De grote feedbackmythe

Vrijwel iedereen die werkt in een team, heeft wel eens een cursus gevolgd in feedback. En daarin van alles geleerd over ‘de regels van goede feedback’. Ik merk dat bij deelnemers in trainingen en bij cliënten die over het algemeen prima  op de hoogte zijn van ‘do’s en don’ts’ van feedback. Wordt het geven, vragen en ontvangen van feedback daarmee makkelijker? Nee! De grote mythe rond feedback is dat het op een ‘doe’-manier te leren is. Waar vrijwel nooit aandacht aan wordt besteed, is de innerlijke houding van degene die feedback geeft en van degene die feedback ontvangt.

Kwetsbaarheid

Of we nu feedback geven, ontvangen of vragen, altijd draait het daarbij om het ervaren van kwetsbaarheid. En de waarheid is dat die kwetsbaarheid nooit over gaat, ook al zijn we nog zo goed getraind en ervaren in het geven en ontvangen van feedback. Hoewel feedback een essentieel onderdeel is van mijn werk als trainer en coach, kan ik er nog altijd tegenop zien om feedback te vragen of te geven en kan ik me nog altijd geraakt voelen als ik feedback krijg. En dat heeft in alle gevallen niets met de ander te maken, maar uitsluitend met mijn eigen innerlijke houding. ‘De kracht van kwetsbaarheid’ van Brené Brown  is voor mij het eerste boek waarin eerlijk en helder wordt beschreven waar feedback echt over gaat. Over kwetsbaarheid dus.

Betrokken feedback

Kwetsbaarheid is inherent aan leren, ontdekken en ontwikkelen. In de meeste bedrijfsculturen is daar geen plek voor, wel voor schaamte en schuld. En dus ontstaat er logischerwijs zelfbescherming en naar een ander wijzen. De organisaties van tegenwoordig zijn zo op ‘cijfers en meten’ gericht – bijvoorbeeld in de vorm van een omvangrijk medewerkerstevredenheidsonderzoek – dat het juist weer zeldzaam is als mensen elkaar stimuleren met waardevolle persoonlijke feedback. Feedback is een van de moeilijkste arena’s in ons leven. Het betreden ervan gaat zeer veel opleveren. Maar dan moeten we bereid zijn onze beschermende wapenrusting af te leggen, onszelf te laten zien en betrokkenheid te tonen.

Moed en leiderschap

Er is dus moed nodig, veel moed. Een leidinggevende die aan een medewerker vraagt: “Welke rol speel ik volgens jou in het probleem?” of “Wat kan ik anders doen om jou te ondersteunen?”, die vervolgens in staat is om het antwoord echt te horen en op zich in te laten werken, laat moed zien en leiderschap. Dit heeft te maken met innerlijke houding: hoeveel ruimte en openheid heb je om te horen, te vragen en te luisteren? Als we onder druk staan, wordt het heel moeilijk om de ruimte in ons hoofd en hart te vinden voor het geven en ontvangen van feedback die groei en betrokkenheid stimuleert.

Innerlijke houding

Brené Brown pleit voor het trainen van mensen in het geven en ontvangen van feedback op een manier die groei en betrokkenheid stimuleert. Dat onderschrijf ik vanuit mijn ervaring van harte. Dat is een heel ander soort training dan de gebruikelijke feedbackcursus. Het  is een training in het ontwikkelen van ruimte in je hoofd en hart, in het onderzoeken van je innerlijke houding, van je manier van kijken, van je waarden en overtuigingen, hoe je zelfreflectie leert en stimuleert. Een checklist voor het geven en ontvangen van betrokken feedback vind je hier. Wil je meer weten over een training in betrokken feedback? Neem dan contact met mij op.

 

Met zovelen onderweg

Het is nu zo’n 15 jaar geleden dat ik het eerste boek van Joseph Jaworski las: ‘Synchroniciteit – de innerlijke weg naar leiderschap’. Een boek dat me regelrecht in mijn hart raakte en dat het begin markeerde van mijn innerlijke reis naar leiderschap. Op verschillende momenten in de afgelopen jaren is Jaworski voor mij – naast enkele anderen – een belangrijke inspiratiebron geweest. Aan het eind van zijn eerste boek staat een kort verhaal. Daarover wil ik het nu hebben.

