Tien manieren om The Work niet te doen

‘The Work van Byron Katie’ is een werkwijze om te onderzoeken hoe je je verzet tegen een realiteit die je niet bevalt. In het onderzoek ontdek je hoe je anders, meer ontspannen kunt omgaan met deze realiteit. Dit betekent niet dat er nooit meer iets zal zijn wat je niet bevalt. Je verruimt wel aanzienlijk je mogelijkheden om met lastige of moeilijke situaties en gebeurtenissen om te gaan.

The Work bestaat uit vier vragen en een omkering. Dat lijkt heel eenvoudig. Het daadwerkelijk toepassen is soms helemaal niet makkelijk. Toen ik aan mijn onderzoek met The Work begon, werkte het aanvankelijk heel goed. Ik had minder stress en werd rustiger. Later nam dat effect af en liep ik er soms gefrustreerd in vast. Terwijl ik juist dacht dat ik goed bezig was.

Zo doe je The Work niet

Wat was er aan de hand? In feite deed ik toen niet echt The Work. Grace Bell, een collega gecertificeerd begeleider  in The Work, heeft tien manieren verzameld die ervoor garant staan dat je van alles doet behalve The Work. Welke zijn dat?

  1. Schrijf nooit een werkblad. Schrijf sowieso nooit iets op. Doe het onderzoek uitsluitend in gedachten. Stel jezelf alleen de vragen die je je op dat moment kunt herinneren.
  2. Als iemand je irriteert, boos of bang maakt, ga dan jezelf de les lezen. Word boos op jezelf omdat je nog steeds zo van streek kunt raken. Probeer met behulp van The Work jezelf zo snel mogelijk te ‘fixen’ naar een toestand waarin je niet meer zo van streek raakt. (Dit was indertijd mijn favoriete manier.)
  3. Doe The Work uitsluitend op gedachten en oordelen over jezelf. Je hebt geen enkel oordeel over wie dan ook. Dat stadium ben je namelijk al lang voorbij. Jij weet immers dat het altijd over jezelf gaat.
  4. Noteer stressvolle gedachten of oneliners die opkomen, zoals ‘Hij luistert niet naar me’. Schrijf alleen deze losse gedachten op en geen volledig werkblad.
  5. Stel jezelf vraag 1: “Is het waar?” en reageer in de trant van: “Wat is waar?” of “Niets is ooit helemaal waar”. Besteed geen tijd aan het onderzoek van de eerste vraag. Ga door met de volgende vraag.
  6. Als je antwoord geeft op vraag 2: “Is het absoluut waar?”, ga dan uitleggen waarom het volgens jouw professionele mening wel of niet waar is. Iets als: “Wel, het is waar omdat …” en vertel een lang en genuanceerd verhaal met zijpaden en voetnoten.
  7. Als je bij vraag 3 bent aangekomen: “Hoe reageer je, wat gebeurt er als je de gedachte gelooft?”, stort je dan in een verhaal hoe deze persoon niet alleen in de recente situatie jou iets aandeed maar ook al vorig jaar, het jaar daarvoor en eigenlijk al zolang je hem of haar kent. Dat anderen ook problemen met hem/haar hebben, dat het dus zeker niet aan jou ligt. Geef vele voorbeelden waaruit blijkt dat jij met een vreselijk mens te maken hebt (gehad). Maak duidelijk dat jij slachtoffer bent.
  8. Bij vraag 4: “Wie zou je zijn zonder die gedachte?” raak je aardig in de war. Steek je handen in de lucht en zeg “Ik heb geen flauw idee”. Zeg dat je niet genoeg verbeeldingskracht hebt en dat je je werkelijk niet kunt voorstellen hoe het zou zijn zonder de gedachte. Of nog beter, dat je leven zonder die gedachte zelfs onmogelijk zou worden.
  9. Als je een stressvolle gedachte hebt, sla de vier vragen over en ga direct naar de omkeringen. Als je bijvoorbeeld de gedachte hebt ‘Ik ben bang van mijn baas’, keer je deze gedachte meteen om naar: ‘Ik ben niet bang van mijn baas’. En dan spring je een gat in de lucht: “Yeah! Dat is ‘t. Natuurlijk ben ik niet bang van mijn baas”.
  10. Elke stressvolle gedachte die je hebt over iemand anders, keer je onmiddellijk om naar jezelf. Bijvoorbeeld ‘Hij liet me in de steek’ wordt meteen ‘Ik liet mezelf in de steek’. Hiermee heb je een excuus om nooit met iemand een moeilijk gesprek te hoeven aangaan, verbinding te zoeken of iets te veranderen. Voel je vooral beroerd over jezelf.

Wat werkt wel?

