Maakt bezit bang?

Na een bergsportvakantie in de Dolomieten hadden we een paar uur, voordat de trein ons terug naar Nederland zou brengen. Het was erg warm en iedereen wilde wel even de mooie stad Trento in. Maar dan wel zonder zware rugzak. En zo zat ik dan even later naast een stapel rugzakken en tassen. Als eerste had ik een uur bewakingsdienst; daarna zou iemand anders deze taak van me overnemen. De plek was ideaal: een schaduwrijk park tegenover het station.

Toen iedereen de stad in ging en ik op het bankje achterbleef, gebeurde er iets bijzonders.

Iedere passant bekeek ik met argwaan: is dit misschien een potentiële dief of aanvaller? Mijn ogen speurden spiedend rond op zoek naar het minste verdachte teken. En het rare was: ik zag ineens een bedreigend park vol zwervers en rare types, mensen die niet te vertrouwen waren in de nabijheid van mijn kostbare waar. Ik voelde stress opkomen gekoppeld aan de gedachte: “Ik moet deze stapel kostbaarheden bewaken en beschermen tegen de boze buitenwereld.”

Een heftige ervaring. Meermalen ben ik op soortgelijke plekken geweest en dan zonder iets bij me: geen tas, geen geld, niets. Iedere keer werd het een fantastische ontmoeting met lieve en vrolijke mensen die dingen met elkaar deelden: eten, drinken, muziek en dans. Iedere keer had ik een gevoel van vrijheid. Hoe anders was het nu, gevangene van de stapel bezittingen die ik dacht te moeten beschermen en bewaken.

Zou het kunnen kloppen dat bezit bang maakt?

Harry Jekkers heeft er een prachtige tekst over gemaakt en gezongen: De man in de wolken.

http://bit.ly/180LNoM

Je reactie is welkom.

Wat is er mooi aan oorlog?

 

Een regenachtige zondag in een volle zaal in Amsterdam met Byron Katie. Inspirerend, verhelderend en af en toe de wereld op zijn kop, zo lijkt het wel. Katie spreekt over een friendly universe en dat nothing out of order is. En dan komt natuurlijk de onvermijdelijke vraag hoe het dan zit met oorlog en allerlei andere vreselijke dingen die dagelijks gebeuren.

 

De stressvolle gedachte is ‘oorlog is verschrikkelijk’ en Katie vraagt meteen – The Work bestaat immers uit vier vragen en een omkering – naar de omkering van ‘verschrikkelijk’. Er komt iets uit als ‘war is wonderful’. Ik voel spanning in mijn lijf opkomen en gedachten als: dit kan toch niet, dit is te gek. En Katie gaat door. Ze vraagt aan de deelnemers aan haar workshop: geef voorbeelden hoe oorlog ook ‘wonderful’ kan zijn. Mijn stress en verontwaardiging worden nog groter: dit gaat te ver, er is helemaal niks moois aan oorlog.

 

Niettemin geven een paar mensen vrij snel voorbeelden die mij niets zeggen. Ik blijf het verschrikkelijk vinden. En dan zegt Katie: oorlog laat mij zien wat ik niet wil. Bij deze woorden voel ik weerklank. En ze gaat verder: Dat betekent dat ik eerst de oorlog die ik zelf voer, moet beëindigen. De oorlog, soms in mijn hoofd, met anderen en met mezelf. Hoe kan er ooit vrede in de wereld komen als ik vrede dichtbij niet weet te realiseren?

 

Op dat moment ben ik terug bij een andere bijeenkomst, ook in Amsterdam, enkele jaren geleden met de Dalai Lama. Ook daar kwamen vragen aan de orde over oorlog en vrede en andere grote problemen in de wereld. Wat ik de Dalai Lama toen hoorde zeggen, is richtinggevend voor mij geworden. “Ga niet zitten wachten op een oplossing van politici. Ga straks terug naar huis, en begin vrede te maken met bijvoorbeeld 10 families om je heen in je directe omgeving. En als dat gelukt is, maak de kring groter. Dan worden het 20 families en zo verder.”