De stem van één mens

“Vertel me eens wat een sneeuwvlok weegt”, vroeg een koolmees aan een duif. “Niets meer dan niets”, was het antwoord.

“In dat geval moet ik je een wonderbaarlijk verhaal vertellen”, zei de koolmees. “Ik zat eens op de tak van een dennenboom, vlakbij de stam, toen het begon te  sneeuwen – niet hevig, geen razende sneeuwstorm, nee, gewoon, zoals in een droom, zonder enig geweld. Daar ik toch niets beters te doen had, begon ik de sneeuwvlokken die op de naalden en twijgjes van mijn tak neer dwaalden, te tellen. Ik was precies bij nummer 3.741.952, toen de 3.741.953e sneeuwvlok op die tak viel – niets meer dan niets, zeg je, maar de tak brak af.”

Na dat verhaal  te hebben verteld, vloog de koolmees weg. De duif, sinds de tijd van Noach een autoriteit in vredeszaken, dacht een tijdje over het verhaal na en zei ten slotte in zichzelf: “Misschien ontbreekt er nog maar de stem van één mens om tot vrede in de wereld te komen.”

Veel meer dan jaaroverzichten

In deze tijd van het jaar schotelen de media ons jaaroverzichten voor. Zoals het gaat in de wereld van de nieuwsmedia, krijgen we daarin vooral rampen, narigheid, oorlog en ongelukken te zien. Ik laat deze overzichten voor wat ze zijn en ben in gedachten bij de vele mensen die ik in het afgelopen jaar mocht ontmoeten en die elk voor zich een sneeuwvlok zijn in de ontwikkeling van duurzaam leiderschap, van vrede in zichzelf en in hun directe omgeving.

Met zovelen onderweg

Deze menselijke sneeuwvlokken vind ik in internationale communities, zoals die van The Work of Byron Katie, Transformational Presence en the European Mentoring and Coaching Council. En ook in mijn dagelijks leven en in mijn werk kom ik velen tegen. Er is een groot verlangen naar een wereld die werkt, naar een leven in verbinding en verbondenheid, naar een werkplek waar mensen het beste van zichzelf laten zien. Daarvoor zijn zoveel mensen in beweging. De uitspraak van de duif is nog niet gerealiseerd, maar we zijn met zovelen onderweg. Dit stemt mij tevreden en positief aan het begin van dit nieuwe jaar.

 

Als ik los laat, dan …

“Als ik los laat, dan verlies ik mijn ambitie, dan weet ik niet of het wel goed komt, dan geef ik het verkeerde voorbeeld, dan neem ik mijn verantwoordelijkheid niet, dan neemt niemand zijn verantwoordelijkheid meer.”

Deze bezorgdheid spraken enkele managers uit die onlangs deelnamen aan een door mij begeleide training. We waren aan het werk vanuit de ervaring dat je ‘iets’ wilt verbeteren of voor elkaar wilt krijgen wat tot nu toe niet is gelukt. Een taaie kwestie in een relatie, situatie, project of ander topic.

Als zoiets speelt, lijkt het erop alsof we maar twee werkelijkheden kennen.  Aan de ene kant het bekende gevoel van hard werken om het te ‘fixen’. Aan de andere kant een verlangen of soms ook een advies om het dan maar los te laten. Dat laatste voelt dan onbevredigend, zelfs passief.

Verbeteren

Als je een taaie kwestie probeert te veranderen of te verbeteren, is het onvermijdelijk dat dit veel energie kost en dat je blikveld zich vernauwt. Je kunt lichamelijke reacties signaleren, zoals spierspanning, een druk hoofd enzovoort. De energiestroom in je lichaam raakt geblokkeerd, er is een vorm van stress, je vermogen tot inzicht en creativiteit neemt dramatisch af.

Los laten

Vaak hoor ik mensen zeggen dat ze iets moeten accepteren of los laten. Dat klinkt soms inderdaad onbevredigend en passief. En het lukt ook niet echt. Van binnen blijft er iets knagen. Een gevoel van frustratie, ergernis, teleurstelling, machteloosheid of moedeloosheid.