Ben je er nog? En … kun je er ook om lachen? Dat hoop ik echt. The Work werkt fantastisch, is eenvoudig en niet makkelijk. Wil je ervaren hoe je The Work kunt doen op een manier die werkt? Neem dan contact met mij op of met een andere gecertificeerde begeleider.

 

 

 

 

 

 

Tem je geest, dat wilde beest

Een van de beste boeken dat ik de laatste tijd heb gelezen, heet ‘Tem je geest’. Niet een titel waarbij je direct in de lach schiet. En bij de ondertitel ‘Gids voor geestelijk welzijn’ moet ik al een geeuw onderdrukken. Wie zich daardoor niet uit het veld laat slaan en toch in dit boek duikt, zal verrast zijn. Ik heb er veel van geleerd en meermalen schoot ik in een daverende lach. Dat is wel toevertrouwd aan de auteur: Ruby Wax, een bekende Britse comédienne en TV-persoonlijkheid die weet hoe ze de lachers op haar hand krijgt.

Geen zweverig gedoe

Ruby Wax heeft jarenlang gekampt met depressiviteit en angsten. Op een gegeven moment nam ze het besluit om zich in mindfulness te storten.  Een gewaagde stap voor iemand die wars is van zweverig gedoe. Heerlijk hoe ze schrijft over haar scepsis om zich in te laten met bijvoorbeeld meditatie. “Ik dacht dat het een boeddhistisch iets was waar je woorden moest gebruiken als shoerana moertisoegamoetismanjannanaan. Ook was ik niet van plan om een of andere olifant met duizend armen of een glimlachende dikke man te aanbidden. Voordat ik me ergens mee inlaat, wil ik altijd dat dingen concreet zijn.”  Ze ging studeren aan Oxford University om zich bij professor Mark Williams wetenschappelijk te scholen in mindfulness gebaseerd op cognitieve therapie. En dat niet alleen, ze ging het ook daadwerkelijk dóen.

Multitasking en zeurende stemmetjes

Haar wens tot concreetheid heeft een super praktische handleiding (met wetenschappelijke onderbouwing) opgeleverd voor alle ‘normale’ en ‘gekke’ gekken die gestoord worden van multitasking en van die eindeloos zeurende stemmetjes in ons hoofd die altijd maar kritiek hebben en hartstikke veeleisend zijn. Een handleiding dus voor mij en voor jou, voor iedereen.

Ontspanning is niet het doel

Mindfulness is bewust aandacht besteden aan dit moment, op een niet-veroordelende manier. Je probeert niet om dingen te veranderen, het gaat zelfs niet om ontspanning, maar om het waarnemen van wat er gebeurt zonder het gebruikelijke kritische commentaar. Wat hiervoor staat, klinkt eenvoudig en misschien is het voor jou wel  een open deur. In mijn ervaring is het daadwerkelijk toepassen ervan verre van eenvoudig. De meesten van ons schieten namelijk als vanzelf in de stand van iets vervelends willen oplossen, wegwerken of ‘fixen’. Zo hebben we het geleerd en dat is ook de norm in onze cultuur.

Hard werken aan een oplossing

Ik merk dat in mijn werk aan de vele pogingen die mensen ondernemen om ‘positief’ te denken, ‘om te denken’ of belemmerende gedachten te vervangen door helpende gedachten.  Allemaal hard werken om een oplossing van welke aard dan ook te realiseren. 

Blijf erbij en kijk ernaar, zonder oordeel

Steeds weer proberen gedachten, gevoelens te veranderen, is wat ons uiteindelijk uitput. Door je aandacht te richten op wat er op dit moment gebeurt, gaat het je opvallen dat gedachten geen feiten zijn. Ze zijn constant veranderende patronen; ze komen en gaan, transformeren, verspreiden zich en lossen op. De handleiding van Wax bevat praktische oefeningen die helpen bij deze bewustzijnsontwikkeling. En een afsluiting in de stijl van Wax:

Als je je tijdens het lezen van deze tekst helemaal bewust was van de woorden en hun betekenissen, als je geen afleidende gedachten kreeg en tegelijk ook de geluiden om je heen waarnam, je ademhaling, je voeten op de grond, hoe je lichaam de stoel of bank raakt waarop je zit, dan ben je een verlicht wezen. Stop met lezen, bel de Dalai Lama. Je bent zijn opvolger.

Ruby Wax, Tem je geest, uitgeverij Spectrum, isbn 978 90 00 33462 9

 

 

 

 

 

 

Stop met ontwikkelpunten

Deze blog heb ik geschreven voor PBLQ-ROI, een van mijn opdrachtgevers.