 

Die woorden ontploften als een bom in mijn hoofd. Ik dacht aan de jarenlange onmin met onze buren over hun blaffende honden. Ik voelde hoe hypocriet het was om mooie verhalen over vrede in de wereld te lezen of te houden en tegelijkertijd niet in staat te zijn om vredelievend te zijn in het dagelijks leven in mijn directe omgeving.

 

Na de vraag van Katie hoe het stond met de oorlogen die we zelf voerden, was het ineens muisstil in de zaal. Iedereen was op dat moment in zijn eigen oorlogen en in de ervaring hoe lastig het kan zijn om die te beëindigen.

Welke oorlogen voer jij en hoe ga je die beëindigen?

Vol verwachting klopt ons hart …

“Vol verwachting klopt ons hart…”

Niet alleen door 5 december komt deze tekst bij me op. Recente ervaringen van mezelf en van cliënten hebben me aan het denken gezet over ‘verwachtingen’. Het is zo gemeengoed om met verwachtingen te leven. En we stimuleren dat ook als we propageren om een droom, een passie, ambitie of doelstelling te leven. En tegelijk is dit een bron van frustratie naar anderen of jezelf als de werkelijkheid anders blijkt te zijn dan je verwachtte. Of zoals een cliënt pas tegen me zei: “Hoe kan ik de aansluiting vinden tussen het ideaal in mijn hoofd en de realiteit?”

 

Hoe vaak komt het niet voor dat de werkelijkheid anders is dan we graag zouden willen? Een paar voorbeelden uit mijn praktijk:

  • ik verlies mijn baan per 1 januari. Ik voel me onzeker over de toekomst.
  • ik heb niet zo’n goede beoordeling. Ik weet niet of ik nu contractverlenging krijg.
  • ik ben ineens van mijn project afgehaald. Ik voel me onrechtvaardig behandeld.
  • mijn lichaam geeft na een burn-out nog steeds vervelende signalen.
  • mijn vrouw heeft een postnatale depressie. Ik had me deze periode heel anders voorgesteld.
  • mijn assessment is niet zo goed uitgevallen als ik had gehoopt. Mijn volgende loopbaanstap staat nu op losse schroeven.
  • mijn moeder is ineens overleden, terwijl het net zo goed met haar ging.

In deze ervaringen blijkt telkens weer dat niet de realiteit de bron is van frustratie, maar vooral onze niet uitkomende verwachtingen. ‘Dit had niet mogen gebeuren, het had anders moeten zijn.’ Zolang je aan de gang blijft om de werkelijkheid te veranderen, verlies je.

Het begint met het ontwikkelen van openheid voor wat er is. Pas in openheid kan er ruimte ontstaan voor nieuwe mogelijkheden. Zonder voorop gezette verwachtingen en doelstellingen. Vol openheid klopt ons hart …

 

Er gebeurt iets wat ik niet wil

Er gebeurt iets waar je helemaal niet op zit te wachten. Dat kan vervelend zijn, verschrikkelijk of misschien wel rampzalig. Iedereen is deskundig in het meemaken van dergelijke ervaringen, variërend van kleine tegenvallers tot grote drama’s.

Je kunt op zo’n ervaring op verschillende manieren reageren. Heel populair is de ‘waarom’-vraag. Waarom gebeurt dit? Waarom moet mij dit overkomen?

Een andere vraag die hoge ogen gooit, is ‘wie of wat heeft dit gedaan?’. Wie heeft mij dit aangedaan? Wat heeft dit veroorzaakt? Wie is hieraan schuldig?

In mijn ervaring brengen deze vragen me buiten mezelf. Mijn aandacht gaat volledig naar de buitenwereld, naar processen waar ik geen invloed op heb, naar anderen. Deze populaire benadering heeft echter ook wat te bieden. Ik kan er mezelf mee gerust stellen. Als er een aanwijsbare oorzaak is en een schuldige, dan ‘klopt het weer’, voor heel even. Want het leven gaat door om van tijd tot tijd ervaringen te bieden die ik liever niet wil.