Wat is acceptatie echt?

Accepteren is niet synoniem met passiviteit, berusting of overeenstemming. Accepteren is een wérkwoord met soms veel innerlijk werk. Acceptatie is synoniem met een heldere waarneming van wat is. Vanuit die helderheid ontvouwen zich de daden en handelingen die we te verrichten hebben om verder te komen. Accepteren is dus heel actief.

Andere werkelijkheid

Naast ‘verbeteren’ en ‘laat maar gaan’ is er een andere werkelijkheid. Daarin is er geen verzet tegen de realiteit en er is geen verplicht los laten. Wat is er dan wel? Het lichaam is in balans, in afstemming tussen hoofd, hart en buik. De geest is helder en rustig. De energie kan vrij stromen. Het eigen vermogen tot inzicht en creativiteit is moeiteloos toegankelijk. Even afstand nemen, voelen en reflecteren is een eerste stap in die andere werkelijkheid.

Speed daten: Wat is je droom?

Een mistige voorjaarsochtend. Ik doe mijn gebruikelijke hardlooprondje door het bos. Door de mist zie ik een vage gestalte opdoemen. Donker gekleed, voorover gebogen. Dichterbij gekomen zie ik hem beter: gekleed in schutkleuren, het uiterlijk van een boswachter, met een schop aan het graven, een oud en enigszins verweerd bankje ligt naast hem op de grond.

“Goedemorgen”, klinkt het en als vanzelf houd ik stil. Het wordt het begin van een lang gesprek.

Met glanzende ogen vertelt hij over zijn werk hier in de bossen, al bijna 40 jaar. Hoe hij elke boom die hij eigenhandig heeft geplant, nog steeds weet te vinden. Hoe hij nu bezig is een bankje te herstellen, een bankje dat hier staat ter herinnering aan een collega die ook zijn leven lang in de bossen heeft gewerkt. Hij praat over de seizoenen, de natuur, de stilte, zijn geloof, zijn werk en het plezier dat hij er nog altijd aan beleeft om buiten bezig te zijn.

“Maar nu moesten we onlangs speed daten”, zo klinkt de volgende zin. Een nieuwe directeur en management hadden alle medewerkers uitgenodigd voor een bijeenkomst. Om te praten over hun droom.  En daar zaten ze dan met elkaar in een zaaltje. “De directeur  vroeg aan mij: wat is jouw droom? Tja, wat zeg je dan? En iedereen moest dat vertellen.”  Hij lacht er wat bij. Bij de herinnering aan deze situatie staat hij te schutteren.

Er komt een ongemakkelijk gevoel bij mij op. Hoe vaak zijn wij (managers, trainers, coaches, organisatieadviseurs e.d.) bezig met het stellen van de verkeerde vragen? Vragen afkomstig uit een andere wereld.  Dromen zul je, een passie moet je hebben.  En daar moet je hier en nu over praten met elkaar. En behalve praten zul je ook doen : verplicht met elkaar gamen, sporten, barbecueën enzovoort. En dat noemen we dan teambuilding.

Hoeveel tijd en geld voor dergelijke bijeenkomsten zouden we besparen als we in de dagelijkse omgang op de werkplek werkelijk open zouden kijken en luisteren naar elkaar. Dat vraagt om een totaal andere benadering. Een benadering die begint met zelfreflectie en met het openen van jezelf.

Hoe kijk jij naar je medewerkers? Hoe luister je? Hoeveel tijd en geduld heb je om echt te zien en te horen? Vanuit een open mind en een open hart?

 

Leiderschap: kwestie van samenwerken

Leiderschap, meer een kwestie van samenwerken dan van anderen de weg wijzen.

Dat is misschien wel het belangrijkste inzicht dat een aantal talentvolle studenten het afgelopen jaar heeft opgedaan in een masteropleiding voor ‘jonge leiders’ aan de Universiteit van Utrecht.