Op You Tube is een filmpje te vinden met een presentatie van voormalig hockeycoach Marc Lammers. Hij vertelt op grappige wijze hoe hij begon om de zwakke punten van het Nederlands damesteam te verbeteren. Zo werd flink geoefend op de zwakke backhand van een van de spitsen. Keer op keer werd ze aangespeeld op de backhand en kwam ze niet tot scoren. “Niet op de backhand”, riep de radeloze coach. “Maar waar dan wel?” was de roep uit het team. En pas nadat de coach eerst via allerlei cursussen zichzelf had ontwikkeld, was hij in staat om aan de spits te vragen: “Waar wil jij aangespeeld worden?” “Mag ik dat zeggen dan?” klonk het wat timide. Niet op de backhand dus. Vanaf dat moment begon de weg naar het wereldkampioenschap.

Dit filmpje laat ik geregeld zien in de training Individuele Coachvaardigheden. Daarna bespreken de deelnemers met elkaar wat zij uit het verhaal van Lammers bruikbaar vinden voor hun eigen werkpraktijk. En altijd worden mensen zich – soms met een lichte schok – bewust hoezeer we kijken naar wat er niet goed is, hoe druk we bezig zijn om van de 4 een 6 te maken. En hoe we onvoldoende aandacht besteden aan wat er al is, aan de kwaliteiten die wel aanwezig zijn. Hoezeer we vergeten om de aanwezige 6 of 7 te waarderen en verder te versterken.

Stop met ontwikkelpunten

“Waar wil je aangespeeld worden?” “Waar ben jij goed in?” “Wat geeft jou energie en plezier?” “Wat zou jij het liefst doen?” Eenvoudige vragen die niet zo vaak gesteld worden. En als ze al gesteld worden, dan raken ze ondergesneeuwd in de aandacht voor wat er nog niet goed is, voor wat nog ontwikkeld dient te worden. Als trainer heb ook ik de keuze waar ik de aandacht op richt: op ontwikkelpunten van de deelnemers of op hun reeds aanwezige kwaliteiten. Ik heb ervaren dat als ik mijn aandacht en vervolgens die van de deelnemers richt op de reeds aanwezige kwaliteiten dat er dan veel meer zelfvertrouwen is. Een noodzakelijke voorwaarde voor leren.

Van kritiek leer je niet, wel in veiligheid

Een andere noodzakelijke voorwaarde voor leren is een veilige omgeving. Kritiek en (over)bewustzijn van ontwikkelpunten leveren geen veilige leeromgeving op. Zelfvertrouwen en positieve waardering voor wat er is, zorgen wel voor de noodzakelijke veiligheid waarin volop wordt geleerd. Waarin iedere deelnemer zijn of haar volgende stap kan maken. Uiteraard zijn dat heel verschillende stappen. De ene stap is niet beter dan de andere. Wel past elke stap precies bij waar iemand zich bevindt in zijn of haar ontwikkeling.

Leukste training

“Ik vind dit de beste en leukste training die ik tot nu toe heb gevolgd”, complimenteerde een deelnemer me onlangs. Fijn om te horen en hij maakte me nieuwsgierig waarop zijn waardering was gebaseerd. Dus ik vroeg hem wat hij dan ‘goed’ en ‘leuk’ vond. Hij gaf aan dat het de vrijheid is die ik aan deelnemers bied om veel kleine oefeningen met elkaar te doen en om de ervaringen vervolgens met elkaar uit te wisselen. Ik herken dat. Het is een bewuste keus van mij om deelnemers niet uit te nodigen om hun ervaringen meteen in de hele groep te delen. Daarmee zou ik een overbekende dynamiek oproepen dat altijd dezelfde mensen als eersten het woord voeren en dat anderen er het zwijgen toe doen. Door de nabespreking in steeds wisselende subgroepjes te doen, is er geen belemmering voor wie dan ook om zijn mond open te doen.

En op de werkplek?

De deelnemer die mij complimenteerde, ervaart in zijn werk een drempel om direct en adequaat in zijn team aan een discussie deel te nemen. Hij doet de training om dat te leren. Dat ‘ontwikkelpunt’ hebben we nauwelijks aandacht gegeven. Wel aan de kwaliteit die ligt onder zijn terughoudendheid in het team. Tijdens de training voert hij in kleine groepjes soms het hoogste woord en zelfs ook in de hele groep. Als vanzelf in een natuurlijk proces waarin hij zich vrij en veilig voelt. Vanuit dit zelfvertrouwen zet hij zijn volgende stap.

Ruimte voor talentontwikkeling

In werksituaties wemelt het van de ‘ontwikkelpunten’, zaken die ogenschijnlijk niet goed gaan en beter zouden moeten. De wezenlijke vraag is echter hoe we op werkplekken zelfvertrouwen stimuleren en veiligheid creëren? Pas als aan die voorwaarden is voldaan, ontstaat er ruimte voor talentontwikkeling.