Een meer duurzame en helaas minder populaire benadering is de vraag ‘hoe ga ik op dit moment – in deze tegenvallende situatie of rampspoed – om met deze realiteit’?

Hoe luister ik naar mijn eigen wijsheid, hoe maak ik contact met mijn hart en mijn lichaamstaal, hoe vind ik daarin de antwoorden die voor mij waar zijn?

Als je dat contact met jezelf tot stand weet te brengen, komt de volgende vraag als vanzelf: ‘wat levert deze tegenvallende situatie of rampspoed mij op’?

In waarheid leven is niet eenvoudig

“Wat hebben Anders Breivik, Geert Wilders, Donald Duck, u en ik gemeen? Antwoord: dat we maar ten dele in de realiteit leven. Breivik ziet dat Noorwegen aan moslims in de uitverkoop wordt gedaan, Wilders dat Nederland in de muil van Brussel verdwijnt (…), Donald Duck denkt dat de hele wereld de pik op hem heeft, u en ik gaan ervan uit dat niet wij maar de buurman getroffen kan worden door een hartaanval.”

 

Zo begon Jean Jacques Suurmond zijn column in Trouw gisteren. En verder:

“In waarheid leven is niet eenvoudig. (…) Maar waarom vertekenen we eigenlijk de realiteit? De oorzaak ligt in ons overlevingsinstinct. (…) Het overlevingsinstinct vervormt onze kijk op de werkelijkheid op zo’n manier dat die ons het gevoel bevestigt speciaal, machtig te zijn. (…) In het wereldbeeld van Donald Duck werkt alles en iedereen hem tegen. Dat is zijn manier om zich speciaal te voelen. Want waarom zou de wereld zich anders over hem zo druk maken? Hij is liever een getergde eend dan een grijze muis. In een paranoïde waan denk je dat je zo belangrijk bent dat iedereen almaar met jou bezig is. Je wordt achtervolgd, dus je bestaat. Het levert de eend ook nog de hoofdrol in een stripverhaal op ook.

In wezen zijn we allemaal Duck doende om de held te spelen in ons eigen kleine stripverhaal dat we van de werkelijkheid maken. U en ik, wij verwachten dat de buurman straks neervalt, niet wij. (..) Werkelijk leven is leven in de werkelijkheid. We moeten gestript worden van ons stripverhaal. Dit vereist dat ons overlevingsinstinct met zijn fantasieën niet langer domineert, wat een fundamentele verschuiving inhoudt.”

 

 

Wat is ‘houden van wat is’?

Houden van wat is … Geen kunst aan, een makkie zelfs als ‘wat is’ aangenaam is.

 

Moeilijk als ‘wat is’ onaangenaam is: ziekte, dood, ruzie, haat, conflict enzovoort.

We leven met elkaar in zo’n oplossingsgericht maakbaarheidsgeloof dat we ook in dit soort situaties van alles ondernemen. We gaan hard aan de slag om ‘negatieve’ emoties weg te werken, dingen op te lossen of te verbeteren.

Ook ik ken dit soort verbeterplannen en -acties uit eigen ervaring. Langzamerhand leer ik dat sommige dingen in het leven gewoon onoplosbaar zijn, niet te veranderen, niet te verbeteren. “Dan moet je accepteren en loslaten”, hoor ik mensen zeggen. Mooi en veelvuldig gezegd maar hoe doe je dat dan?

Wat zeker niet werkt, is je best gaan doen, hard aan het werk – meestal ondersteund door een of andere spirituele invalshoek – om los te laten.

Wat wel werkt, alleen niet instant en meestal ook niet heel snel, is erkennen en volledig ervaren wat er is, wat het ook is, met alle pijn die daarbij hoort.

 

Vijf stappen voor erkenning en ervaring ontleen ik aan Ingeborg Bosch (Illusies):

1. herkennen van de ‘valse hoop’ waarin je leeft.

Wat wil je oplossen, veranderen of verbeteren wat tot nu toe – ondanks al je inspanningen – niet is gelukt?

2. stopzetten van al je gedrag dat je tot nu toe hebt vertoond om je niet gerealiseerde doel te bereiken.