Ze waren geselecteerd op hun kwaliteiten, waaronder ‘natuurlijke leiderschapskwaliteiten’ als het voortouw nemen in een groep, beschikken over een helikopterview, kunnen analyseren en luisteren. Gaandeweg bleken die natuurlijke leiderschapskwaliteiten lang niet altijd van belang. Leiderschap is veel meer een kwestie van samenwerken. Zelfkennis, het kunnen overbruggen van disciplines, zelfvertrouwen, mensen met andere talenten om je heen verzamelen en op hen durven vertrouwen, dat alles blijkt er veel meer toe te doen.

“Ik denk dat het begrip ‘leider’ vaak gezien wordt als een positie ten opzichte van anderen, terwijl ik het meer ben gaan zien als ‘persoonlijk leiderschap’: verantwoordelijkheid nemen voor je persoonlijke ontwikkeling,” zegt een van de studenten in Trouw. “Als ik mezelf ken en weet hoe ik anderen kan aanvullen en andersom, word ik beter in wat ik doe.” Een ander: “Gedeeld leiderschap is het ultieme leiderschap.”

Wat een fantastische inzichten om daarmee aan een leidinggevende carrière te beginnen. En een ander voegt er in alle bescheidenheid aan toe: “Wij zijn niet direct de nieuwe groep leidinggevenden van Nederland.”

Bescheidenheid prima en ik zou het heel jammer vinden als zij geen leiding zouden gaan geven. Met hun ervaringen en inzichten zijn ze juist waardevol voor de noodzakelijke vernieuwing van leiderschap. Ego-leiderschap dat zogenaamd anderen de weg wijst, is echt uit de tijd. Ik verheug me op hun komst.

Wat is er mooi aan oorlog?

 

Een regenachtige zondag in een volle zaal in Amsterdam met Byron Katie. Inspirerend, verhelderend en af en toe de wereld op zijn kop, zo lijkt het wel. Katie spreekt over een friendly universe en dat nothing out of order is. En dan komt natuurlijk de onvermijdelijke vraag hoe het dan zit met oorlog en allerlei andere vreselijke dingen die dagelijks gebeuren.

 

De stressvolle gedachte is ‘oorlog is verschrikkelijk’ en Katie vraagt meteen – The Work bestaat immers uit vier vragen en een omkering – naar de omkering van ‘verschrikkelijk’. Er komt iets uit als ‘war is wonderful’. Ik voel spanning in mijn lijf opkomen en gedachten als: dit kan toch niet, dit is te gek. En Katie gaat door. Ze vraagt aan de deelnemers aan haar workshop: geef voorbeelden hoe oorlog ook ‘wonderful’ kan zijn. Mijn stress en verontwaardiging worden nog groter: dit gaat te ver, er is helemaal niks moois aan oorlog.

 

Niettemin geven een paar mensen vrij snel voorbeelden die mij niets zeggen. Ik blijf het verschrikkelijk vinden. En dan zegt Katie: oorlog laat mij zien wat ik niet wil. Bij deze woorden voel ik weerklank. En ze gaat verder: Dat betekent dat ik eerst de oorlog die ik zelf voer, moet beëindigen. De oorlog, soms in mijn hoofd, met anderen en met mezelf. Hoe kan er ooit vrede in de wereld komen als ik vrede dichtbij niet weet te realiseren?

 

Op dat moment ben ik terug bij een andere bijeenkomst, ook in Amsterdam, enkele jaren geleden met de Dalai Lama. Ook daar kwamen vragen aan de orde over oorlog en vrede en andere grote problemen in de wereld. Wat ik de Dalai Lama toen hoorde zeggen, is richtinggevend voor mij geworden. “Ga niet zitten wachten op een oplossing van politici. Ga straks terug naar huis, en begin vrede te maken met bijvoorbeeld 10 families om je heen in je directe omgeving. En als dat gelukt is, maak de kring groter. Dan worden het 20 families en zo verder.”

 

Die woorden ontploften als een bom in mijn hoofd. Ik dacht aan de jarenlange onmin met onze buren over hun blaffende honden. Ik voelde hoe hypocriet het was om mooie verhalen over vrede in de wereld te lezen of te houden en tegelijkertijd niet in staat te zijn om vredelievend te zijn in het dagelijks leven in mijn directe omgeving.