Ben je Zen?

“Ben je nog altijd Zen?”, vraagt een aardige collega aan me. Bij die vraag moet ik grinniken. Ik Zen? Verre van. Ik ben behoorlijk aan het worstelen met een kwestie. Zo’n kwestie die we allemaal wel kennen. Iets wat begint met een kleine ergernis over iemand. Op een gegeven moment is het een flinke irritatie en om de een of andere reden omzeil je het.

In de aanval

Natuurlijk zijn er mensen die direct vanuit hun irritatie reageren. In de aanval en confrontatie gaan, omdat die ander “gewoon heel irritant doet”. Of aan hun irritatie lucht geven door er met iemand anders over te praten. Ze zijn dan aan het vechten of verdedigen.

Onderdrukken

Een ander type reactie ziet er ongeveer zo uit. Je probeert het vervelende gevoel, de ‘negatieve’ emotie te onderdrukken of weg te werken. Ondertussen probeer je zo gewoon mogelijk te doen. Omdat je bang bent voor de gevolgen als je direct vanuit je irritatie reageert. Of omdat  je weet dat zo’n irritatie ook veel met jezelf te maken heeft. Of omdat je vindt dat je inmiddels toch wijzer of spiritueler zou moeten zijn. In alle gevallen ben je aan het vluchten of vermijden.

Doodlopende weg

Vechten/verdedigen en vluchten/vermijden zetten je altijd op een doodlopende weg. Hoe kom je daar vanaf?

Potentieel

Een eerste stap bestaat uit je bereidheid om niet meer naar de ander te kijken. Dan ga je verantwoordelijkheid nemen voor jouw gevoel van irritatie. Vervolgens is het essentieel om de irritatie toe te laten in jezelf. Het mag er zijn, zonder schuld of schaamte. Er bestaan geen ‘negatieve’ emoties. Wel bevat elke emotie informatie. Wat heeft de irritatie jou, over jezelf te vertellen? Welke kwaliteit van jou zit onder je gevoel van irritatie? Welk potentieel wil zich hier ontwikkelen?

Onderweg

Als je daarmee bezig bent, begin je stappen te zetten op een andere weg, de weg van verbinden. Een spannende weg met bochten en vergezichten, maar zeker niet doodlopend. De richting op deze weg wordt bepaald door ophouden om naar iemand anders te kijken (1), verantwoordelijkheid nemen voor je gevoel (2), verbinden met jezelf (3) om van daaruit contact te maken met degene die de irritatie in je oproept (4). Ik ben nu onderweg. En waar zit jij?

Als ik los laat, dan …

“Als ik los laat, dan verlies ik mijn ambitie, dan weet ik niet of het wel goed komt, dan geef ik het verkeerde voorbeeld, dan neem ik mijn verantwoordelijkheid niet, dan neemt niemand zijn verantwoordelijkheid meer.”

Deze bezorgdheid spraken enkele managers uit die onlangs deelnamen aan een door mij begeleide training. We waren aan het werk vanuit de ervaring dat je ‘iets’ wilt verbeteren of voor elkaar wilt krijgen wat tot nu toe niet is gelukt. Een taaie kwestie in een relatie, situatie, project of ander topic.

Als zoiets speelt, lijkt het erop alsof we maar twee werkelijkheden kennen.  Aan de ene kant het bekende gevoel van hard werken om het te ‘fixen’. Aan de andere kant een verlangen of soms ook een advies om het dan maar los te laten. Dat laatste voelt dan onbevredigend, zelfs passief.

Verbeteren

Als je een taaie kwestie probeert te veranderen of te verbeteren, is het onvermijdelijk dat dit veel energie kost en dat je blikveld zich vernauwt. Je kunt lichamelijke reacties signaleren, zoals spierspanning, een druk hoofd enzovoort. De energiestroom in je lichaam raakt geblokkeerd, er is een vorm van stress, je vermogen tot inzicht en creativiteit neemt dramatisch af.

Los laten

Vaak hoor ik mensen zeggen dat ze iets moeten accepteren of los laten. Dat klinkt soms inderdaad onbevredigend en passief. En het lukt ook niet echt. Van binnen blijft er iets knagen. Een gevoel van frustratie, ergernis, teleurstelling, machteloosheid of moedeloosheid.

Wat is acceptatie echt?

Accepteren is niet synoniem met passiviteit, berusting of overeenstemming. Accepteren is een wérkwoord met soms veel innerlijk werk. Acceptatie is synoniem met een heldere waarneming van wat is. Vanuit die helderheid ontvouwen zich de daden en handelingen die we te verrichten hebben om verder te komen. Accepteren is dus heel actief.