3. formuleer je ‘valse hoop’.

Breng het als volgt onder woorden: “Als ……, dan ……”.

4. laat je valse hoop instorten.

Kijk naar de realiteit in dit moment, heb je dit echt nodig? Je leeft nu toch al zo lang zonder.

5. laat de pijn toe nu je je realiseert dat je dit doel nooit zult bereiken.

Een realistische manier om te leren houden van wat is.

Een zachte plek om te zijn

In onze wereld, waar ‘snel, snel’ telt, waar ieder voor zich leeft, in competitie en concurrentie met elkaar, leven we met veel energie, een scherp verstand en onderscheidingsvermogen.

 

Simpel, zo lijkt het. Gewoon goed eten, regelmatig bewegen en een goede nachtrust. Makkelijk, eenvoudig en zo zou de wereld vol gelukkige en tevreden mensen moeten zijn.

Maar vanwaar de stress waaraan zovelen lijden? Wat ontbreekt er in deze wereld?

De binnenwereld – de wereld van het kind in ons, de wereld van emoties en gevoelens, de wereld van spiritualiteit, de wereld van de duistere demonen – wat gebeurt daarmee, als ik zo druk bezig ben me sterk en fit te voelen, volop in actie in de buitenwereld?

Deze tekst is geschreven door Barbara Kuppers, Johannesburg (Zuid-Afrika). Ik ben blij met Barbaras toestemming om haar Engelse versie in het Nederlands te bewerken en hier te publiceren. Als je wilt, kun je hierna verder lezen.

 

Verschillende werelden

Wat ontbreekt in de wereld van vandaag, is een plek waar gevoelens iets betekenen, de ruimte krijgen en erkenning vinden, een plek waar ze niet worden beoordeeld of veroordeeld, belachelijk gemaakt, snel weggewerkt of voorzien van een slimme oplossing.

Een plek waar ik de realiteit kan dragen dat mensen lijden, dat mannen, vrouwen en kinderen worden verkracht, dat mensen elkaar vermoorden, honger hebben, lijden aan vreselijke ziekten, mensen elkaar opfokken, autorijden onder invloed van drank of drugs, hulpeloos, hopeloos, vol pijn, waar ik me machteloos en onbetekenend voel.

Het is niet de wereld van sterk en onafhankelijk zijn, de leiding hebben en verantwoordelijkheid dragen, sexy en aantrekkelijk zijn, in het bezit van de juiste auto, een mooi huis, prachtige kinderen, het perfecte lichaam, veel geld, vakantie, goede tijden en fun.

 

Wees positief! Belachelijk!!

Allemaal hebben we behoefte aan een plek waar we de pijn van de wereld kunnen dragen, waar we kunnen neervallen. Een plek waar we niet hoeven te doen alsof de wereld alleen bestaat uit goede en grootse dingen, waar ruimte is voor verdriet, teleurstelling, pijn, dood, ontgoocheling, verlatenheid, eenzaamheid en verlangen van de ziel. Zolang we niet het héle leven kunnen omarmen, de vreugde én het verdriet, het ‘goede’ én het ‘slechte’, blijven we onszelf en de wereld om ons heen kapot maken. Blijven we onszelf vernietigen met verslavingen, met manieren en middelen van zelfmedicatie gericht op een totaal vermijden van pijn.

Voel niet het negatieve. Wees positief!

Belachelijk!!

Uiteindelijk worden we een soort robots – bezig, doen, bezig, doen, bezig, doen – zonder gevoel en hart, niet meer menselijk. Geen gevoel meer, maar kilte, afscheiding, eenzaamheid en logisch redeneren. Geen wonder dat de wereld een puinhoop is.

 

Erbij zijn en blijven

Maar waar, o waar, kan een mens deze pijn voelen zonder veroordeeld te worden, belachelijk te worden gemaakt of vermeden door anderen omdat zij het zelf niet kunnen verdragen om pijn onder ogen te zien? We kunnen het op eigen kracht doen, maar daarvoor voelt het te groot. We hebben iemand nodig die dichtbij ons is én de ruimte tussen ons respecteert. Het kan een therapeut zijn, een goede vriend of een groep mensen die met elkaar bereid zijn te kijken en te voelen zonder de pijn te willen vermijden of snel weg te werken, zonder te vluchten of weg te duiken. Mensen die erbij kunnen zijn en blijven.