 

Na de vraag van Katie hoe het stond met de oorlogen die we zelf voerden, was het ineens muisstil in de zaal. Iedereen was op dat moment in zijn eigen oorlogen en in de ervaring hoe lastig het kan zijn om die te beëindigen.

Welke oorlogen voer jij en hoe ga je die beëindigen?

Vol verwachting klopt ons hart …

“Vol verwachting klopt ons hart…”

Niet alleen door 5 december komt deze tekst bij me op. Recente ervaringen van mezelf en van cliënten hebben me aan het denken gezet over ‘verwachtingen’. Het is zo gemeengoed om met verwachtingen te leven. En we stimuleren dat ook als we propageren om een droom, een passie, ambitie of doelstelling te leven. En tegelijk is dit een bron van frustratie naar anderen of jezelf als de werkelijkheid anders blijkt te zijn dan je verwachtte. Of zoals een cliënt pas tegen me zei: “Hoe kan ik de aansluiting vinden tussen het ideaal in mijn hoofd en de realiteit?”

 

Hoe vaak komt het niet voor dat de werkelijkheid anders is dan we graag zouden willen? Een paar voorbeelden uit mijn praktijk:

  • ik verlies mijn baan per 1 januari. Ik voel me onzeker over de toekomst.
  • ik heb niet zo’n goede beoordeling. Ik weet niet of ik nu contractverlenging krijg.
  • ik ben ineens van mijn project afgehaald. Ik voel me onrechtvaardig behandeld.
  • mijn lichaam geeft na een burn-out nog steeds vervelende signalen.
  • mijn vrouw heeft een postnatale depressie. Ik had me deze periode heel anders voorgesteld.
  • mijn assessment is niet zo goed uitgevallen als ik had gehoopt. Mijn volgende loopbaanstap staat nu op losse schroeven.
  • mijn moeder is ineens overleden, terwijl het net zo goed met haar ging.

In deze ervaringen blijkt telkens weer dat niet de realiteit de bron is van frustratie, maar vooral onze niet uitkomende verwachtingen. ‘Dit had niet mogen gebeuren, het had anders moeten zijn.’ Zolang je aan de gang blijft om de werkelijkheid te veranderen, verlies je.

Het begint met het ontwikkelen van openheid voor wat er is. Pas in openheid kan er ruimte ontstaan voor nieuwe mogelijkheden. Zonder voorop gezette verwachtingen en doelstellingen. Vol openheid klopt ons hart …

 

Er gebeurt iets wat ik niet wil

Er gebeurt iets waar je helemaal niet op zit te wachten. Dat kan vervelend zijn, verschrikkelijk of misschien wel rampzalig. Iedereen is deskundig in het meemaken van dergelijke ervaringen, variërend van kleine tegenvallers tot grote drama’s.

Je kunt op zo’n ervaring op verschillende manieren reageren. Heel populair is de ‘waarom’-vraag. Waarom gebeurt dit? Waarom moet mij dit overkomen?

Een andere vraag die hoge ogen gooit, is ‘wie of wat heeft dit gedaan?’. Wie heeft mij dit aangedaan? Wat heeft dit veroorzaakt? Wie is hieraan schuldig?

In mijn ervaring brengen deze vragen me buiten mezelf. Mijn aandacht gaat volledig naar de buitenwereld, naar processen waar ik geen invloed op heb, naar anderen. Deze populaire benadering heeft echter ook wat te bieden. Ik kan er mezelf mee gerust stellen. Als er een aanwijsbare oorzaak is en een schuldige, dan ‘klopt het weer’, voor heel even. Want het leven gaat door om van tijd tot tijd ervaringen te bieden die ik liever niet wil.

Een meer duurzame en helaas minder populaire benadering is de vraag ‘hoe ga ik op dit moment – in deze tegenvallende situatie of rampspoed – om met deze realiteit’?

Hoe luister ik naar mijn eigen wijsheid, hoe maak ik contact met mijn hart en mijn lichaamstaal, hoe vind ik daarin de antwoorden die voor mij waar zijn?

Als je dat contact met jezelf tot stand weet te brengen, komt de volgende vraag als vanzelf: ‘wat levert deze tegenvallende situatie of rampspoed mij op’?