Andere werkelijkheid

Naast ‘verbeteren’ en ‘laat maar gaan’ is er een andere werkelijkheid. Daarin is er geen verzet tegen de realiteit en er is geen verplicht los laten. Wat is er dan wel? Het lichaam is in balans, in afstemming tussen hoofd, hart en buik. De geest is helder en rustig. De energie kan vrij stromen. Het eigen vermogen tot inzicht en creativiteit is moeiteloos toegankelijk. Even afstand nemen, voelen en reflecteren is een eerste stap in die andere werkelijkheid.

Daar heb ik niets mee

Een mooie dag met een groot aantal collega’s die interessante workshops aanbieden. Het aanbod is overweldigend en ik kan maar drie workshops volgen. Hoe kies je dan?

Elke inleider geeft een korte presentatie om ons lekker te maken. Bij de een denk ik: “Veel te vaag en zweverig, daar heb ik niets mee.”  Bij een ander denk ik: “Goh, dat is interessant, daar wil ik wel meer van weten.” Bovendien ook nog een grappige vent. En zo lijkt mijn keuze snel gemaakt.

Over andere boeg

Want … ik besluit om het eens over een andere boeg te gooien. Ik ga maar eens naar de vage workshop van de zweverige inleider, naar de inleider die onverstaanbaar praat over digitale beelden en vormgeving, waar ik niets mee heb. Die grappige man, die houd ik er in. Dat wordt workshop nummer drie.

Om met die laatste workshop te beginnen: daar kreeg ik bevestiging en herkenning van dingen die ik al lang doe. Geen verrassing of vernieuwing. Het werd een plezierig uurtje, lekker in mijn comfortzone.

Uit je comfortzone

En hoe ging het in die twee andere workshops? In wisselende volgorde registreerde ik bij mezelf verzet, verrassing, verwarring en vernieuwing. Wat heeft dit experiment opgeleverd?

  • Inzicht hoe je vanuit je comfortzone altijd op de bekende paden blijft. Verrassing of vernieuwing gegarandeerd uitgesloten.
  • Een andere manier van kijken naar mensen. Als je je alleen opent voor mensen waar je wat mee hebt, sluit je je af voor het ontdekken van nieuwe zienswijzen en ervaringen.

Verder leverde juist mijn deelname aan de workshops waar ik niets mee had, een uitnodiging op om een verhaal te schrijven voor een internationaal project en een zakelijk contact dat kansen biedt. Hiervan heb ik geleerd om niet meer zo snel te zeggen: “Daar heb ik niets mee”.

En nu jij!

Rijd eens een andere route naar je werk. Ga eens bij  een collega zitten waar je niets mee hebt. Doe in ieder geval eens iets wat je nog nooit gedaan hebt. En – doe eens gek – deel jouw ervaring via het reactieformulier.

Geluk is (niet) heel gewoon

“Wil je een blog schrijven over geluk?”

Tussen het moment dat de organisatie van de Geluksparade deze vraag stelde, en het moment dat ik nu schrijf, heb ik enkele geluksmomenten gehad en ook enkele niet-geluksmomenten. Geluk is  kennelijk een wispelturig fenomeen: zo is het er en zo is het weer weg.

De media produceren voortdurend een tsunami aan niet-geluk. Gisteravond zag ik in het Journaal vluchtelingen op Lampedusa. De gedachte komt bij me op: “Wat ben ik toch een bofkont dat ik in Nederland geboren ben.” Voel ik me op dat moment gelukkig omdat ik in een welvarend en veilig land leef? Eerlijk gezegd niet, want er overheersen andere gedachten, zoals twijfel  over een nieuw project. Net zoiets als toen  ik geen spruitjes lustte als kind en mijn ouders (Hongerwinter-ervaringsdeskundigen) mij probeerden te stimuleren met de tekst: “De kindertjes in India zouden dit maar wat graag eten.”  Maar de hongerige kindertjes  in India veranderden mij niet in een gelukkige spruitjeseter.

In de social media en met name op FB heersen een en al uitgelatenheid en geluk.  Een virtuele wereld vol mensen die fantastisch genieten van zichzelf, van elkaar, van succes, van lekker eten, van honden en katten, bloemen en bijtjes, muziek en eindeloos verder.  Word ik gelukkig van al die geluk delende mensen? Nee, verre van.

Principe: Vergelijken maakt niet gelukkig

Deze voorbeelden leveren mij een eerste ‘geluk principe’ op: vergelijking vormt een belemmering voor geluk. Ik besluit om op basis van mijn eigen ervaringen op zoek te gaan naar nog meer ‘geluk principes’. Zoek je mee?

