanvaarden en accepteren niet als mentaal besluit – verwoord in de modieuze slogan “Het is wat het is” – maar aanvaarden en accepteren als ongecontroleerd en misschien zelfs onbedoeld gevolg van een proces van innerlijke transformatie. Mijn eigen ervaring is dat dit niet met een workshop of een boek voor elkaar is. Misschien raken we hier wel de essentie van het menselijk levenspad: je leren verhouden tot jezelf zoals je bent en tot al wat is, in een langzaam en aandachtig proces van ervaren. Tenminste als je tijd van leven is vergund. Zo niet, dan zal het tempo van dit proces rigoureus versnellen.

Principe: Verwachtingen dragen niet bij aan geluk

Een andere belemmering voor geluk is de kloof tussen de wijze waarop we dingen interpreteren of verwachten versus de realiteit. Hoe vaak zijn we niet bezig de realiteit te bestrijden, dat wil zeggen druk in de weer om jezelf of anderen te veranderen. Voorbeelden?

Ik ben niet tevreden over mezelf, over mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn haar, mijn ogen, mijn gezicht, mijn gewicht, mijn leeftijd, mijn sportprestaties, mijn partner, mijn ouders, mijn kinderen, mijn vrienden, mijn baas, mijn collega’s, mijn buren en eindeloos verder.

Er is een bekende uitspraak  “Geluk is niet afhankelijk van dingen buiten ons, maar van de manier waarop we die zien.” Precies datzelfde kun je ook zeggen van niet-geluk: “Niet-geluk is niet afhankelijk van dingen buiten ons, maar van de manier waarop we die zien.” Kortom, alles zit in de manier waarop wij naar de wereld kijken. En ook dat kijken en denken van ons gebeurt zonder dat we er controle over hebben. Wat kunnen we dan nog wel doen?  

Geluk principes

De door mij genoemde ‘geluk principes’ zijn in feite ‘niet-geluk principes’. Wat maakt ons niet gelukkig? Dat zijn vergelijkingen met anderen, geloven in Het Grote Geluk, geluk verwachten van externe leveranciers (materie of mensen), vreselijk je best doen en streven naar geluk, vasthouden aan verwachtingen en interpretaties die niet overeenstemmen met de realiteit.

Als ik deze ‘niet-geluk principes’ omkeer, tekenen zich de volgende ‘geluk principes’ af:

  • Geluk wordt bepaald door de manier waarop je naar de wereld kijkt en erover denkt.
  • Geluk is een persoonlijke ervaring of beleving, alleen of samen met anderen
  • Waarvan je ten volle kunt accepteren dat die onderhevig is aan voortdurende verandering
  • Geluk is het besef dat je onderdeel bent van een veel groter geheel.

Hoe kijk ik? Wie ben ik?

De Dalai Lama schrijft in ‘Wijsheid voor een moderne wereld’: “Door mijn ontelbare ontmoetingen met allerlei mensen over de hele wereld en uit alle lagen van de bevolking besef ik telkens weer dat we diep van binnen eigenlijk allemaal hetzelfde zijn. Sterker nog: hoe meer ik van de wereld zie, hoe duidelijker dat wordt. Ongeacht onze leefsituatie, of we nu rijk zijn of arm, een opleiding hebben genoten of niet, tot welk ras of geslacht we behoren, we streven allemaal naar geluk en we willen leed zoveel mogelijk vermijden.” Als we allemaal hetzelfde zijn in ons streven naar geluk, kun je wél zeggen dat we verschillend zijn in de manieren waarop we geluk definiëren en realiseren. Toch is voor velen van ons het leven al half voorbij voordat we inzien waar het om gaat – en waar het ons om gaat.

De weg naar gewoon geluk

In alle wijsheid tradities wordt het innerlijk proces van zelfkennis gezien als dé weg naar geluk. In onze naar buiten gerichte mediacultuur gaat zo’n proces van zelfkennis niet vanzelf. Daarvoor moet je iets organiseren. Ik noem dat het inrichten van een dagelijkse praktijk. Hoe die er precies uitziet, verschilt van mens tot mens. Elementen daarin zijn bijvoorbeeld: dagelijks een moment van stilte in de vorm van meditatie of gebed, het bijhouden van een dagboek, hard lopen of wandelen in de natuur, het beoefenen van yoga of van een vecht- en bewegingskunst als Tai Chi of Aikido. De sleutel is dat je een bepaald deel van de dag reserveert voor reflectie, introspectie en de ervaring van verbinding met een groter geheel. En dat kan al beginnen met maar 5 minuten per dag. Deze dagelijkse praktijk vraagt wel van je dat je bereid bent te oefenen zonder resultaat te verwachten.

De weg naar gewoon geluk is eenvoudig en niet makkelijk.