Een zachte plek om te zijn

In onze wereld, waar ‘snel, snel’ telt, waar ieder voor zich leeft, in competitie en concurrentie met elkaar, leven we met veel energie, een scherp verstand en onderscheidingsvermogen.

 

Simpel, zo lijkt het. Gewoon goed eten, regelmatig bewegen en een goede nachtrust. Makkelijk, eenvoudig en zo zou de wereld vol gelukkige en tevreden mensen moeten zijn.

Maar vanwaar de stress waaraan zovelen lijden? Wat ontbreekt er in deze wereld?

De binnenwereld – de wereld van het kind in ons, de wereld van emoties en gevoelens, de wereld van spiritualiteit, de wereld van de duistere demonen – wat gebeurt daarmee, als ik zo druk bezig ben me sterk en fit te voelen, volop in actie in de buitenwereld?

Deze tekst is geschreven door Barbara Kuppers, Johannesburg (Zuid-Afrika). Ik ben blij met Barbaras toestemming om haar Engelse versie in het Nederlands te bewerken en hier te publiceren. Als je wilt, kun je hierna verder lezen.

 

Verschillende werelden

Wat ontbreekt in de wereld van vandaag, is een plek waar gevoelens iets betekenen, de ruimte krijgen en erkenning vinden, een plek waar ze niet worden beoordeeld of veroordeeld, belachelijk gemaakt, snel weggewerkt of voorzien van een slimme oplossing.

Een plek waar ik de realiteit kan dragen dat mensen lijden, dat mannen, vrouwen en kinderen worden verkracht, dat mensen elkaar vermoorden, honger hebben, lijden aan vreselijke ziekten, mensen elkaar opfokken, autorijden onder invloed van drank of drugs, hulpeloos, hopeloos, vol pijn, waar ik me machteloos en onbetekenend voel.

Het is niet de wereld van sterk en onafhankelijk zijn, de leiding hebben en verantwoordelijkheid dragen, sexy en aantrekkelijk zijn, in het bezit van de juiste auto, een mooi huis, prachtige kinderen, het perfecte lichaam, veel geld, vakantie, goede tijden en fun.

 

Wees positief! Belachelijk!!

Allemaal hebben we behoefte aan een plek waar we de pijn van de wereld kunnen dragen, waar we kunnen neervallen. Een plek waar we niet hoeven te doen alsof de wereld alleen bestaat uit goede en grootse dingen, waar ruimte is voor verdriet, teleurstelling, pijn, dood, ontgoocheling, verlatenheid, eenzaamheid en verlangen van de ziel. Zolang we niet het héle leven kunnen omarmen, de vreugde én het verdriet, het ‘goede’ én het ‘slechte’, blijven we onszelf en de wereld om ons heen kapot maken. Blijven we onszelf vernietigen met verslavingen, met manieren en middelen van zelfmedicatie gericht op een totaal vermijden van pijn.

Voel niet het negatieve. Wees positief!

Belachelijk!!

Uiteindelijk worden we een soort robots – bezig, doen, bezig, doen, bezig, doen – zonder gevoel en hart, niet meer menselijk. Geen gevoel meer, maar kilte, afscheiding, eenzaamheid en logisch redeneren. Geen wonder dat de wereld een puinhoop is.

 

Erbij zijn en blijven

Maar waar, o waar, kan een mens deze pijn voelen zonder veroordeeld te worden, belachelijk te worden gemaakt of vermeden door anderen omdat zij het zelf niet kunnen verdragen om pijn onder ogen te zien? We kunnen het op eigen kracht doen, maar daarvoor voelt het te groot. We hebben iemand nodig die dichtbij ons is én de ruimte tussen ons respecteert. Het kan een therapeut zijn, een goede vriend of een groep mensen die met elkaar bereid zijn te kijken en te voelen zonder de pijn te willen vermijden of snel weg te werken, zonder te vluchten of weg te duiken. Mensen die erbij kunnen zijn en blijven.