Meermalen in mijn leven heb ik gedacht ‘Het Grote Geluk’ gevonden te hebben. Een paar voorbeelden: trouwen met mijn prins op het witte paard, veelbelovend van start in studie en carrière, gezegend met een gezond en sterk lichaam, beschikken over een mooi huis en voldoende geld, een verre en prachtige reis. Al deze Grote Gelukken zijn inmiddels voorbij dan wel meermalen geheel of gedeeltelijk veranderd.

Principe: Het Grote Geluk bestaat niet

Deze ervaringen brengen mij bij het volgende ‘geluk principe’: Het Grote Geluk als een soort permanente staat van zijn bestaat niet. Geluk verandert continu (en gelukkig geldt dit principe ook voor niet-geluk!). Anders gezegd: alles in dit leven verandert continu, dus ook geluk en zelfs niet-geluk.

Principe: Geluk komt niet van buiten

De ervaringen die ik hiervoor noemde, hebben iets gemeen:  man (of vrouw), loopbaan, lichaam, huis, geld, reizen. Allemaal ‘dingen’ buiten jezelf. Huh, lichaam buiten jezelf? Ja, ook je lichaam is iets ‘buiten jezelf’. Je kunt er wel mee omgaan, maar in werkelijkheid heb je er geen controle over. Ik formuleer het volgende ‘geluk principe’ dan ook zo: geluk komt niet van buiten maar ergens anders vandaan. Dit ‘ergens anders’ komt later terug.

De filosoof Alain de Botton beschrijft in ‘Statusangst’ hoe mensen in vroeger tijden genoegen namen met hun door God bepaalde lot. Een kenmerk van onze huidige tijd en Westerse cultuur is dat er op alle fronten maakbaarheidsgeloof heerst.  De keerzijde daarvan is dat de verantwoordelijkheid niet meer in Gods handen ligt, maar volledig in onze eigen handen komt. Heb je geen succes? Sorry hoor, maar dan pak jij het niet handig aan. Ben je niet gelukkig? Jammer, maar dat ligt dan toch echt aan jou. Deze benadering neemt in sommige spirituele kringen wel eens harde vormen aan. Als jij niet gelukkig bent, moet jij iets doen. Je denkt niet positief, je voelt negatieve emoties, je doet het dus verkeerd,  je moet meer in het Nu leven. We  kunnen het nauwelijks meer verdragen om niet-geluk toe te laten en te ervaren. Dus vooruit, aan de slag, ga jezelf veranderen en verbeteren.

Principe: Streven naar … is niet de weg

In een business propositie van een coach lees ik: “We streven allemaal naar flow.” En juist dit streven naar … is een belemmering voor welke flow dan ook. De laatste jaren ontdek ik gaandeweg dat aanvaarden en accepteren (bijna Middeleeuwse woorden in onze cultuur) een belangrijke bijdrage vormen voor geluk. Aanvaarden en accepteren niet als mentaal besluit – verwoord in de modieuze slogan “Het is wat het is” – maar aanvaarden en accepteren als ongecontroleerd en misschien zelfs onbedoeld gevolg van een proces van innerlijke transformatie. Mijn eigen ervaring is dat dit niet met een workshop of een boek voor elkaar is. Misschien raken we hier wel de essentie van het menselijk levenspad: je leren verhouden tot jezelf zoals je bent en tot al wat is, in een langzaam en aandachtig proces van ervaren. Tenminste als je tijd van leven is vergund. Zo niet, dan zal het tempo van dit proces rigoureus versnellen.

Principe: Verwachtingen dragen niet bij aan geluk

Een andere belemmering voor geluk is de kloof tussen de wijze waarop we dingen interpreteren of verwachten versus de realiteit. Hoe vaak zijn we niet bezig de realiteit te bestrijden, dat wil zeggen druk in de weer om jezelf of anderen te veranderen. Voorbeelden?

Ik ben niet tevreden over mezelf, over mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn haar, mijn ogen, mijn gezicht, mijn gewicht, mijn leeftijd, mijn sportprestaties, mijn partner, mijn ouders, mijn kinderen, mijn vrienden, mijn baas, mijn collega’s, mijn buren en eindeloos verder.

Er is een bekende uitspraak  “Geluk is niet afhankelijk van dingen buiten ons, maar van de manier waarop we die zien.” Precies datzelfde kun je ook zeggen van niet-geluk: “Niet-geluk is niet afhankelijk van dingen buiten ons, maar van de manier waarop we die zien.” Kortom, alles zit in de manier waarop wij naar de wereld kijken. En ook dat kijken en denken van ons gebeurt zonder dat we er controle over hebben. Wat kunnen we dan nog wel doen?  

Geluk principes

De door mij genoemde ‘geluk principes’ zijn in feite ‘niet-geluk principes’. Wat maakt ons niet gelukkig? Dat zijn vergelijkingen met anderen, geloven in Het Grote Geluk, geluk verwachten van externe leveranciers (materie of mensen), vreselijk je best doen en streven naar geluk, vasthouden aan verwachtingen en interpretaties die niet overeenstemmen met de realiteit.