 

Het is niet persoonlijk

We leven in een tijd waarin alles kan worden geregeld en georganiseerd, maar wat gebeurt er in de tussentijd? Wat gebeurt er als we thuis komen na een dag in de buitenwereld, werk, verkeersdrukte, junks, lawaai, boosheid, irritatie, files, conflict en vervuiling van de kwetsbare binnenwereld?

Als ik mijn woede uit over de wereld, God, het leven of wat dan ook, over de kennelijke onrechtvaardigheid van dit alles, dan neem jij het niet persoonlijk op en heb jij het niet nodig om jezelf te verdedigen tegen mijn woede, omdat je weet dat het mijn woede is die niets te maken heeft met jou, net zoals ik dat weet.

Dit voelt als een thuis, een hemel op aarde, waar ik alles kan voelen wat het ook is, en waar mijn gevoelens worden erkend, gerespecteerd en serieus genomen, waar jij doet voor mij wat ik doe voor jou. In mijn binnenwereld is de zachte plek is waar ik kan neervallen.

 

Zie mij en ik zie jou

Als ik huil, omdat het kwetsbare mensenhart lijdt, dan blijf jij de uitgestrekte ruimte tussen ons respecteren en ik zal hetzelfde doen, want we weten beiden dat het niet persoonlijk is. Dat is intimiteit in zijn meest perfecte schoonheid.

Zie mij en ik zal jou zien, wees aanwezig bij mij en ik zal aanwezig zijn bij jou. Probeer mij niet te redden, me beter te laten voelen, probeer niet om betekenis te geven aan mijn ervaring, sla niet op de vlucht, verberg je niet voor mij, val me niet aan en bekritiseer me niet. Laat me zijn en ik ben er voor jou.

 

Dit is Liefde

Ieder van ons is verantwoordelijk voor zijn eigen gevoelens en houdt de ruimte open naar de ander. Wat een heerlijk perspectief is dit! Wat zou dit een andere wereld zijn en hoe diep zouden we verbonden zijn. Dit is Liefde voor mij: het volledig eren en aanvaarden van mezelf en de ander voor wie hij is. Daarmee komt een einde aan verlangen, want dit is waar verlangen over gaat – een bezield hart geeft ons de ruimte om te zijn.

En dan, als we weer de buitenwereld ingaan, zijn we krachtig, zorgzaam en meelevend, zijn we helder en besluitvaardig, hebben we veel, heel veel energie om te doen wat nodig is, zonder enige stress – omdat we een zachte plek hebben om te zijn.

 

Hoe maak je de beweging van buiten naar binnen?

Soms zijn we zo druk met dingen buiten onszelf – voldoen aan verwachtingen van anderen, dingen voor elkaar krijgen, bezit verzamelen – dat we onszelf kwijt raken. Onrust, gejaagdheid en stress zijn daarvan het gevolg. Hoe keer je deze naar buiten gerichte beweging om naar binnen?

Een inspirerend ‘recept’ vind ik in een boek van Irvin D. Yalom, ‘Tegen de zon in kijken’. Yalom baseert zich op de filosoof Schopenhauer. Het enige wat telt, is wat je bént.

Rijkdom, bezit, aanzien noch reputatie maken je gelukkig. Materiële zaken zijn een illusie. Hoe meer we bezitten, des te meer we willen hebben. Of hoe banger we zijn om kwijt te raken wat we hebben. Als je in stress of angst leeft over bezit, heb jij geen bezittingen maar hebben de bezittingen jou.

Schopenhauer schrijft: “De helft van onze zorgen en angsten komt voort uit het feit dat we ons druk maken over wat anderen denken.” De drang een goede indruk te maken kan zo groot zijn dat je jezelf verlaat. Wat andere mensen denken is een hersenspinsel dat van het ene op het andere moment kan veranderen. Opvattingen hangen aan een zijden draad en maken ons tot slaaf van wat anderen denken of, van wat wij denken dat ze denken. Een stressvolle illusie om in te leven.