 

Het is niet persoonlijk

We leven in een tijd waarin alles kan worden geregeld en georganiseerd, maar wat gebeurt er in de tussentijd? Wat gebeurt er als we thuis komen na een dag in de buitenwereld, werk, verkeersdrukte, junks, lawaai, boosheid, irritatie, files, conflict en vervuiling van de kwetsbare binnenwereld?

Als ik mijn woede uit over de wereld, God, het leven of wat dan ook, over de kennelijke onrechtvaardigheid van dit alles, dan neem jij het niet persoonlijk op en heb jij het niet nodig om jezelf te verdedigen tegen mijn woede, omdat je weet dat het mijn woede is die niets te maken heeft met jou, net zoals ik dat weet.

Dit voelt als een thuis, een hemel op aarde, waar ik alles kan voelen wat het ook is, en waar mijn gevoelens worden erkend, gerespecteerd en serieus genomen, waar jij doet voor mij wat ik doe voor jou. In mijn binnenwereld is de zachte plek is waar ik kan neervallen.

 

Zie mij en ik zie jou

Als ik huil, omdat het kwetsbare mensenhart lijdt, dan blijf jij de uitgestrekte ruimte tussen ons respecteren en ik zal hetzelfde doen, want we weten beiden dat het niet persoonlijk is. Dat is intimiteit in zijn meest perfecte schoonheid.

Zie mij en ik zal jou zien, wees aanwezig bij mij en ik zal aanwezig zijn bij jou. Probeer mij niet te redden, me beter te laten voelen, probeer niet om betekenis te geven aan mijn ervaring, sla niet op de vlucht, verberg je niet voor mij, val me niet aan en bekritiseer me niet. Laat me zijn en ik ben er voor jou.

 

Dit is Liefde

Ieder van ons is verantwoordelijk voor zijn eigen gevoelens en houdt de ruimte open naar de ander. Wat een heerlijk perspectief is dit! Wat zou dit een andere wereld zijn en hoe diep zouden we verbonden zijn. Dit is Liefde voor mij: het volledig eren en aanvaarden van mezelf en de ander voor wie hij is. Daarmee komt een einde aan verlangen, want dit is waar verlangen over gaat – een bezield hart geeft ons de ruimte om te zijn.

En dan, als we weer de buitenwereld ingaan, zijn we krachtig, zorgzaam en meelevend, zijn we helder en besluitvaardig, hebben we veel, heel veel energie om te doen wat nodig is, zonder enige stress – omdat we een zachte plek hebben om te zijn.

 

Er moet iets veranderen

Velen zijn professioneel bezig om iets te veranderen. Vaak met hart en ziel. En dat is mooi, totdat de realiteit ons onaangenaam verrast: er wordt gesnoeid in het budget, er gaat een streep door het project, er wordt getornd aan kwaliteitscriteria enzovoort. Als je dan emotioneel reageert of stoer rationaliseert, is dat een signaal dat je uit balans bent en niet meer in je kracht. Kun je zon ineffectieve reactie voorkomen?

 

Dit gaat over verschillende ‘states of mind’. Een bekende ‘state of mind’in bedrijven is om je te identificeren met wat je doet. Sterker nog: het wordt aangemoedigd. Het wordt geweldig gevonden om ergens helemaal voor te gaan. Je bént je project of de gewenste verandering.

 

Een totaal andere ‘state of mind’is om het beste te geven wat je kunt én je er tegelijk van los te maken. Het werk is niet van jou, jij bent niet je werk en je werk is niet jou. In die state of mind ben je open en helder voor alles wat zich aandient.

 

De vraag is hoe kom je van de ene state of mind in de andere? De eerste stap is signaleren dat je je ergens in vastbijt, dat het wel heel erg belangrijk voor je is om iets te realiseren, van anderen gedaan te krijgen. Lichte of grote stress, weerstand en manipulatie zijn indicatoren hiervan.

Een andere stap is om jezelf en je team de volgende vraag te stellen: wat zijn nu goede redenen waarom ons idee/plan vooral niet moet worden gerealiseerd? Besteed aan de beantwoording van deze vraag serieus tijd en aandacht voordat je verder gaat met het realiseren van je plan. Helder, doelgericht én bereid om ieder moment bij te stellen of los te laten.