Als ik deze ‘niet-geluk principes’ omkeer, tekenen zich de volgende ‘geluk principes’ af:

  • Geluk wordt bepaald door de manier waarop je naar de wereld kijkt en erover denkt.
  • Geluk is een persoonlijke ervaring of beleving, alleen of samen met anderen
  • Waarvan je ten volle kunt accepteren dat die onderhevig is aan voortdurende verandering
  • Geluk is het besef dat je onderdeel bent van een veel groter geheel.

Hoe kijk ik? Wie ben ik?

De Dalai Lama schrijft in ‘Wijsheid voor een moderne wereld’: “Door mijn ontelbare ontmoetingen met allerlei mensen over de hele wereld en uit alle lagen van de bevolking besef ik telkens weer dat we diep van binnen eigenlijk allemaal hetzelfde zijn. Sterker nog: hoe meer ik van de wereld zie, hoe duidelijker dat wordt. Ongeacht onze leefsituatie, of we nu rijk zijn of arm, een opleiding hebben genoten of niet, tot welk ras of geslacht we behoren, we streven allemaal naar geluk en we willen leed zoveel mogelijk vermijden.” Als we allemaal hetzelfde zijn in ons streven naar geluk, kun je wél zeggen dat we verschillend zijn in de manieren waarop we geluk definiëren en realiseren. Toch is voor velen van ons het leven al half voorbij voordat we inzien waar het om gaat – en waar het ons om gaat.

De weg naar gewoon geluk

In alle wijsheid tradities wordt het innerlijk proces van zelfkennis gezien als dé weg naar geluk. In onze naar buiten gerichte mediacultuur gaat zo’n proces van zelfkennis niet vanzelf. Daarvoor moet je iets organiseren. Ik noem dat het inrichten van een dagelijkse praktijk. Hoe die er precies uitziet, verschilt van mens tot mens. Elementen daarin zijn bijvoorbeeld: dagelijks een moment van stilte in de vorm van meditatie of gebed, het bijhouden van een dagboek, hard lopen of wandelen in de natuur, het beoefenen van yoga of van een vecht- en bewegingskunst als Tai Chi of Aikido. De sleutel is dat je een bepaald deel van de dag reserveert voor reflectie, introspectie en de ervaring van verbinding met een groter geheel. En dat kan al beginnen met maar 5 minuten per dag. Deze dagelijkse praktijk vraagt wel van je dat je bereid bent te oefenen zonder resultaat te verwachten.

De weg naar gewoon geluk is eenvoudig en niet makkelijk.

Je komt altijd aan, maar altijd elders

De afgelopen dagen heb ik mezelf goed gevoed. Mijn voeding bestond uit het 5-daagse programma ‘Transformational Presence in Leadership & Coaching’ van Alan Seale.  Gaandeweg raakte ik zo verwend dat ik onbewust  steeds hogere verwachtingen koesterde over het volgende gerecht dat zou worden opgediend.  Zo verscheen er een aantrekkelijke oefening, eerst een demo en daarna zelf aan de slag. Met een collega-deelnemer ging ik aan het werk, vol verwachting. En oei, wat viel het tegen. Wat was er aan de hand? Ik registreerde dat mijn verwachtingen inmiddels zo’n vlucht hadden genomen dat ik alleen nog BIJZONDERE ervaringen verwachtte.

Teleurstelling

We kennen allemaal de ervaring dat iets of iemand tegenvalt. Een vriend vertelt je dat je beslist ‘die’ film moet gaan zien. En daar zit je dan in het donker naar een langdradige film te kijken die je niet kan boeien. Je leuke nieuwe collega die veel enthousiasme bij je oproept, blijkt na enige tijd iemand met een naargeestig ochtendhumeur op maandag. Je teleurstelling heeft echter niets te maken met die film of met je collega. Wel alles met je eigen verwachting, met jouw verhouding tot de realiteit.

Ingehaald door de realiteit

Tegenvallende verwachtingen zijn een issue in alsmaar veranderende organisaties. Er worden doelen geformuleerd en vanzelfsprekend zitten die boordevol verwachtingen. Natuurlijk is het OK om een doel te hebben. Waar het mis gaat, is in onze verhouding tot dat doel: in onze gehechtheid eraan en in ons vasthouden eraan. Want wat is meestal de realiteit? Doel niet gehaald, bijstelling nodig, planning moet aangepast enzovoort.  Ik denk dat deze ‘maakbare’, op ratio gebaseerde manier van kijken en denken uit de tijd is, ingehaald door de realiteit van voortdurende verandering.