Het enige wat er werkelijk toe doet, is wat we zijn. Een zuiver geweten is volgens Schopenhauer van meer betekenis dan een goede reputatie. Het belangrijkste waar we naar zouden moeten streven is een gezonde geest in een gezond lichaam. Zo leven brengt je volgens hem een onuitputtelijk reservoir aan ideeën, onafhankelijkheid en een moreel hoogstaand leven. Gemoedsrust als bron van geluk ontleen je aan het besef dat het niet de dingen zijn die ons verontrusten, maar onze interpretatie van de dingen.

Wie zou je zijn zonder vergelijking?

“Wie zou je zijn zonder vergelijking?” Deze vraag werd mij deze week aangereikt. Een geweldige vraag die nieuwe openingen biedt.

Vergelijking met anderen leidt tot een innerlijke beweging van iets willen of iets afwijzen. Gedachten die bij deze beweging horen, zijn bijvoorbeeld: ‘Hij is succesvoller dan ik’, ‘Het is oneerlijk dat mij dat niet lukt (en hen wel)’, ‘Zij ziet er leuker uit dan ik’, ‘Ik zie er beter uit dan hij’ en zo gaat deze rij van gedachten eindeloos door. Het effect van dit type vergelijkingen is dat je jezelf, degene die je werkelijk bent, kwijt raakt.

Een andere bekende vorm van vergelijken is de vergelijking met een verleden of met een gewenste toekomst. ‘Het is nu beter/slechter dan toen’, ‘Over 2 jaar moet ik daar staan (en dat is beter dan waar ik nu ben)’ en zo gaat deze rij van gedachten ook eindeloos door. Het effect van dit type vergelijkingen is dat je niet volledig aanwezig bent in het nu.

Vergelijking leidt uiteindelijk altijd tot onvrede of teleurstelling. Als je ontevreden bent over jezelf of over een actuele situatie, kijk dan eens met wie of wat je je vergelijkt. En stel jezelf vervolgens de vraag:

wie zou ik zijn op dit moment zonder vergelijking met anderen of zonder vergelijking van het nu met het verleden of de toekomst?

 

Waar zit jouw goudmijn?

“Er lopen maar weinig mensen rond die echt denken dat ze in de kloven van de maatschappij vallen en verdwijnen. In plaats daarvan duiken de hele dag duizenden gedachten op.” (Byron Katie)

Dat klopt in mijn ervaring helemaal. Zo had ik afgelopen week in mijn mailbox twee mailtjes (één zakelijk en één privé) waar ik bepaalde gedachten over kreeg die irritatie opleverden. Kleine akkefietjes, eigenlijk de moeite niet waard om aandacht aan te besteden en daarom ga je dan meestal weer gauw over tot de orde van de dag. En zo loop je, zo is mijn ervaring, een goudmijn mis. De goudmijn van jouw waarheid en jouw vrijheid.

Toen The Work of Byron Katie op mijn pad kwam, dacht ik dat je The Work pas ging doen als je er echt zelf niet meer uitkwam (mijn gedachte destijds ‘Je moet wel ver heen zijn om The Work te gaan doen’). Ik redde me altijd wel op de een of andere manier. Ik zou zeker niet in de kloven van de maatschappij vallen en verdwijnen.

En ik heb ontdekt dat juist in de kiertjes van een irritant mailtje, een vervelend telefoontje of iets anders ‘kleins’, de opening zit naar vrijheid, helderheid, verbinding en authenticiteit. The Work kun je natuurlijk toepassen op ‘grote’ dingen en in mijn ervaring zijn het ook de dagelijkse akkefietjes op het werk en in je persoonlijk leven die je bij jouw goudmijn brengen.

Waar zit jouw goudmijn, verstopt in jouw akkefietjes van de afgelopen dagen, week, maand of langer geleden?

Wil je weten hoe je daarmee The Work kunt doen, ga dan eens naar www.thework.com of neem contact met me op.