Nieuwe competenties

Naast doelgerichtheid hebben we dus andere competenties nodig, zoals flexibiliteit en openheid om te zien wat er gebeurt om daarop te kunnen meebewegen. Daartoe ben je echter alleen in staat als je voldoende ruimte ervaart  in jezelf. Hier ligt voor coaches mooi werk. En niet alleen met hun cliënten, maar ook met zichzelf. Een gedicht van Roberto Juarroz verwoordt heel treffend waarover het gaat:
Het ene zoeken
is altijd het andere vinden.
Dus om iets te vinden,
moet je iets zoeken dat het niet is.
De vogels zoeken om de roos te vinden,
de liefde zoeken om ballingschap te vinden,
het niets zoeken om een mens te ontdekken,
naar achteren gaan om vooruit te komen.
De clou van de weg ligt
niet zozeer in zijn splitsingen,
zijn verdachte begin
of zijn twijfelachtige einde,
maar in de bijtende humor
van zijn tweerichtingsverkeer.
Men komt altijd aan,
maar altijd elders.

Alles gaat voorbij.

Maar de andere kant op.
 
Deze blog is eerder gepubliceerd op www.onzecoach.nl

Maakt bezit bang?

Na een bergsportvakantie in de Dolomieten hadden we een paar uur, voordat de trein ons terug naar Nederland zou brengen. Het was erg warm en iedereen wilde wel even de mooie stad Trento in. Maar dan wel zonder zware rugzak. En zo zat ik dan even later naast een stapel rugzakken en tassen. Als eerste had ik een uur bewakingsdienst; daarna zou iemand anders deze taak van me overnemen. De plek was ideaal: een schaduwrijk park tegenover het station.

Toen iedereen de stad in ging en ik op het bankje achterbleef, gebeurde er iets bijzonders.

Iedere passant bekeek ik met argwaan: is dit misschien een potentiële dief of aanvaller? Mijn ogen speurden spiedend rond op zoek naar het minste verdachte teken. En het rare was: ik zag ineens een bedreigend park vol zwervers en rare types, mensen die niet te vertrouwen waren in de nabijheid van mijn kostbare waar. Ik voelde stress opkomen gekoppeld aan de gedachte: “Ik moet deze stapel kostbaarheden bewaken en beschermen tegen de boze buitenwereld.”

Een heftige ervaring. Meermalen ben ik op soortgelijke plekken geweest en dan zonder iets bij me: geen tas, geen geld, niets. Iedere keer werd het een fantastische ontmoeting met lieve en vrolijke mensen die dingen met elkaar deelden: eten, drinken, muziek en dans. Iedere keer had ik een gevoel van vrijheid. Hoe anders was het nu, gevangene van de stapel bezittingen die ik dacht te moeten beschermen en bewaken.

Zou het kunnen kloppen dat bezit bang maakt?

Harry Jekkers heeft er een prachtige tekst over gemaakt en gezongen: De man in de wolken.

http://bit.ly/180LNoM

Je reactie is welkom.

Er gebeurt iets wat ik niet wil

Er gebeurt iets waar je helemaal niet op zit te wachten. Dat kan vervelend zijn, verschrikkelijk of misschien wel rampzalig. Iedereen is deskundig in het meemaken van dergelijke ervaringen, variërend van kleine tegenvallers tot grote drama’s.

Je kunt op zo’n ervaring op verschillende manieren reageren. Heel populair is de ‘waarom’-vraag. Waarom gebeurt dit? Waarom moet mij dit overkomen?

Een andere vraag die hoge ogen gooit, is ‘wie of wat heeft dit gedaan?’. Wie heeft mij dit aangedaan? Wat heeft dit veroorzaakt? Wie is hieraan schuldig?

In mijn ervaring brengen deze vragen me buiten mezelf. Mijn aandacht gaat volledig naar de buitenwereld, naar processen waar ik geen invloed op heb, naar anderen. Deze populaire benadering heeft echter ook wat te bieden. Ik kan er mezelf mee gerust stellen. Als er een aanwijsbare oorzaak is en een schuldige, dan ‘klopt het weer’, voor heel even. Want het leven gaat door om van tijd tot tijd ervaringen te bieden die ik liever niet wil.

Een meer duurzame en helaas minder populaire benadering is de vraag ‘hoe ga ik op dit moment – in deze tegenvallende situatie of rampspoed – om met deze realiteit’?

Hoe luister ik naar mijn eigen wijsheid, hoe maak ik contact met mijn hart en mijn lichaamstaal, hoe vind ik daarin de antwoorden die voor mij waar zijn?

Als je dat contact met jezelf tot stand weet te brengen, komt de volgende vraag als vanzelf: ‘wat levert deze tegenvallende situatie of rampspoed mij op’?